Hoofdbanner

Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen...

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar 't hart van Rome.


Jan van Nijlen (1884-1965)


Dit gedicht uit 1934 van de Antwerpse dichter en essayist Jan van Nijlen is vooral bekend geworden door de eerste twee regels:

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

In 2011 zijn deze regels aangebracht in het treinstation Antwerpen Centraal, bekend ook van diverse enthousiasmerende flashmobs die her en der op YouTube circuleren.
Het is een veelzeggend begin, een oproep om op reis te gaan met een koffer (valies) vol met dromen. Dit in plaats van kleren en andere materiële spullen waar een koffer gewoonlijk mee gevuld is. De inhoud die je hier meeneemt gaat voorbij aan het alledaagse leven, het reikt verder, daar waar je letterlijk van kunt dromen. Het is het overstijgen van het keurslijf waarin we door werk en verantwoordelijkheden gedwongen zijn te leven. Het is een oproep voor het hebben van idealen, tot een toekomstgericht nieuw leven, een doorbreken van de alledaagse sleur. Met die bagage, zo wordt gesuggereerd, kom je overal terecht, in elke stad vind je een behoorlijk onderkomen. Het is een denderend begin van het gedicht, niet voor niets zo vaak geciteerd. Je voelt de trein in beweging komen, je wilt mee, met je eigen koffer vol met dromen. Het stemt blij en hoopvol.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

De oproep gaat verder, wees geduldig, zit naast het open raam. Wacht af, maak je niet druk, je bent anoniem, niemand let op je, je hebt alle vrijheid, niets bindt jou, je bent gewoon een reiziger, meer niet. Ondertussen richt je je blik naar buiten, op wat daar naar je toekomt (het open raam). Het is een houding van contemplatie, een haast boeddhistische manier om het leven te ontvangen. Jijzelf bent niet belangrijk (niemand kent uw naam).

Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Duik onder in de puurheid van jezelf (uw frisse kinderogen) en wees je bewust van de tegenstellingen aldaar. Kijk nonchalant en scherp, dus enerzijds enigszins lukraak en zonder oordelen, anderzijds doordrongen van de betekenis van wat je ziet. Dromerig ook, geef het de ruimte, omlijst het niet te veel. En toch weer opgetogen, dat wat jij ziet jou vervult van blijdschap.

Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Ervaar dat de wereld aan je voeten ligt. Alles wat wil groeien ligt te wachten om opgeraapt te worden. Voor jou, als je het maar wilt zien.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Laat de degenen die wel in de materiële wereld leven (de handelsreizigers) maar hun oordelen uitspreken over de dingen waar zij geen weet van hebben (de filmcensuur). Het leven zelf (God) glimlacht erom en gaat zijn eigen weg (kiest zijn uur).

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

Kijk niet neer op de mensen die louter hun plicht vervullen. Zonder hen zou er geen voortgang mogelijk zijn (zou nooit één trein vertrekken).

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En ondervind je tegenslag, blijf dan rustig en open je koffer vol met dromen. Die inhoud geeft pas zin aan het leven, doet jou opgaan in het moment zelf. De uiterlijke omstandigheden zijn niet zo belangrijk

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen...

En ook, kom je ergens terecht wat jou volslagen onbekend is, besef dan dat het bereikte doel niet de essentie van het reizen is, maar het onderweg zijn zelf. Zowel voor dolaards als de ware wijzen…, staat er dubbelzinnig met puntjes eindigend. Vul zelf maar verder in.

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar 't hart van Rome.

De slotregels geven een soort van samenvatting van het voorgaande. Het gewone leven (gewone bomen, een doodgewone trein) voert je naar de kern van het bestaan (’t hart van Rome). Daar hoef je niet verbaasd over te zijn. Voorwaarden zijn dat je je dromen behoudt en koestert, dat je naast een open raam zit, nonchalant en tegelijk scherp naar buiten kijkt, geduldig wacht waar het leven (de trein) jou heenvoert, en je zult zien, je vindt een zinvolle plek in de wereld, waar je ook terecht komt (in elke stad een behoorlijk onderkomen).