Hoofdbanner

Oefening voor in het onverwarmde ziekenhuis

In deze oefening
Wil ik je brengen
Naar de diepste geheimen
Van je hart
Ik moet voorzichtig zijn
Ik moet heel voorzichtig
Dat hart openleggen
Ik ben geen chirurg
Mijn handen trillen
Mijn kleine mesjes zijn veel te stomp
Maar kom maar hier
Ik moet het doen
Of je wilt of niet
Vandaag of morgen
Een keer moet het er toch van komen
Natuurlijk moet je lachen
Schateren om mijn onnozelheid
Om de manier waarop ik alles aanpak
Handschoenen aan en uit
Warm water koud water
De lampen hoog en laag
Er is niets voorbereid
En iedereen heeft twee linkerhanden
en iedereen sterft van de kou
In dit onverwarmde ziekenhuis
In de onverwarmde operatiekamer
Waar de ventilatoren en het gaslicht
Meer lawaai maken dan onze patiënt
Onze zieke
Onze behoudzuchtige zieke
Onze kleine lieveling
Onze kleine lieve zieke lieveling
Onze liefste kleine lieve liefste lieveling

Wees maar stil meisje
Ik zet je het mes niet op de keel
Ik open
Ik ben geen vakman
Ik ben maar een amateur
Ik open je borst
En ga op zoek naar je hart


Jean-Paul Franssens (1938-2003)


Dit was het lievelingsgedicht van een vroegere vriendin van mij. Het is van de hand van de veelzijdige kunstenaar Jean-Paul Franssens, wiens roman 'De wisselwachter' in 1986 succesvol werd verfilmd door Jos Stelling. Het is een sentimenteel gedicht, vol pure en directe emotie. Een beetje zielig ook. De dichter draait er niet omheen. De titel zegt genoeg: Oefening voor in het onverwarmde ziekenhuis. Onverwarmd, dus kil, zonder de warme zorg van doktoren en verpleegsters. Degene die geopereerd moet worden is kennelijk moederziel alleen, aan haar lot overgelaten, misschien zelfs in de steek gelaten.

In deze oefening
Wil ik je brengen
Naar de diepste geheimen
Van je hart


Er wordt geopereerd, maar het mag die naam niet hebben. Een oefening heet het te zijn. Een poging om te komen tot de diepste geheimen van je hart, staat er letterlijk. Aha, geen fysieke operatie dus, meer een psychologisch symbolische.

Ik moet voorzichtig zijn
Ik moet heel voorzichtig
Dat hart openleggen
Ik ben geen chirurg

De ik-figuur is een amateur, niet gewend dit soort ‘operaties’ uit te voeren. Hij verontschuldigt zich bij voorbaat. Hij kan fouten maken. Maar hij doet zijn best, hij zal voorzichtig zijn.

Mijn handen trillen
Mijn kleine mesjes zijn veel te stomp

Oei, de ik-figuur is zenuwachtig, beschikt ook niet over de goede apparatuur. De twijfel lijkt steeds meer toe te nemen. Gaat dit wel goed? Kan de ik-figuur dit wel aan?

Maar kom maar hier
Ik moet het doen
Of je wilt of niet
Vandaag of morgen
Een keer moet het er toch van komen

De ik-figuur herpakt zich. Kom op, aan de slag. Er wordt daadkracht verwacht. Het moest er een keer van komen, beter vandaag dan morgen.

Natuurlijk moet je lachen
Schateren om mijn onnozelheid
Om de manier waarop ik alles aanpak

De stunteligheid van de ik-figuur doet aandoenlijk aan, ook voor degene die geopereerd gaat worden. Even is er ontspanning, ontstaat er contact, moet de ander lachen. De zware ernst is even doorbroken. Alsof de ik-figuur ook voor een moment wat lucht krijgt.

Handschoenen aan en uit
Warm water koud water
De lampen hoog en laag

De slapstick gaat nog even door. Drie keer een tegenstelling, als het zoeken naar de juiste handeling. Wat nu wel en wat nu niet. Het gaat alle kanten op. Het tekent de twijfel en onervarenheid.

Er is niets voorbereid
En iedereen heeft twee linkerhanden
en iedereen sterft van de kou
In dit onverwarmde ziekenhuis
In de onverwarmde operatiekamer

Direct duiken we weer in de ernst van de situatie. Zo leuk is het allemaal niet. Het is in feite een zooitje, er is niets voorbereid, iedereen heeft twee linkerhanden. Sterker, iedereen sterft van de kou. Heftig. Wat is dit voor een omgeving, denk je dan. Niet alleen het ziekenhuis is onverwarmd, ook de operatiekamer zelf, daar waar het moet gebeuren.

Waar de ventilatoren en het gaslicht
Meer lawaai maken dan onze patiënt

Dat ook nog. De irritante herrie, er is geen enkele rust, geen mogelijkheden voor concentratie, en dat op een moment dat er een zeer delicate operatie plaats gaat vinden.  Alle omstandigheden lijken tegen te werken.

Onze zieke
Onze behoudzuchtige zieke
Onze kleine lieveling
Onze kleine lieve zieke lieveling
Onze liefste kleine lieve liefste lieveling

Nu richt de aandacht zich op de patiënt zelf. Onze zieke, wordt ze genoemd. Alsof er van alles met haar aan de hand is. Let op de overdreven herhaling van de woorden zieke, lieve en lieveling, als een soort mantra om de intensiteit van zorg en betrokkenheid nog indringender over te laten komen. Nu pas volgt de eerste witregel in dit lange gedicht:

Wees maar stil meisje
Ik zet je het mes niet op de keel
Ik open
Ik ben geen vakman
Ik ben maar een amateur

De geruststelling van de ik-figuur, heb vertrouwen, ook al stel ik weinig voor, ik dwing je niet, stel je gerust open. Ik zet je het mes niet op je keel, staat er als grappige kwinkslag. En nogmaals ten overvloede, de ik-figuur is maar een amateur.

Ik open je borst
En ga op zoek naar je hart


Deze slotzin is een fraai einde voor de operatie die staat te gebeuren. Niet een echte natuurlijk, maar een gevoelvolle zoektocht naar een letterlijk hartstochtelijk contact, naar een innerlijke verbinding die tot op heden kennelijk niet gelukt is. Was het meisje versteend in haar emoties? Zat haar hart op slot? Of lukte het de ik-figuur gewoon niet om contact met haar te krijgen?
Er is een open einde, want uit niets blijkt hoe de operatie is afgelopen. Of het hart en daarmee het contact daadwerkelijk gevonden is. Waarmee het zowel een hartstochtelijk liefdesgedicht is als een tragische zoektocht naar de verbinding met een geliefde. Een meisje, wordt ze genoemd. Dat kan zowel een dochter zijn als een jonge geliefde. Ook hier laat de dichter ruimte over om zelf te interpreteren.