Hoofdbanner

Het model dat wetenschappers van het ontstaan van het heelal hebben is dat van de grote oerknal (Big Bang). In Genève probeert men momenteel deze beginsituatie na te bootsen om te zien welke deeltjes hierbij een rol hebben gespeeld. Men zoekt vooral naar het bestaan van donkere energie, ofwel donkere materie, om de versnelde uitdijing van het heelal te kunnen verklaren.

In de wereld die wij kennen, ons zonnestelsel en het ons omringende heelal, zien wij alleen materie. Dat is waar wij uit opgebouwd zijn. Het fundament daar weer van zijn atomen. Een atoom zelf bestaat uit protonen, neutronen en elektronen. Protonen en neutronen bestaan weer uit diverse soorten quarks.
Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw weet men van het bestaan van anti-elektronen (positronen genaamd). In de zon ontstaan ze elke seconde in ontelbare hoeveelheden. Echter, ze reageren daar binnen een miljoenste seconde met elektronen, en versmelten met deze materie-deeltjes tot fotonen. Dit proces staat bekend als de annihilatie van materie. Ofwel, materie + materie levert licht en warmte op. Volgens de bekende formule van Einstein: E = mc2 , waarbij materie (massa) equivalent wordt gesteld aan energie.

Zo bestaan er sporadisch ook anti-protonen en anti-neutronen. Op aarde bestaan ze te kort om echt goed waar te nemen. Samen met de anti-elektronen vormen ze de anti-materie. Richard Feynman heeft als eerste geopperd dat tijdens de oerknal er uit 'het niets' materie en tegelijk anti-materie is ontstaan. De materie ging vooruit in de tijd en de anti-materie terug in de tijd. Wij mensen leven in de tijd die vooruit gaat en kennen zodoende alleen materie. Het is vanuit dit oogpunt bekeken dan ook logisch dat wij de anti-materie niet kunnen zien. Die beweegt van ons weg in een tegenovergestelde tijd.

Een moeilijkheid hierbij betreft het begrip 'tijd'. Evenals het begrip 'ruimte' is het een bedachte constructie van de mens. Het is een manier om de wereld om ons heen te ordenen, om er grip op te krijgen. Op zichzelf bestaan 'tijd' en 'ruimte' niet. Immanuel Kant (1724-1804) heeft daar in zijn standaardwerk Kritik der reinen Vernunft al op gewezen.
Daarnaast, in de speciale relativiteitstheorie van Einstein werd duidelijk gemaakt dat tijd een relatief begrip is. Iets wat een zeer grote snelheid heeft ondergaat een trager verlopende tijd dan iets dat stil staat. Tenminste, vanuit de stilstaande positie bekeken. Zelf merkt het daar niets van. Bekend is zijn tweelingparadox. Stel dat twee jongens 20 jaar oud zijn. De ene maakt met een ruimteschip met zeer hoge snelheid een reis door de ruimte. Als hij 21 jaar oud is keert hij terug naar de aarde. Zijn tweelingbroer is dan bijvoorbeeld inmiddels 80 jaar oud. De ene broer heeft één jaar geleefd, de andere in diezelfde tijd 60 jaar. Dat dit niet alleen een gedachtenexperiment is bewijst het verval van radioactieve stoffen. Bij hoge snelheid vervallen we die een stuk trager. Uit metingen blijkt dat de tijdsvertraging precies overeenkomt met de uitkomsten van de wiskundige formules van de speciale relativiteitstheorie.

Vòòr de oerknal kan er geen tijd hebben bestaan, want toen er niks. Vanaf dat moment onstond er ruimte, ontstond er tijd. Dat zou je alleen kunnen verklaren door te zeggen dat er tegelijk een anti-tijd en een anti-ruimte moet zijn ontstaan. Want niets is een optelsom van iets en anti-iets*. Dit doortrekkend, dan is er een wereld en een anti-wereld. Dus ook een aarde en een anti-aarde, Nederland en een anti-Nederland. En ook, er is een Fred Tak die op zijn blog een stukje over antimaterie schrijft, en een anti- Fred Tak die op zijn anti-blog een anti-stukje over anti-antimaterie schrijft. Alsook de lezer van dit stukje die... (vul zelf maar in).

Alles wat hier op aarde gebeurt, gebeurt tegelijkertijd op een soort van anti-aarde, maar dan gespiegeld. Ieder van ons heeft in de anti-wereld een anti-ik die hetzelfde beleeft als wat wij hier op aarde beleven. Maar dan tegengesteld. Andersom ook natuurlijk, daar denkt men wellicht dat wij de anti-wij zijn die in een anti-wereld op een anti-aarde leven. Het is maar vanuit welk perspectief je denkt. 
Een ernstige waarschuwing: zorg ervoor dat je middels een of andere warpzone niet in direct contact komt met je anti-ik, want anders word je weggezogen en los je samen met je anti-ik op tot het grote 'niets'. Misschien blijft er nog een wolkje licht van je over, maar veel meer zal het niet zijn. Oppassen dus.
Verbeeldingskracht is wat wij nodig hebben, beweerde Richard Feynman telkens weer. Om vaste patronen en verstarde modelvorming te doorbreken.

* Interessant is de ontdekking in de jaren vijftig van de vorige eeuw van het zogenaamde Cassimireffect. In het vacuüm tussen twee neutraal geladen platen treden er quantumfluctuaties op. Met andere woorden, het vacuüm is niet absoluut leeg, maar varieert steeds tussen zeer korte oprispingen van bepaalde fotonen.