Hoofdbanner

Ons klimaat wordt voor een groot gedeelte bepaald door de richting van de zeestromingen op aarde. Deze richting is nogal ingewikkeld, vanwege de vele bovenstromingen (aan de oppervlakten van de zee) en onderstromingen (langs de bodem).
Twee aspecten zijn hierbij van belang. Ten eerste het verschil in temperatuur tussen de evenaar en de Noord- en Zuidpool. Koud water heeft een grotere dichtheid dan warm water en zal dus naar beneden zakken. Ten tweede het zoutgehalte van het zeewater. Zeewater met een hoog zoutgehalte heeft een grotere dichtheid, met als gevolg dat ook dit naar beneden zal zakken.
De combinatie van verschil in dichtheid en verschil in temperatuur leidt tot de zogenoemde thermohaline stromingen in de wereldzeën. Zie hieronder.

    ZeestromingenZeestromingen op aarde. Met rood is de bovenstroom 
    aangegeven, met blauw de onderstroom.


De bovenstromingen ofwel oppervlaktestromingen zijn met rood aangegeven. Linksboven zie je de warme golfstroom vanuit het Caraïbisch gebied richting West-Europa gaan. Aan deze zeestroming hebben wij het te danken in een gematigd klimaat te leven. Zonder deze warme golfstroom zouden de temperaturen bij ons in West-Europa veel lager liggen.

Je ziet op het plaatje dat het zeewater bij Groenland (door de sterke afkoeling daar) naar beneden zakt (koud water is zwaarder) en via een onderstroom richting de Atlantische en daarna naar de Indische Oceaan beweegt (blauw getekend).
Deze onderstroomse beweging nu loopt door de opwarming van het klimaat gevaar. Wanneer de temperatuur bij Groenland blijft stijgen, zal het zeewater daar minder afkoelen. Er zakt dan minder koud water naar beneden. Tevens komt er meer smeltwater in de zee terecht. Dit smeltwater bevat geen zout, waardoor de gemiddellde dichtheid van het zeewater afneemt. Ook hierdoor zal er minder koud water naar beneden zakken. De cruciale plek waar dit plaatsvindt zie je op het plaatje bij de Polaire wervel.

De onderstroom richting de Atlantische oceaan zal hierdoor stagneren en kan zelfs tot staan worden gebracht. Met als gevolg dat de warme golfstroom vanuit het Caraïbisch gebied nog voordat West-Europa wordt bereikt, al de bocht rechtsaf neemt richting het zuiden. Ergens is er een kantelpunt. Zover is het nu nog niet. Maar door de opwarming rond Groenland met name kan die zomaar in één keer bereikt worden. De overgang zal niet geleidelijk plaats vinden. Nee, in een tijdsbestek van een paar jaar kan die optreden, met een schok. De temperaturen in West-Europa zullen in dat geval drastisch dalen. Onze winters worden vergelijkbaar met gebieden op dezelfde noorderbreedte in Canada en Rusland. Winterse temperaturen van -30 graden Celsius, en dat gedurende twee tot drie maanden lang. 

Het is een paradox. Door de mondiale opwarming van het klimaat zouden er in de toekomst siberische winters in Nederland kunnen ontstaan. Maandenlang ijs en sneeuw. Ik zal dat (als winter- en schaatsliefhebber) van harte verwelkomen.

Hierbij moet een ernstige kanttekening geplaatst worden: door de lagere temperaturen ten westen van Europa zullen daar hogedrukgebieden ontstaan. Koude lucht is immers zwaarder dan warmere lucht. Met als gevolg dat er 's winters nog vaker dan nu westenwinden gaan waaien richting ons land. Deze komen vanaf zee en zorgen voor minder koude lucht. In Europa krijgen we gewoonlijk een strenge winter wanneer de wind uit het oosten waait. Vanuit Siberië wordt er dan koude lucht aangevoerd. Vandaar de naam siberische winter. Dat wordt nu tegengewerkt. Juist door de lagere temperaturen boven de Atlantische Oceaan krijgen we toch weer die kwakkelwinters. Een tweede paradox. Jammer dus, te vroeg gejuicht.