Hoofdbanner

Het onderwijs dient steeds meer als oppas voor werkende ouders. Dit proces is al ruim 20 jaar aan de gang. Het zijn de grote hoeveelheid uren die kinderen in Nederland naar school moeten, de steeds kortere vakanties, de opkomst van zomerscholen, de oproepen om scholen met een continu rooster in het leven te roepen, zodat ouders op vakantie kunnen wanneer zij dat willen. Wat weer uitermate gunstig is voor de werkgever. Allemaal tekenen dat het bedrijfsleven via de politiek in Den Haag steeds meer bepaalt hoe scholen hun onderwijs dienen in te richten*.

Zo'n 15 jaar geleden alweer was er in onderwijsland onrust over de 1040-urennorm. Scholen bleken in de praktijk niet in staat om aan die norm te voldoen. In december 2007 leidde dat tot de scholierenstaking van het LAKS tegen wat zij ophokuren noemden. De door de minister aangestelde commissie Cornielje kwam daarna met de aanbeveling de onderwijstijd tot 1000 uur te verlagen. De Tweede Kamer zelf constateerde in 2009 ook dat een norm van 1040 uur niet langer realistisch is.
De jaren daarna werd er in goed overleg en naar tevredenheid van ouders en leerlingen gewerkt met de 1000-urennorm. Internationaal gezien is 1000 uur erg hoog. Het Europees gemiddelde ligt op 865 uur les en geen enkel ander land in de top 10 van best presterende onderwijslanden (PISA) programmeert meer dan 980 uur. De onbetwiste nummer één als het gaat om onderwijsprestaties is Finland. Finse scholen geven 780 uur les per jaar. Toch is er toen in de Tweede Kamer (op 29 november 2011) op de valreep voor de 1040-urennorm gekozen.

Wie de mores in Den Haag een beetje kent, weet dat het daar wemelt van de lobby's van belangengroeperingen. In het bijzonder het bedrijfsleven, met de multinationals voorop, loopt de boel daar plat. De ene politicus na de andere wordt er dagelijks door bestookt. De op hen uitgeoefende druk is enorm. Wij in den lande denken misschien dat politici vrij zijn om eigen keuzes te maken, maar dat is slechts zeer ten dele. De voormalige premier van Nederland Joop den Uyl noemde dat 'de smalle marges van de democratische politiek'. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan partijdisciplines die op hun beurt voor een groot deel voortkomen uit afspraken met belangengroeperingen. De minister van toen heeft al in haar tijd als staatssecretaris van onderwijs in het kabinet ervoor hartstochtelijk gepleit voor een kortere zomervakantie. Het was haar stokpaardje. 

Maar ja, je moet een reden bedenken waarom je de vakanties wilt inkorten. Simpel zeggen dat je dat wilt om daarmee werkende ouders, en in het kielzog daarvan het bedrijfsleven, tegemoet wilt komen, zal niet worden gepikt. Dat klinkt te egoïstisch.
Iets verzinnen dan. Dat viel niet mee. De (toen nog) staatssecretaris kwam met het volgende argument: die lange zomervakantie stamt van lang geleden, toen Nederland nog een agrarische cultuur had. In onze moderne tijd paste dit niet meer. Letterlijk zei ze: "De huidige schooltijden en de lange zomervakantie stammen uit een agrarische tijd van voor de industriële revolutie, toen kinderen meewerkten op het land en hun ouders in de zomer hielpen met het binnenhalen van de oogst." Dus, korter die zomervakantie. 
Het sloeg niet echt aan. Te meer niet omdat het niet met de feiten klopte. Voor de Tweede Wereldoorlog waren de vakanties juist korter, namelijk alleen de maand augustus, ruim vier weken dus. Daarnaast, in echte industrielanden als de VS duurt de zomervakantie zo'n drie maanden. Ook in voorbeeldland Finland heeft men nog altijd 11 weken (!) zomervakantie.

Exit dit argument. Al gauw toverde de staatssecretaris een nieuw konijn uit haar hoge hoed. Uit een Amerikaans onderzoek was gebleken dat leerlingen na een lange vakantie bijna al hun kennis en vaardigheden kwijt waren. Een kortere vakantie, zelfs doorwerken tijdens de vakantie, werd aanbevolen. Dus, een kortere zomervakantie zou in het belang van het leerproces en dus in het belang van de leerlingen zijn.
Ook dit argument werd al snel onderuit gehaald. Ten eerste volgden de resultaten slechts uit één enkele test, gedaan bij probleemjongeren, ten tweede duurt de zomervakantie, zoals gememoreerd, in de VS maar liefst drie maanden. Niet te vergelijken met de situatie in Nederland dus.

Een paar jaar later kwam de staatssecretaris met een opzienbarende mededeling. Om de werkdruk van docenten te verlagen, zou iedereen in het onderwijs een week (vijf dagen) per jaar extra moeten werken!
De redenering was dat de grote hoeveelheid werk dan beter over het schooljaar uitgesmeerd kon worden. Vijf extra dagen werken voor de docenten, terwijl de leerlingen gedurende het schooljaar dan vijf keer een dag vrij zouden krijgen. In de dagen dat er geen lessen zijn, konden docenten dan hun achterstanden inhalen. En ja, de zomervakantie kon dan met een week verkort worden. Van 7 weken naar 6 weken.
Het onderwijsveld was fel tegen. Een week extra werken betekende juist een week extra werkdruk, was de veelgehoorde klacht. Op een voorstel van de bonden om de beschikbare vrije dagen aan de zomervakantie vast te plakken, zodat deze tot 7 weken gehandhaafd kon blijven, werd de minister woest. Gesprekken zijn er sindsdien niet meer geweest. Er was een soort van koude oorlog tussen de minister en de bonden.
Dit was het uitgangspunt toen in november 2011 de wet aan de Tweede Kamer werd voorgelegd (en aangenomen). Met op het laatste moment de toevoeging, in strijd met de toezeggingen op dat moment naar het onderwijsveld toe, dat er toch weer 1040 uren lesgegeven zou moeten worden. Althans, in de eerste en tweede klassen, d.w.z. voor kinderen van 12 en 13 jaar die nog in de oppasleeftijd zitten. Logisch, vanuit de minister en de belangengroeperingen beredeneerd. Veertig uur meer is ruim een week extra kinderopvang. Tel uit je winst.
 
Het is jammer dat de discussie toen zo vertroebeld gevoerd werd. Dit vanwege de verborgen agenda van de minister, voorheen staatssecretaris. Nu moest ze steeds zeggen dat de 1040-urennorm de kwaliteit van het onderwijs ten goede kwam. Terwijl dat aantoonbaar onjuist was, kijk naar een land als Finland. Dat zorgde voor ergernis en onbegrip in onderwijsland. Men dacht oprecht de minister met argumenten te kunnen overtuigen. Maar die hielpen hier niet, want het ging om andere zaken dan waarvoor men dacht te strijden.
De onderwijswereld was te naïef om dit in te zien. Te veel als men uitging van de eigen goede bedoelingen. Men begrijpt de eigen positie in de maatschappij niet. Het onderwijs is er in toemende mate om het bedrijfsleven soepel zijn gang te kunnen laten gaan. Dat de kinderen daarnaast worden opgevoed tot brave en hard werkende burgers is een prettige bijvangst.

In de huidige coronatijd werd/wordt iedereen hard op de feiten gedrukt. Het online lesgeven was voor veel ouders een crime. Niet alleen omdat ze zelf weer oppas moesten regelen, ook omdat lesgeven bepaalde pedagogische en didactische vaardigheden vraagt waarover men niet zomaar beschikt. De roep om in de toekomst continu roosters in te voeren zal nog harder gaan klinken. Tot nu toe mislukken dit soort initiatieven steeds door te ingewikkelde roosters van leerlingen en docenten, maar met de toename van het geven van online lessen zullen er flinke vorderingen gemaakt kunnen worden. Er kan aan alle kanten met de lestijden geschoven worden. Het onderwijs zal overgaan op gepersonaliseerd leren, zoals dat heet. Het klassikale lesgeven zal goeddeels verdwijnen. De docent wordt meer begeleider dan iemand die al sturend voor een groep staat uit te leggen. Met alle ruimte voor de leerling van dien. En dus ook alle ruimte voor de ouders. Deze zullen steeds meer bepalen hoe en wanneer hun kinderen naar school gaan.
Dat dit ten koste zal gaan van de kwaliteit van het onderwijs is evident. Onderwijs is vooral wederzijds contact, het liefst zo direct en dichtbij mogelijk. Aandacht en betrokkenheid, dat zijn de sleutelwoorden. De werkdruk voor degenen die lesgeven zal in de toekomst nog meer toenemen. De afstand tot de leerlingen ook. Maar dat deert de politiek niet. Die weet er wel weer een mouw aan te passen. Als het bedrijfsleven maar functioneert, want die zorgt voor banen en welvaart. Dat is en blijft prioriteit nummer één.

 

*En niet alleen de scholen. Ook de belastingdienst laat zich ringeloren door het bedrijfsleven. Multinationals betalen geen of weinig belasting, zonder inzage te hoeven geven hoe ze dat doen. Nederland als belastingparadijs. En wat te denken van de gasprijs. Individuele burgers zoals u en ik betalen 41 cent belasting per kubieke meter, het bedrijfsleven slechts één cent. Logisch dat de topbestuurders bonussen krijgen uitgekeerd van soms 88 miljoen euro (Richard Clemmer van NXP over het jaar 2019). Ze hebben er hard voor gewerkt! Een bestuursvoorzitter verdient gemiddeld 32 keer meer dan een werknemer in hetzelfde bedrijf. Logisch ook dat de aandeelhouders van dit alles mee profiteren. De nieuwe rijken worden steeds rijker. Lees er het laatste boek van Noam Chomsky uit 2017 er maar op na: Het einde van de Amerikaanse droom; de tien principes voor de concentratie van rijkdom en macht.

  • 0 # Theo van den Wijngaa 11-juli-2020 @19:36
    Zo ontzettend eens met de inhoud van dit stuk!
    Ik had 't zelf kunnen schrijven - maar dan niet zo goed gedocumenteerd.
    Zo had ik b.v. niet geweten - en nu nog niet - welke van de twee respectievelijke nitwits bedoeld wordt: Netelenbos of van Bijsterveldt, maar dat is dan ook lood om oud ijzer...iTVdg
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Fred 12-juli-2020 @09:43
    Ha ja, de nitwits. Zet daar Maria van der Hoeven ook maar bij (minister van 2002 tot 2007). Verantwoordelijk voor het schrappen van het vak natuurkunde in het NG-profiel. Omdat ze vroeger natuurkunde zelf zo moeilijk vond. Dat zou meer leerlingen de techniek in trekken, beredeneerde zij. Dan konden ze dat lastige vak natuurkunde laten vallen. Hoe krom kun je het hebben. Of Ton Elias, lid Tweede Kamer van 2008 tot 2017, met zijn voortdurende hetze tegen de in zijn ogen linkse en luie docenten. Hij is hoofdverantwoordelijk voor het afschaffen van de seniorenregeling BAPO. ‘Iedereen kent ze, het zijn er ontzettend veel, de leraren die geen orde kunnen houden, een zooitje van hun lessen maken, er met de pet naar gooien en twaalf weken per jaar op het strand liggen’. Dat soort taal dus, jarenlang de media in gestrooid.
    Dan valt die Marja van Bijsterveldt (van 2007 tot 2012 staatssecretaris, later minister) nog mee. Voert gewoon uit wat haar wordt opgedragen. En die Tineke Netelenbos (staatssecretaris van 1994 tot 1998), tja. Van haar is de uitspraak dat vragen om een hoger salaris niet aan de orde is, want werken in de onderwijs moet je zien als een roeping. Allemaal voorbeelden van bestuurders of volksvertegenwoordigers die bewust geholpen hebben het onderwijs af te breken. Waarom ze dit doen? Om de slagkracht van de politiek, en in het kielzog daarvan van het bedrijfsleven, groter te maken. Maak het onderwijsveld murw, laat ze in de touwen hangen, en ze zullen als makke schapen ons beleid, gericht op materiële welvaart en een omhoog stuwende economie, uitvoeren. Dat dit uiteindelijk een groot lerarentekort oplevert, ach. Daar vinden we dan wel weer een oplossing voor. Bijvoorbeeld onbevoegden voor de klas zetten. Of opgenomen lessen voor grote groepen afdraaien. Of...
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer