Hoofdbanner

Een foto van 11 september

Ze sprongen uit de brandende etages naar beneden -
een, twee, nog een paar
hoger, lager.

Een foto hield ze levend tegen
en bewaart ze nu
boven de aarde naar de aarde toe.

Elk van hen is nog een geheel
met een persoonlijk gezicht
en bloed dat goed verborgen is.

Er is tijd genoeg,
voor het haar om los te waaien,
voor de sleutels en het kleingeld
om uit de zakken te vallen.

Ze zijn nog steeds in het bereik van de lucht,
binnen de kring van de plekken
die net zijn opengegaan.

Ik kan maar twee dingen voor hen doen -
die vlucht beschrijven
en geen laatste zin toevoegen.


Wislawa Szymborska (1923-2012)


Een gedicht schrijven over één van de meest dramatische momenten uit de wereldgeschiedenis, de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001, je moet het maar durven. En doen. Nobelprijswinnares literatuur (1996) Wislawa Szymborska is dat als een van de weinige dichters op aarde toevertrouwd. In haar hele leven heeft ze zo'n 400 gedichten geschreven, maar deze zijn zo indrukwekkend helder, herkenbaar en treffend dat die Nobelprijs haar meer dan terecht is toegekend. Haar kracht is in eenvoudige woorden tot de kern van een emotie te komen, zonder die emotie te benoemen. De lezer krijgt zodoende alle ruimte om zijn eigen perspectief in te vullen. Vanuit zijn eigen cultuur, zijn eigen besef van normen en waarden. De gedichten van Szymborska overstijgen daarmee het persoonlijke, ze zijn universeel. Iedereen herkent zich erin.

De titel van het gedicht Een foto van 11 september laat er geen misverstand over bestaan. Dit gaat over de aanslag op de Twin Towers in New York. Er is een foto genomen. Dat wil zeggen, die hele tragische gebeurtenis is stilgezet, vastgelegd voor één enkel moment.
En wat zien we?

Ze sprongen uit de brandende etages naar beneden -
een, twee, nog een paar
hoger, lager.

Een ontluisterend nuchtere constatering. Alsof het een verslag van een alledaagse gebeurtenis is. Bedoeld voor het plaatselijke nieuwskrantje. Koel en afstandelijk beschreven, zonder emotie. We zien het als een buitenstaander gebeuren.

Een foto hield ze levend tegen
en bewaart ze nu
boven de aarde naar de aarde toe.

De camera zoomt in, we zitten er als toeschouwer ineens veel dichter op. De foto legt het moment vast dat ze nog leefden, haalt ze terug in de tijd, maakt ze opnieuw levend voor ons. We mogen nog even met ze meeleven, met al die springende mensen die vlak hierna onherroepelijk de dood zullen vinden. Het gedicht focust zich op het moment tussen hemel en aarde. Dat moment waarvan je weet dat het afschuwelijk afloopt. Let op hoe het woord 'hemel' ontweken wordt. Heel fraai heet het hier, boven de aarde naar de aarde toe.

Elk van hen is nog een geheel
met een persoonlijk gezicht
en bloed dat goed verborgen is.

De camera zoomt nog verder in. We zien nu de details, een persoonlijk gezicht. Elk slachtoffer draagt een persoonlijke geschiedenis met zich mee. Met alle verwanten en geliefden van dien. Let op het woordje 'nog', dat zich hier nadrukkelijk opdringt. Nu nog wel, straks niet meer. Er wordt vooruit gelopen wat enkele seconden later zal gebeuren, lichamen die te pletter zullen slaan op het beton daar beneden, het bloed dat naar alle kanten zal opspatten. Maar dat nu nog goed verborgen is, staat er schrijnend ironisch. 

Er is tijd genoeg,
voor het haar om los te waaien,
voor de sleutels en het kleingeld
om uit de zakken te vallen.

Een typische Szymborska strofe. De kleine anekdote, het ogenschijnlijk onbelangrijke detail dat zo koeltjes wordt beschreven dat de grote tragiek ons des te indringender raakt. Alsof je je daar druk om zou maken als je weet dat je een paar seconden later dood bent. Nee, de springende mensen waren daar niet mee bezig. Maar wij, die slechts een foto van de springende mensen zien, kunnen in alle rust zo'n foto bekijken. Veilig vanaf onze vertrouwde bank in onze huiskamer. Voor ons is er tijd genoeg om ons met dit soort onbenullige zaken bezig te houden. Het zorgt voor een spanningsveld tussen onszelf als toeschouwer en de mensen die daar de dood tegemoet springen. Een ongemakkelijk spanningsveld.

Ze zijn nog steeds in het bereik van de lucht,
binnen de kring van de plekken
die net zijn opengegaan.

We kijken samen met de dichteres nog altijd naar de foto. Nog altijd zijn de springende mensen bezig met vallen. Nog steeds zijn ze in het bereik van de lucht. Dan staat er het wat cryptische: binnen de kring van de plekken die net zijn opengegaan. Even is de heldere, haast journalistieke manier van beschrijven weg. Het is voor verschillende uitleg vatbaar. Enerzijds het gat dat eerdere springers hebben gecreëerd, anderzijds lijkt het te wijzen op de hemelpoort die zich voor de aankomende doden zal openen. Een ongebruikelijke zin voor Szymborska. Alsof ze zelf ook niet weet hoe ze zo'n moment moet duiden. 

Ik kan maar twee dingen voor hen doen -
die vlucht beschrijven
en geen laatste zin toevoegen.

Dat ze het niet meer weet, blijkt uit deze laatste strofe. Het is haar te veel, en met haar de lezer. De dichter is machteloos, als toeschouwer. Wijzelf zijn machteloos, als lezer. Je wilt wel van alles doen, maar het noodlot heeft zich al voltrokken. Het enige wat de dichter kan doen is vastleggen. De vlucht beschrijven aan de hand van een foto. Meer niet. En wat wij als lezer kunnen doen, is dit verslag lezen. Dan houdt het ook voor ons op. Er valt niets meer te zeggen, niet voor de dichter, niet voor ons. En geen laatste zin toevoegen, staat er als laatste zin. Als grapje, als een soort van pijnlijke knipoog. Maar tegelijk met een ernst die jou de adem ontneemt. Het onmogelijke is voelbaar, heel dichtbij. Het kan niet, maar het is toch gebeurd. Geen laatste zin volstaat en desondanks staat ie er. Dit maakt de gebeurtenis van toen ongrijpbaar, niet te vatten. Tegelijk maakt dit gedicht het levend als nooit tevoren. Dit is wat grootse poëzie vermag. Het brandmerkt zich als een foto in ons geheugen.