Hoofdbanner

In 2010 is Harry Mulisch overleden. In mijn jeugd las ik bijna alles wat ik van hem tegenkwam. Met zijn prikkelende onderzoeksdrang en krachtige stellingnames heeft hij mij flink beïnvloed. Is er met hem een groot schrijver heengegaan?  De meeste mensen vinden van wel.
In de jaren 60 en 70 lag dat anders. Toen werd Mulisch door brede kringen van de literatuurkritiek als een nauwelijks volwaardig schrijver beschouwd. Het studentenblad Propria Cures voerde zelfs een jarenlange hetze tegen hem om hem als non-figuur te ontmaskeren. Dat kwam hoofdzakelijk doordat Mulisch minder "talig" was dan bijvoorbeeld Gerard Reve. Hij schreef geen fraaie "reviaanse zinnen", geen "volle" romans als W.F. Hermans, maar was nogal bèta-gericht. Het ging hem meer om de sprankelende ideeën, die hij vervolgens literair gestalte probeerde te geven. Toch wordt hij gezien als één van de grote drie (Mulisch, Reve en Hermans). Hoewel het nieuwe Nederlandse fenomeen aan het firmament deze drie wel eens volledig weg kan vagen. En hiermee bedoel ik Marieke Lucas Rijneveld. 

Hieronder een overzicht van mijn leeservaringen met Harry Mulisch.

Archibald Strohalm (1952): debuutroman van Mulisch, een wat zeurderig en langdradig boek over de belevenissen van de titelfiguur. Ik las het later, na vele andere boeken van Mulisch gelezen te hebben, en vond er niet veel aan. 

Chantage op het leven (1953): een bundel met twee fantastische verhalen, zowel letterlijk als figuurlijk. Sprankelend, af en toe op het briljante af. De verweving in het titelverhaal van Russische literatuur met het leven van de hoofdpersoon, ik vond het toentertijd schitterend. Eén van mijn lievelingsbundels.

De diamant (1954): een groots opgezet, mislukte roman over de belevenissen van een diamant, zich afspelend in verschillende werelddelen in verschillende tijden. Heeft op mij geen indruk gemaakt.

De sprong der paarden en de zoete zee (1955): een briljante novelle over de ondergang van het voormalige eiland Schokland. Mulisch op zijn best. Pas geleden heb ik het terug gelezen (ik was op Schokland geweest). Nog altijd zeer genietbaar.

Het mirakel (1955): Niet zo aansprekende verhalen over de belevenissen van de heer Tiennoppen. Gezocht, quasi literair. Deed mij weinig.

Het zwarte licht (1956): een roman om nauwelijks doorheen te komen. Zwaar en somber, zonder de sprankeling die zijn verhalen zo kenmerken. Het begin van de zoektocht naar de mystiek die Mulisch later zo zal kenmerken. Zie de paradoxale titel.

De versierde mens (1957): geweldig sterke verhalenbundel. Door mij in één zucht gelezen. Schitterend. Hier ook weer de mystiek en de overdreven zelfoverschatting, met onderwerpen die alle kanten opspringen, zoals in het verhaal over de jongen Quauhquauhtinchan, levend in Zuid-Amerika tijdens de Maya-cultuur, of de sergeant Massuro, die plotseling verdwenen is. 

Het stenen bruidsbed (1959): een roman over het bombardement op Dresden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Heeft op vele boekenlijsten van middelbare scholieren gestaan, ook op die van mij. Overschatte roman. Te veel bedacht. 

Voer voor psychologen (1961): sterk essayistisch boek. Boeiend als je meer over de drijfveren van Mulisch wilt weten. Vergelijkbaar met het door mij bewonderde "Het sadistische universum" van W.F. Hermans (uit 1964).

Invloeden van Nietzsche, getuige bijvoorbeeld het gebruik van aforismen. Mulisch kijkt terug op zijn schrijverscarrière, beschrijft het schrijven zelf, is daar af en toe briljant in. "Schrijven is straten maken: op je knieën liggen en achteruit kruipen." Dit boek heeft grote invloed op mij gehad.

De zaak 40/61 (1962): een serie artikelen dat Mulisch schreef over het proces tegen de ex-nazi Adolf Eichmann. 

Bericht aan de rattenkoning (1966): een vlammend boek vóór de pas ontstane provobeweging en tégen het regentendom dat in Amsterdam heerste. Leest nu nogal gedateerd, maar was toen actueel en zeer lezenswaardig.

Het woord bij de daad (1968): een enthousiast boek over de toewijding van Mulisch voor de Cubaanse revolutie en in het bijzonder voor de persoon Fidel Castro. Mulisch was in dat jaar daadwerkelijk op Cuba en schrijft euforisch over wat hij daar meemaakt. Achteraf is het gemakkelijk kritiek op deze naïeve houding te hebben, maar de tijden waren toen anders, van hoop en verlangen gevuld. Een tijdsdocument.

De verteller (1970): een volledig mislukte roman (alweer). In een poging een tweede Ulysses (het beroemde boek van James Joyce uit 1922) te schrijven, vergaloppeerde hij zichzelf geweldig in vage belevenissen van nog vagere hoofdpersonen. Niet om door te komen.

De verteller verteld (1971): in een poging de vernietigende kritieken die op zijn roman De verteller volgden te weerleggen, schreef hij een vervolgboek waarin hij een en ander verdedigde en uitlegde. Had hij beter niet kunnen doen.  

De affaire Padilla (1971):  een vervolgboek op zijn boek over Cuba Het woord bij de daad. Ik kan mij weinig van dit boek herinneren, wat misschien genoeg zegt.

De toekomst van gisteren (1972): sinds lange tijd heeft Mulisch weer iets van dat sprankelende van vroegere tijden. Een terugblik op de Tweede Oorlog (stel dat Hitler de oorlog wèl gewonnen had, hoe zou onze tijd er dan uit hebben gezien?), de jaren zestig, de Koude Oorlog. Zeer leesbaar.

Het seksuele bolwerk (1973): een verslag van zijn leeservaring met Wilhelm Reich, een eigenzinnige leerling van Freud. Paste in de tijd van de bloei van de seksuele revolutie, leest nu gedateerd.  

Twee vrouwen (1975): een mijns inziens mislukte roman over de liefde tussen twee vrouwen. Geschreven op het hoogtepunt van de hype dat "elke vrouw lesbisch is, behalve zij die het nog niet weten", met als boegbeeld Anja Meulenbelt (De schaamte voorbij). Te veel bedacht en naar het tijdbeeld van toen geschreven. Later verfilmd met Maria Schneider in de hoofdrol.

De compositie van de wereld (1980): ondoorgrondelijk filosofisch bouwwerk. Mulisch heeft er erg veel denkwerk in gestopt, maar helemaal te volgen is het niet. Niet aan mij besteed.

De aanslag (1982): zijn eerste (!) geslaagde roman. Hij kan het dus wel, een roman schrijven. Een goed lezend verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Spannend. Later succesvol verfilmd door Fons Rademakers (die er een Oscar voor kreeg). Voor het eerst wordt Mulisch door dit boek links en rechts geprezen als een gevierd schrijver.

De ontdekking van de hemel (1992): het opus magnum van Mulisch. Een sprankelend boek over de vriendschap tussen Mulisch en de schaker Jan Hein Donner, in het boek opgevoerd als de sterrenkundige Max Delius (= Mulisch) en de politicus Onno Quist (= Donner). Beiden zijn geniaal, precies zoals zij zich voelden in hun persoonlijke leven. 
Mulisch trekt hier alle registers open wat betreft mystiek, exact denken, levens die verstrengeld raken, het toeval dat een grote rol speelt. Opvallend dat de hoofdfiguur op tweederde van het boek plotseling verdwijnt en dat zijn rol in het boek wordt overgenomen door zijn zoon Quinten. 
Romantechnisch kun je zeggen dat ook dit boek mislukt is. Het verdwijnen van de hoofdpersoon, het ongeloofwaardige einde met de kleitabletten, het had veel sterker gekund. Maar, er zit zoveel kracht in dit boek, zoveel plezier, dat het genot je tijdens het lezen tegemoet springt. In die zin is het een juweel en inderdaad terecht uitgeroepen tot beste Nederlands boek aller tijden.

Siegfried (2001): het boekenweekgeschenk van dat jaar. De ijdelheid van Mulisch neemt hier groteske vormen aan. Als je de ironie niet ziet gaat het ongelooflijk irriteren. De manier waarop Mulisch in het buitenland als groot schrijver wordt ontvangen, met in elk hotel een vrouw die met hem het bed wil delen. Een bedacht en ongeloofwaardig verhaal over de vermeende zoon van Hitler. De schrijver heeft als enige weet van zijn bestaan, jaja.

Er ontbreken een aantal boeken in bovenstaande lijst, vooral van latere jaren. Die heb ik dan niet gelezen.