Hoofdbanner

Deze week is mijn gedicht van 74 bladzijden Ik ben voorbij opnieuw uitgegeven. Als derde herziene druk 2020. Opnieuw te koop in elke boekhandel en bij bijvoorbeeld bol.com. Zie hier.

Het gedicht is al lange tijd geleden ontstaan. Toentertijd werd hij mij opgedrongen, zo voelde dat. De woorden persten zich naar binnen. Ik had zelf geen idee wat ik aan het opschrijven was. Vandaar dat ik er om de zoveel jaar opnieuw doorheen ploeg, om het ook voor mijzelf begrijpelijker te maken. Zo ontstond de eerste druk in 2013 en de tweede herziene druk in 2015.

Waar bestaat het gedicht uit? Ik denk zelf dat het een zoektocht is naar het wezen van onszelf. Wie zijn wij? Wie ben ik? Wat is wezenlijk (ondeelbaar) aan mij? Wat brengt de toekomst? De ik-figuur doorloopt verschillende stadia. Er is een eerste poging, een tweede poging, daarna de doorbraak. Zo is het ook ingedeeld in hoofdstukken: Prelude, Eerste poging, Tweede poging, Doorbraak. Zelf vat ik het gedicht nog steeds niet helemaal, maar langzaam aan beginnen bepaalde betekenissen wel te dagen. Misschien dat ik er over pakweg vijf jaar, als ik weer wat aangerijpt ben, opnieuw doorheen ga.  

Hieronder het begin van het gedicht, de Prelude:

Prelude

Er was ruimte, genoeg ruimte
voor de grote cirkel van
juichende armen en benen
die de aarde bevolkten
in de boog van Leonardo
was het dansen louter dansen
op de thermiek van alsmaar ijlere lucht
gingen we omhoog, verder
in een golvend ritme
van tingeltangelklanken
stegen wij op
hoog boven de bergen
als adelaars
langs spiralen van geluk
naar een zilveren lentewolk

deze ruimte is heden ten dage
met ruwe handen ingepakt
in knipsels van schreeuwerige kranten
waar het gif in letters vanaf druipt

 

ineengedrukt nu tot een geestloos dak
dat grijs en somber overdrijft
waar toch ooit de schittering
haar voort deed snellen
voorbij de aardse donder
van kommer en verdriet

hoe het regent, onvoorstelbaar
druppels zijn speren geworden
raketten met naaldenkoppen

 

op z’n scherpst geslepen
schieten door muren van huizen
tot in veilig gewaande kamers
gaan ze dwars door kleren
splijten ons tot op het bot

buiten waait het bomenhard
geen wandelen mogelijk
zelfs voetafdrukken waaien weg
tuimelen holderdebolder
over de kop als herfstbladeren
door netjes aangeharkte tuinen
van laatste restanten brave burgers

ikzelf, mijn opgetrokken vesting
zet zich vast in eenzaamheid
wat moet ik anders dan
hoge schuttingen planten
schuilen, zeg maar vluchten
achter einde-tijd-gordijnen
nee, niet afwachten
de kelder dieper uitgraven
in het holst van de nacht
als voorbereiding op het onheil
dat als een horde paarden
de manen wild wapperend
op ons af komt stormen

wikt en weegt, gij zelf beschikt
over de reikwijdtes van uw handelen
zei de laatstgeboren idioot.