Hoofdbanner

Van de Japanse schrijver Haruki Murakami (1949 - ) heb ik de afgelopen maanden een achttal boeken gelezen. Zijn stijl spreekt mij aan. Soms prettig fragmentarisch, zoals in zijn eerste twee novelles Luister naar de wind uit 1979 (pas in het Nederlands verschenen in 2015) en Flipperen in 1973 uit 1980 (idem in 2015). Ook af en toe nihilistisch, met aandacht voor de duistere kanten van het leven, zoals in zijn doorbraak naar het grote publiek Norwegian wood uit 1987. Inderdaad, naar het lied van The Beatles. Met veel plezier las ik ook zijn After dark, waar slaap en wakker bewustzijn geregeld in elkaar overlopen, op het paranoïde af, zijn novelle Slaap met dezelfde hallucinerende thema’s, en zijn verhalenbundels Kangoeroecorrespondentie en De olifant verdwijnt. Hij schrijft
op een bijna Kafka-achtige manier. Soms vervreemdend, soms ook duister, maar wel met een
altijd heldere schrijfstijl.  Ten zuiden van de grens

Het boek dat mij tot nu toe van Murakami het meeste aanspreekt is Ten zuiden van de grens
uit 1992. Het gaat over Hajime, een jongen geboren op 4 januari 1951, zo staat op de eerste bladzijde. In enkele bladzijden beschrijft hij zijn jeugd als enig kind. Op de lagere school raakt
hij bevriend met het meisje Shimamoto. Door kinderverlamming vlak na haar geboorte sleept
ze met haar ene been. Ook zij is enig kind. Dat schept een band die verder gaat dan alleen
maar vriendschap. Muziek speelt daarbij een grote rol. Als enige voelt hij zich door haar begrepen. Maar na hun lagere schooltijd verliezen ze elkaar uit het oog. Hij mist haar nog
elke dag. Hajime beschrijft zijn moeizame leven tot zijn 37e jaar. Ondertussen is hij getrouwd, heeft twee dochters, is eigenaar van twee bloeiende jazz-clubs, heeft zo’n 15 jaar eerder een pijnlijke relatie met Izumi gehad die hem lang blijft achtervolgen met grote schuldgevoelens, maar kan toch niet loskomen van zijn grote jeugdliefde Shimamoto. Die hij op 37e dan ook regelmatig weer ontmoet. Met alle tragische gevolgen van dien.
Het boek is tragisch, meeslepend, gevoelvol en verrassend vol open eindjes. Precies zoals
de hoofdpersoon zich voelt. Vol mysteries ook. Op een bepaalde manier voor de lezer ongrijpbaar, maar steeds uiterst boeiend. De ondergane emoties zijn diep en doorleefd. Met
veel zijpaden naar de popmuziek van de jaren zestig en zeventig, naar de maatschappelijke verwikkelingen die toen speelden. Wat er vooral bovenuit steekt is de eerlijkheid van de
schrijver. Geen opsmuk, geen literair gedoe, direct vanuit het hart geschreven. En toch nog
fraaie zinnen. Ten zuiden van de grens is een juweeltje dat mij nog lang na zal blijven.