Hoofdbanner

Je slaapkamer licht op bij het schijnsel
van elke passerende auto, hosanna in den hoge,
alsof engelen jou visite brengen, de slangen
zijn met hun koppen achter het behang geplakt,
niet zo lang, snelheidslimieten worden hier over-
schreden, in een flits ontsnappen ze, schrikkelijk 
sissend, gelukkig is het krap onder je bed, kunnen ze 
niet aangroeien tot meterslange monsters.

Angst verdraagt geen zon en warmte, overdag 
zit je opgesloten in een potje met schroefdeksel, 
met bovenin kleine gaatjes om te ademen, alsof je 
een gevangen vlinder bent die in leven gehouden
moet worden, terwijl het jouw angst is die moet
verstikken, wie weet transformeer je na lang bidden
tot een vogel met het eeuwige licht in haar veren.

De hemel is dat we ons wijsmaken dat engelen bestaan,
dat auto’s ’s avonds alleen maar door straten rijden
om ons te verlichten, dat moeder Maria het niet meent
wanneer ze je zonden op schoot neemt en jou een klap
in je gezicht geeft, hardop lacht en dat de hele wereld mee schudt.

Het is stil, met giftige tongen sluipt het donker nader,
tergend langzaam, alsof het geen haast heeft. Je bent bang.


Noot: gepubliceerd in het literaire tijdschrift Deus ex Machina, zomer 2021