Hoofdbanner

We hadden altijd de grote drie: Reve, Hermans en Mulisch. Wat mij betreft kunnen we nu spreken van de grote ene: Marieke Lucas Rijneveld. Dit boek, Mijn lieve gunsteling, is zo rijk aan taal, zo treffend in beelden geschreven, met ongelooflijke meanderende zinnen als één lange stream of consciousness, met metaforen die allemaal op zijn plaats lijken te zijn, dat ie boven alles uitsteekt wat tot nu toe in het Nederlandse taalgebied verschenen is.
Viel bij haar eerste boek, De avond is ongemak, de overdaad aan metaforen en ongemakkelijke vergelijkingen op, af en toe nogal over the top, hier laat de schrijfster zien inmiddels gerijpt te zijn. Wat een beheersing van gedachten en ideeën, wat een taalgevoel, ongelooflijk. Wat een diepgang in emoties ook, met verwijzingen naar popsongs en
wereldliteratuur. Proustiaans, niet minder. Mijn lieve gunsteling

Alleen, waar ikzelf tegenaan liep tijdens het lezen, het thema van het boek, de seksuele verlangens van een 49-jarige man voor een uiterst kwetsbaar meisje van 14. Waarbij hij in
zijn egoïsme letterlijk en figuurlijk alle grenzen overschrijdt. Hij laat zich leiden door zijn driften zonder zich af te vragen wat dit met zijn 'slachtoffer' doet. Zeker de scène in het ziekenhuis is
even walgelijk als ziek. Het verhinderde mij mezelf te kunnen verbinden met de ik-persoon, de veearts van 49. Ik haak dan af, hoe prachtig de verteller zijn obsessies ook verwoordt. Zoveel smerigheid kan ik gewoon niet verdragen.
Als nuance zou je aan kunnen voeren dat Marieke Lucas Rijneveld zelf het 14-jarige meisje is. Zowel de geboortedag (20 april 1991) als de leeftijd kloppen met de autobiografische gegevens van de schrijfster. Het verhaal speelt zich immers af in de zomer van 2005. Ook lijkt dit verhaal
een voortzetting van haar eerste boek, met dezelfde thema's als het opgroeien op een boerderij, een overleden broer en een emotioneel afwezige vader. Toen was het meisje 12 jaar, nu is ze
twee jaar verder. Ook toen was er een veearts die haar als enige begreep. De behoefte aan zelfdestructie in haar eerste boek komt hier dubbel en dwars terug. Met als toevoeging een obsessieve belangstelling voor piemels, bij zowel de veearts als het 14-jarige meisje. Tja, wat
moet ik daarmee. 

Dus blijf ik met een dubbel gevoel achter. Wat een weergaloos talent is deze schrijfster, wat een beheersing van de Nederlandsse taal, wat een prachtige zinnen, maar wat een zieke en afschuwelijke inhoud draagt dit boek met zich mee.