Hoofdbanner

Als parallel betekent elkaar nooit aanraken
dan ben ik als kind parallel opgegroeid, 
met een vader die in zijn achtertuin lintwormen kweekte
om ze eenmaal per week aan ons op te dienen,
ringvormig in segmenten, soms bewoog er nog eentje
op ons bord, als een gebraden saucijsje keek ie ons
met z'n bolle ogen aan, wij natuurlijk smeken,
astublieft, astublieft, maar het was moeder die ons aanmoedigde 
onze kelen te openen, als afhankelijke kuikens die niet beter wisten,
voor nog meer binnenste uitholling, en vooral niet zeuren,
dat doen kippen die bij gebrek aan kalk hun eigen eieren opeten ook niet.

In mijn hoofd verzamelde ik een dierentuin aan wilde dieren
om de lintwormen te lijf te gaan, ze te doden
voordat vader ze als witte stengels uit de grond had getrokken,
moeder zich met een blozend gezicht voorbereidde
op een nieuw broertje of zusje, ze ging heen en vermenigvuldigde
met het grootste gemak de meest ingewikkelde breuken.

Mijn dieren waren tam en gebrekkig, zonder tanden
begin je niks, al ben je nog zo boos, hersenen hebben
geen wil, gelukkig maar dat moeder warme truien breide 
om ons gevangen te houden, de buitenwereld is immers bevolkt
met wolven, valse ogen, harde nietsontziende kaken.

 


Opmerking: dit gedicht kwam in de top 100 van De Gedichtenwedstrijd 2020. Met als recensie van de jury: 
"Een gedicht met een opener van jewelste, dat er ook in slaagt die kracht tot het eind te behouden. Het zit vol boeiende en originele beelden. De dichter verwoordt het allemaal prachtig, soms zelfs sprookjesachtig. Er is eigenlijk heel weinig aan dit gedicht op te merken, daarom dat het ook in de top 100 kwam. Proficiat, dus."