Hoofdbanner

In mijn jeugd spaarde ik vogelplaatjes. Eén ervan was van de kluut. Als kind al vond ik dit een eigenaardig intrigerende naam. Een soort van combinatie van kluit en kuuks. Kluiten had je bij ons op het land en in de tuin volop (ik had er een hekel aan omdat ze haast niet kapot te krijgen waren), kuuks is een Westfries dialectwoord voor vreemd. 
Pas de afgelopen jaren heb ik de kluut in het echt gezien. Sinds we het eiland Terschelling als vakantieplek ontdekt hebben. In korte tijd zijn we er drie keer geweest, steeds residerend in het dorpje Midsland, van waaruit we fietsen huren en het hele eiland kunnen verkennen. Wat een mooie, statige vogel is het. 

   kluut
          Kluut

Vanaf het prachige fietspad aan de waddenkant van het eiland zagen we ze vaak op het wad fourageren. Het zijn best wel grote vogels, heel opvallend met hun witte veren en hier en daar zwarte strepen. Je kunt niet om ze heen, zo steken ze af tegen de andere vogels op het wad. Als een schepnet gebruiken ze hun lange gekromde snavels om kleine beestjes als kreeftjes en slakken in het lage water op te vissen. Waarbij ze hun kop lichtjes heen en weer zwaaien. Een apart gezicht. Ik had niet verwacht de kluut zo mooi te vinden. Zo trots en elegant. Ik kan daar uren naar kijken.

Ergens anders dan op de wadden heb en had ik de kluut nooit eerder gezien. Er schijnen er ook niet zo veel te zijn in Nederland, men schat het aantal op zo'n 8000 broedparen. Wat een mooie eilanden hebben wij toch. En dat niet alleen om de vogels.