Hoofdbanner

Een valkuil is het graven van een gat waarvan je de plek vergeten
bent. Het is spitsroeden lopen, elke stap kan de verkeerde
zijn. Mist is ook een wolk in je hoofd, zegt de psycholoog
als zijn hamertje mijn schedel beklopt. Er galmt onrust

door de kamer. Gedachten hangen als ragfijne druppels in
spinnenwebben, allemaal te klein voor een oordeel. Op bepaalde
momenten vallen ze naar beneden tot verdriet, bijvoorbeeld
mijn geliefden die ik aan de aarde verloor. Huilen doe ik

niet meer sinds mijn jeugd is opgedroogd. Verdriet kun je inslikken,
zegt dezelfde psycholoog. Het vraagt oefening, de smaak is bitter,
maar het sterkt je hart, die wordt er groter van. Iedereen heeft het recht
om te struikelen, al vallend zul je je huid openhalen. Bloed kun je

met pleisters bedekken. Steek je handen uit als het al te mistig is.
Wat je als eerste vastgrijpt is je noodlot. Behalve een boom,
dan is de redding nabij. Het moet zichtbaar warmte ademen, als 
een wolk condens tijdens een koude winterdag. Er nadert

een gestalte, op kousenvoeten, vanuit ondoorgrondelijke wegen.

 

Noot: gepubliceerd in het literaire tijdschrift Deus ex Machina, zomer 2021