Hoofdbanner

Het was zo'n vier jaar geleden, vlak na de vermeende staatsgreep van Gülengetrouwen in Turkije.
“Ga je nog op vakantie?”, vraag ik na de les aan een van oorsprong Turkse leerling. 
“Ja, naar Istanbul”.
“Is het daar niet onrustig nu, met al dat gedoe rond Erdogan?”.
“Niet anders dan anders,” zegt ze. “In Turkije is het altijd onrustig”.
Een andere leerling mengt zich in het gesprek. “Nou, ik hoorde dat iemand de gevangenis in moest, alleen omdat hij links is.”
De Turkse leerling lijkt verbaasd. “Mijn moeder en zus zijn ook links, maar die hebben echt nergens last van, hoor”.
We kijken elkaar aan. Huh? 
Dan valt het kwartje. We liggen allemaal in een deuk wanneer we beseffen dat ze het woord ‘links’ geïnterpreteerd heeft als de voorkeurshand van schrijven.