Hoofdbanner

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw was de eerste energiecrisis een feit. Er zou een tekort aan aardolie zijn, mede door een conflict van het Westen met de Arabische wereld. Het was de zogenaamde oliecrisis, in Nederland gepresenteerd door toenmalig premier Joop den Uyl. Gevolg o.a.: autoloze zondagen om zo benzine uit te sparen.
Doemscenario's volgden elkaar in rap tempo op, zoals bijvoorbeeld gepubliceerd in het invloedrijke rapport van de Club van Rome. De wereld zou nog zo'n 30 jaar gebruik kunnen maken van fossiele brandstoffen (aardolie, steenkool en aardgas), daarna zou alles op zijn. Een ramp stond op het punt zich te voltrekken.
We moesten op zoek naar nieuwe energiebronnen. Aardgas was toen het wondermiddel. Nederland had er veel van, door de gasbel bij Slochteren, en het was veel minder vervuilend dan steenkool en aardolie. Alles en iedereen aan het aardgas, was toen de slogan. Aan zon, wind en water werd nog nauwelijks gedacht.

Dat is nu wel anders. Aardgas zit in het verdomhoekje, in Nederland althans, mede door de aardbevingen in de provincie Groningen, in Europa wordt het juist gepropageerd als schone energie. Tegenwoordig wordt er veel geld aan de ontwikkeling van zonne- en windenergie uitgegeven. Rendabel is het allemaal niet. Het kost meer dan het oplevert. Zonder grote bedragen aan subsidie redden ze het niet. En dat terwijl de opbrengst aan zon- en windenergie anno 2021 slechts zo'n 3 procent van onze totale energiebehoefte betreft. Daarnaast is vooral het opvangen van windenergie middels honderden meters hoge windmolens behoorlijk milieuvervuilend. Kijk maar eens in Flevoland en de kop van Noord-Holland hoe het wijdse landschap daar verwoest wordt door honderden draaiende en geluid makende vleugels, vaak zo'n 200 tot 300 meter hoog, en om die reden vanaf kilometers afstand te zien. Elk rustpunt is daar weg. Om daar elke dag tussen te wonen, daar word je niet vrolijk van.
Ook nu nog zegt men voor zo'n 30 jaar aardgas en aardolie te hebben. Wat dat betreft zijn de voorspellingen enigszins opgeschoven. Steenkool is afgevallen vanwege de grote milieuvervuiling die deze brandstof met zich meebrengt. Terecht overigens.
Kernenergie ligt in Nederland nog altijd gevoelig, vanwege de van oudsher sterke anti-kernenergie lobby alhier. In België en Frankrijk doet met daar minder moeilijk over. Heel Brussel bijvoorbeeld is omgeven door (kleine) kerncentrales. Maar ook uranium (de grondstof voor kernenergie) raakt natuurlijk een keer op. Geschat wordt binnen pakweg 40 jaar.
Sommigen pleiten voor waterstof als brandstof. Het is schoon, dus niet milieuvervuilend. En water is er in overvloed. Echter, wat velen vergeten (of niet weten), waterstof is geen energiebron. Het komt niet in grote mate in de natuur voor, dus moet het gemaakt worden. Dit door elektrolyse van water. Maar hiervoor is energie nodig. Deze energie haalt men uit aardgas of aardolie. Waterstof is zodoende een brandstofdrager en geen bron van energie. Nogal een verschil.

Maar, er is een energiebron die bijna onuitputtelijk is. Bijna niemand die het daar over heeft. Het komt tot stand middels kernfusie. Het enige wat je daar voor nodig hebt is zwaar water.
Eén op elke 7000 waterstofkernen (dat een onderdeel van een watermolecuul is) bestaat uit een zware waterstofkern, een zogenaamde deuteriumkern. Water met zo'n deuteriumkern noemt men zwaar water.
Deuteriumkernen kunnen onder bepaalde omstandigheden met elkaar fuseren (of met een tritiumkern) en daarbij tot helium overgaan. Hierbij komt gigantisch veel energie vrij.
Omdat de hoeveelheid zwaar water (zit gewoon in zeewater) op aarde zo goed als onuitputtelijk is, hebben we genoeg energie voor de komende 10 miljard jaar!

De reden dat we dit nog niet gebruiken is enerzijds omdat de techniek nog niet voldoende ontwikkeld is om de omstandigheden waaronder de kernfusiereactie moet plaatsvinden te creëren. De temperatuur moet daarbij oplopen tot een paar miljoen graden Celsius. Dat is een probleem, omdat elk materiaal bij die temperatuur smelt. In de jaren vijftig van de vorige eeuw hebben de Russen een 'Tokamak' ontwikkeld om die temperatuur langer dan een paar seconden vast te houden. Dit door middel van magnetische veldlijnen, die door het optreden van Lorentzkrachten ervoor zorgen dat de geladen deeltjes binnen een cirkelband blijven bewegen en daardoor de wand van de Tokamak niet aanraken.
Nadien heeft men nog nauwelijks verder onderzoek gedaan. Er is gewoon geen geld voor uitgetrokken. Pas de komende jaren gaat men er voorzichtig verder mee aan de slag. In Cadarache in Zuid-Frankrijk zal een kernfusiereactor gebouwd gaan worden, geheten ITER (International Tokamak Experimental Reactor).
Binnen een tiental jaar zal de ITER er staan. Er zullen dan zo'n 20 jaar experimenten worden gedaan om de techniek te ontwikkelen om demonstratiereactoren te kunnen bouwen. Pas als die voldoen, zal men tot commerciële kernfusiecentrales overgaan. Op z'n vroegst dus rond het jaar 2050. Zoals je ziet, men heeft overduidelijk niet echte haast.

Anderzijds zit de aardolie-industrie hier niet op te wachten. Het zou een ramp voor deze industrietak zijn als er opeens geen energieprobleem meer zou zijn. Vrijwel ons hele economisch systeem, en daardoor onze Westerse rijkdom en welvaart, is gebaseerd op en afhankelijk van aardolie (en in mindere mate aardgas). Ons hele economisch systeem zou in elkaar storten.
Bij producten gemaakt uit aardolie denken we misschien aan benzine, diesel en kerosine. Maar er is zoveel meer. Alle plastics, kunststofproducten, de meeste medicijnen, pek en teer voor de wegenbouw, verf, noem maar op, het wordt allemaal uit aardolie gehaald. 
We zijn dus niet alleen afhankelijk van aardolie vanwege de brandstof die het oplevert. Het is in onze manier van leven geïnfiltreerd. In elk apparaat zit wel iets dat uit aardolie is gemaakt. Daar kun je niet zomaar afstand van doen.
Zo bekeken is het logisch dat men kernfusie van deuteriumkernen nog niet verder ontwikkelt. De tijd is er nog niet rijp voor. Maar een energieprobleem? Dat bestaat niet! Wel het probleem dat men de ene energiebron (nog) niet wil opgeven ten gunste van de ander.