Hoofdbanner

Feitelijke informatie:
De aarde draait met een snelheid van ongeveer 30.000 m/s = 108.000 km/h haar rondjes om de zon. Je kunt dit zelf gemakkelijk uitrekenen als je weet wat de formule voor de baansnelheid is:

vbaan = 2π·r / T


Waarbij r = de afstand zon-aarde = 149.600.000.000 m en T = de omlooptijd = 365,25 dagen = 31.557.600 s. Hierbij gaan we er voor het gemak van uit dat de aarde een cirkelvormige baan om de zon beschrijft. In werkelijkheid is ze ellipsvormig.
In de praktijk blijkt de aardatmosfeer met een snelheid van 20.000 m/s = 70.000 km/h te botsen op alles wat zich in de lege ruimte binnen ons zonnestelsel bevindt.

Verder bewegen de zon en alle planeten daar omheen ten opzichte van een denkbeeldig stilstaand punt in de lokale omgeving met een snelheid van ongeveer 230.000 m/s en daarnaast weer als onderdeel van het bewegende melkwegstelsel met een snelheid van 600.000 m/s. Zie in de animatie hier. Of nog mooier, zie hier. We gaan dus bij elkaar met een duizelingwekkende snelheid van meer dan twee miljoen km/h door het heelal. We merken daar niks van, omdat de snelheid constant is (eerste wet van Newton). 

In de ruimte bevinden zich vele stofdeeltjes, vaak afkomstig van uiteengevallen kometen. Zo is er de Perseïden-meteorenzwerm, een wolk van stofdeeltjes, achtergelaten door de komeet Swift-Tuttle. Deze stilstaande stofdeeltjes, vaak niet meer dan enkele centimeters groot, verbranden als ze op de snel bewegende aardatmosfeer botsen. Dit zien wij als vallende sterren. Dit is een lichtspoor op zo'n 75 tot 100 km boven het aardoppervlak. Elk jaar kunnen we die waarnemen op 12 en 13 augustus. De naam Perseïden is afgeleid van het sterrenbeeld Perseus in welke richting deze meteorenzwerm zich bevindt. Perseus op zijn beurt was de Griekse halfgod die Medusa’s hoofd afhakte, waaruit volgens de Griekse mythologie de vallende sterren voortkwamen.
Het beste is om richting het noordoosten te kijken. Tijdens heldere nachten, met name bij nieuwe maan en weinig strooilicht, is er gemiddeld elke minuut een vallende ster te zien.

Hetzelfde rond 21 en 22 oktober. De aarde trekt dan door de Orioniden-meteorenzwerm. Dit is een wolk van stofdeeltjes, achtergelaten door de komeet van Halley. Deze komeet heeft een omlooptijd van ongeveer 76 jaar. Pas in het jaar 2061 zal de komeet van Halley weer met het blote oog zichtbaar zijn. De naam Orioniden is afgeleid van het sterrenbeeld Orion in welke richting deze meteorenzwerm zich bevindt. Kijk richting het zuiden, schuin omhoog. Tijdens heldere nachten zijn er zo’n twaalf vallende sterren per uur te zien. 

Op 17 en 18 november trekt de aarde door de Leoniden-meteorenzwerm. Dit is een wolk van stofdeeltjes, achtergelaten door de komeet Tempel-Tuttle. De naam Leoniden is afgeleid van het sterrenbeeld Leo (Leeuw) in welke richting deze meteorenzwerm zich bevindt. Kijk richting het zuidoosten. Tijdens heldere nachten zijn er zo’n dertien vallende sterren per uur te zien.
De komeet Tempel-Tuttle heeft een cyclus van 33 jaar, wat betekent dat de komeet in 33 jaar rond de zon gaat en er dus eens in de 33 jaar een verhoogde activiteit van vallende sterren valt waar te nemen. Het jaar 1966 was wat dat betreft een topjaar, evenals 1999. De verwachting is dat er rond 2032-2033 een volgende verhoogde activiteit zal plaatsvinden.

Als laatste, rond 14 december trekt de aarde elk jaar door de Geminiden-meteorenzwerm. Dit is een wolk van stofdeeltjes, achtergelaten door de planetoïde 3200 Phaethon. De naam Geminiden is afgeleid van het sterrenbeeld Gemini (Tweeling) in welke richting deze meteorenzwerm zich bevindt. Kijk richting oostzuidoost, schuin omhoog. Tijdens heldere nachten zijn er zo’n 35 vallende sterren per uur te zien.

Esoterische informatie:
Uit mijn jaarfeestenboek: Jaarfeesten: achtergronden en betekenis in onze tijd.

Het kijken naar de sterrenhemel is een bijzondere beleving, zeker in de zomervakantie wanneer we alle tijd van de wereld hebben en de temperaturen ’s avonds aangenaam genoeg zijn om onder de blote hemel te verblijven. Het is immens wat we zien, duizenden lichtpuntjes boven en om ons heen. Wanneer we daarin opgaan ervaren we iets wat zich moeilijk laat omschrijven. Enerzijds voelen wij ons als mens ongelooflijk nietig, anderzijds beseffen we deel uit te maken van een gigantisch uitspansel van sterren. Ontzag en eerbied overvallen ons, we worden er stil van. De grootsheid van het bestaan lijkt te veel om te omvatten.

Zo rond 12 en 13 augustus kunnen we het wonder van de vallende sterren beleven. We bevinden ons op een camping in het buitenland of gewoon ergens in Nederland. We turen de hemel af. Zodra we een lichtflits zien, houden we de adem in. We doen een wens, vervuld als we zijn van de betekenis die we er aan toekennen. Wat dat precies is, is wel voelbaar, maar blijft verder vaag.
Wat we wel weten is dat vallende sterren ontstaan door wrijving die kleine steentjes met de dampkring ondervinden. Die kleine steentjes zijn overblijfselen van kometen of planetoïden, ook wel ruimtepuin genoemd. Bij de botsing zorgt de wrijving voor het gloeien en uiteindelijke verbranden van de steentjes, wat wij zien als lichtflits. Door de hoge snelheid van de stukjes steen ten opzichte van de dampkring zien wij die lichtflits als een spoor aan de hemel. Dit lichtspoor lijkt op een vallende ster. Op het einde is het stukje steen geheel verbrand en houdt het spoor op te bestaan.

Maar op het moment zelf, bij het zien van zo’n vallende ster, zijn we daar niet mee bezig. We ondergaan een kortstondig geluksgevoel, alsof we van binnen even worden opgelicht. Alsof er iets bij ons wordt wakker geschud. Iets wat met dit licht te maken heeft.

Wat is licht eigenlijk? De wetenschap zegt dat licht uit energiepakketjes bestaat, fotonen genaamd, die zich soms als deeltjes en soms als golven gedragen. Maar dit is slechts een duiding. Het geeft geen inzicht in waarom licht ons zo wezenlijk beroert.
Dichters raken vaak aan een diepere werkelijkheid, dat maakt hen ook tot dichter. Het gedicht Hymnen aan de nacht van Novalis (1772-1801) begint met de volgende woorden:

Het licht -
is dat niet waar elk

met rede begaafd wezen
het meest van houdt,

vóór alle andere wonderen
die de ruimte om hem heen
te bieden heeft?
Het heerlijke licht -
met zijn stralen en golven,
zijn kleuren
en zijn milde alomtegenwoordigheid
overdag.


Waarna de dichter verhaalt hoe dit licht door alles wat leeft wordt ingeademd. Het gedicht vervolgt met:

en zijn aanwezigheid alleen
openbaart ons de wondervolle pracht
van het aardse rijk.

Hoe mooi verwoord, het licht dat door ons wordt ingeademd. Alsof het een kracht is. Een kracht die tot talloze veranderingen oproept. Het licht wordt hier gezien als kwaliteit, als innerlijke beleving.
Eenzelfde innerlijke verhouding tot het begrip “licht” zien we bij Goethe. Hij heeft geprobeerd antwoord te geven op het effect van kleuren op ons gemoed. Zijn interesse in schilderijen uit de Italiaanse Renaissance bracht hem naar Italië waar hij zijn ervaringen diepgaand heeft onderzocht. Het leidde tot zijn bekende kleurenleer.
Het uitgangspunt van Goethe was dat kleuren ontstaan daar waar licht en duisternis elkaar ontmoeten. Uit deze ontmoeting ontstaat strijd. De uitkomst van deze strijd bepaalt de kleur die wij zien.
Licht is eenheid, licht is volledig, volgens Goethe. Het kan niet uiteengerafeld worden. Dat is een groot verschil met de wetenschappelijke opvatting, die zegt dat licht is opgebouwd uit alle kleuren van de regenboog. Pas op het scheidsvlak van licht en duisternis, waar de twee in contact met elkaar treden, ontstaat een kleur. Niet omdat het licht uiteenvalt, maar omdat het de strijd aangaat met het donkere. Het licht verliest daarbij iets van zijn glans, het donker licht een ietsje op. Door die strijd ontstaat nuance, aldus Goethe. Kleuren zijn de nuances van de wereld.

Interessant is hoe Goethe tegen de werking van onze ogen aankeek. Om licht waar te kunnen nemen, zullen de ogen zelf een element van licht in zich moeten dragen. Anders kunnen ze het licht niet herkennen. Vergelijk dit met een Chinees die iets tegen je zegt. Je begrijpt hem alleen wanneer je zelf Chinees spreekt en verstaat.
Onze ogen bevatten zodoende een beginsel van licht, volgens Goethe. Natuurlijk niet een letterlijk, maar een voelbaar geestelijk licht. De ogen zijn de vensters van de ziel. In onze ziel zit een bepaalde hoeveelheid licht en ruimte. Een bepaald soort innerlijkheid, zou je het ook kunnen noemen. Dat is waarmee wij in contact met anderen verbinding zoeken. We hebben oogcontact, heet dat dan.

We kunnen voorzichtig concluderen dat bij het zien van een vallende ster er een stukje licht in onszelf herkend wordt. Dat is kennelijk wat ons zo’n gevoel van euforie geeft. Een stukje hoop voor de toekomst, wat we vertalen in het doen van een wens,.
Hoe we er ook tegenaan kijken, het zien van vallende sterren roept bij iedereen diepe verwondering op. Verwondering om het mysterie van het heelal, om het mysterie van wie wij zijn in deze onmetelijke wereld.
Deze verwondering te koesteren en met ons mee te dragen, dat is een talent op zich.