Hoofdbanner

Gisteren (29 juli) zagen we de laatste gierzwaluw boven ons cirkelen. Dat betekent dat de rest alweer naar Afrika is vertrokken. Jammer, want het was maandenlang genieten van deze luchtkunstenaars. Gezeten op ons dakterras zagen we overdag tientallen gierzwaluwen boven ons hun capriolen in de lucht uithalen. Zigzaggend, achter elkaar aanduikend, rakelings langs ons scherend, andere keren hoog in de lucht cirkelend, het was elke keer een andere aanblik. De laatste weken telden we er vaak meer dan vijftig in de lucht. Wat een levendigheid, fascinerend om naar te kijken. Wat we dan ook uren achter elkaar deden.
Dit jaar waren ze wat later dan anders boven ons oude stadsdeel neergestreken. Pas in de eerste dagen van mei, terwijl ze gewoonlijk eind april er al zijn. Bij elkaar zijn ze zo'n drie maanden in Nederland. De gierzwaluw wordt om die reden ook wel de "honderd-dagen-vogel" genoemd.

       Gierzwaluw


De gierzwaluw is geen familie van de boerenzwaluw of de gewone huiszwaluw, ondanks de naam. Ze is ook groter, met een spanwijdte van 40 cm, en ze is vrijwel geheel donker van kleur, ook haar buik. Dat onderscheidt haar ondermeer van de gewone zwaluw, die een witte buik heeft. Een gierzwaluw brengt vrijwel haar hele leven in de lucht door. Men denkt zelfs dat gierzwaluwen in de lucht slapen. Een gierzwaluw kan eenmaal op de grond beland niet meer wegvliegen. Daarvoor zijn de vleugels te wijd. Ze kunnen niet opstijgen. Maar zet haar op je hand en ze vliegt zo weer weg.

De gierzwaluw leeft geheel van insecten die ze uit de lucht plukt. Vandaar haar zigzag-manier van vliegen. Volgens kenners eten ze wel zo'n 10.000 insecten per dag. Ze leggen in mei of juni een broedsel van twee of drie eieren, die na drie weken uitkomen. Gedurende de broedtijd verblijft de gierzwaluw op haar nest.

Gierzwaluwen maken een kenmerkend hoog snerpend geluid. Het is meer een soort van gekrijs. Niet melodieus en fijn om naar te luisteren. Die geluiden van soms al vroeg in de ochtend zullen we niet missen. Wat de laatste weken opvallend was: hun vliegen in de ochtenduren. Ze scheerden dan met z'n allen rakelings langs de muren van ons huis, luid krijsend. Vlak langs waar ze eerder een nest hadden, onder een regenpijp. Ze bleven dan gedurende een paar seconden op zo'n 20 cm van dat nest hangen en vlogen dan weer verder. Alsof ze aan het oefenen waren voor volgend jaar. Het schijnt dat gierzwaluwen elk jaar weer terugkeren naar hun oude nest. Misschien dat de jongen zo geleerd werd een nest te vinden of te maken. Het is ook apart hoe ze in de kleinste kieren onder de dakgoten kunnen verdwijnen. Alsof ze zich helemaal op kunnen vouwen.
Eind juli trekken ze dus naar Afrika, richting Mali en Congo. Ze leven daar tussen de rotsen, en vinden hun schuilplaatsen in de rotsspleten. Waarschijnlijk lijken de openingen onder daken in oude woonwijken op deze rotsspleten en hebben ze zich op deze manier aangepast op het leven tussen de mensen.
Overigens zagen wij de gierzwaluwen 's avonds laat, wanneer het donker begon te worden, niet meer in de lucht boven ons. We vroegen ons af waar ze dan zijn. Toch op hun nest? Of zo hoog in de lucht dat we ze niet kunnen zien?
En die laatste gierzwaluw die we gisteren zagen, bleef die achter of was ze gewoon te laat met haar vertrek? We blijven het in de gaten houden.