Hoofdbanner

Ludwig Wittgenstein (1889-1951) wordt algemeen beschouwd als een van belangrijkste filosofen van de twintigste eeuw. Naast Jean Paul Sartre met zijn existentiefilosofie en Martin Heidegger met zijn ontologie.
In Nederland was het de schrijver W.F. Hermans (in zijn boek Het Sadistische Universum uit 1964) die hem bij een groter publiek introduceerde. Daarvoor was Wittgenstein nauwelijks bekend.
Pas in de jaren 70 van de vorige eeuw brak hij door, kun je zeggen. Elke student las in die periode wel zijn Tractatus Logico-Philosophicus (algemeen afgekort tot Tractatus). Het was Wittgenstein vóór en Wittgenstein na. Ik herinner mij de vele levendige discussies die dat in studentenkringen opleverde.

Wittgenstein was van oorsprong wiskundige. Voor hem was het probleem van de filosofie het probleem van de taal. De taal is te beperkt om de volledige werkelijkheid weer te kunnen geven. Hij ging de taal dan ook wiskundig te lijf, onderzoekend of een zin (of uitspraak) waar of onwaar was. Daar draaide het bij hem om. Dit “logisch atomisme”, zoals dat genoemd wordt, was eerder al door Gottlob Frege en Bertrand Russel ontwikkeld, beiden ook wiskundigen.

Bijvoorbeeld, de zin: “De koning van Frankrijk is kaal”.
Drie uitspraken vloeien hier tezamen. Hierbij liggen de begrippen "koning" en "Frankrijk" ondubbelzinnig vast.

1.       Er is een koning van Frankrijk.
2.       Alles wat een koning van Frankrijk is, is kaal.
3.       Er is maar één koning van Frankrijk. 

Oftewel, in wiskundetaal: er bestaat een x waarvoor geldt dat: x een koning van Frankrijk is en x kaal is, en voor elke y dat als y een koning van Frankrijk is, dan is y identiek aan x (y=x).
Voor Wittgenstein zijn de grenzen van de taal de grenzen van het denken. Problemen ontstaan wanneer gepoogd wordt het onzegbare te zeggen. Om die problemen helder te krijgen zal de structuur van taal geanalyseerd moeten worden. Pas door grondige (wiskundige) analyse zal het probleem opgelost kunnen worden of zal het gewoon verdwijnen (omdat men bijvoorbeeld verkeerde uitgangspunten heeft genomen).

Bij dit ontleden van de taal onderscheidde Wittgenstein atomaire zinnen en complexe zinnen.
Atomaire zinnen slaan op elementaire namen en eigenschappen die verder ondefinieerbaar zijn. Ze vormen de meest elementaire bestanddelen van de wereld. Elk elementair bestanddeel is een atomair feit, en bij elkaar opgeteld vormen ze de wereld in zijn totaliteit. Voorbeeld van een atomaire zin: zijn naam is Piet. Of: Jan heeft last van hooikoorts.
Maar niet atomair is: de gemiddelde mens wordt wordt 76 jaar. De gemiddelde mens verwijst namelijk naar geen enkel bestanddeel uit de werkelijkheid. Het is slordig taalgebruik. Bedoeld wordt: gemiddeld wordt een mens 76 jaar. Dit geldt voor veel verwijzingen en ogenschijnlijk objectieve feiten.
De meeste zinnen zijn om die reden complex: opgebouwd uit meerdere uitspraken tegelijk die soms in tegenspraak met elkaar zijn (of althans, niet logisch verbonden). Vandaar de gebruikelijke verwarring en filosofische onduidelijkheden.
De zin “De koning van Frankrijk is kaal” is overduidelijk een complexe zin.  De zin bestaat uit 3 onvolledige zinnen (zie voorbeeld), die met elkaar gecombineerd worden.

Wittgenstein introduceerde het begrip “waarheidsfunctionele taal”. Deze geeft ten eerste aan wat het onderscheid is, en ten tweede hoe we in staat zijn dit onderscheid te begrijpen. Vanuit de atomaire zinnen kunnen we begrip krijgen voor, en inzicht krijgen in, complexe zinnen. De waarheidsvoorwaarden van een complexe zin kunnen we direct afleiden uit de waarheidsvoorwaarden uit de onderdelen ervan. Als we de onderdelen begrijpen, begrijpen we ook het geheel.

Neem de zin “p of q”. De definitie van “of” luidt: “p of q” is onwaar indien zowel p als q onwaar zijn, en anders waar.
Of de definitie van “niet”: niet-p is waar indien p onwaar is, en onwaar als p waar is. Hieruit volgt dat de zin “p of niet-p” altijd waar is, wat p ook mag zijn.
Op deze manier legt Wittgenstein de taal wiskundig bloot. Door strikt logisch de (onderdelen van de) taal te ontleden in zijnde waar of niet waar.
Digitale filosofie, zou je dit kunnen noemen. De wereld en haar feiten en mededelingen (als basis) opsplitsen in twee kampen, waar en onwaar. Er is een uitgesloten derde. Zoals in de digitale techniek, wel spanning of geen spanning, een hoog signaal of een laag signaal, een 0 of een 1.
Zoals elke computer (als basis) uit nullen en enen bestaat, met als grondbeginselen de EN-poort, de OF-poort en de invertor (de NIET-poort). Overeenkomstig zoals Wittgenstein de taal analyseert.
Zie ook in de digitale techniek de zogenaamde "waarheidstabellen" waarmee de uitkomst van een complex (elektronisch) geheel kan worden omschreven. 

Ander voorbeeld: de wereld blijkt op atomair gebied gekwantiseerd te zijn (volgens het natuurkundige model van de moderne kwantummechanica), d.w.z. opgebouwd uit ondeelbare energiepakketjes. Iets is ofwel een pakketje, of niet. Waarbij de pakketjes eindeloos bij elkaar gestapeld kunnen worden tot een complex geheel.

We zien eenzelfde ontwikkeling in de leefwereld van onze moderne tijd: vrijwel alle analoge apparaten worden vervangen door digitale, of het nu televisie is, camera’s, c.d’s, je ziet het overal. Analoog is: alle mogelijke waarden bevattend, heel geleidelijk van laag naar hoog. Digitaal is: of een 0 of een 1.
Wat dat betreft sluit de filosofie van Wittgenstein naadloos aan bij onze moderne verdigitaliseerde samenleving.

Maar, bij Wittgenstein zit er een addertje onder het gras. We kunnen de atomaire feiten niet denken zonder de zin te gebruiken waarmee het wordt gezegd. De grenzen van het denken zijn de grenzen van de taal. Waarmee in feite onze hele denksysteem onderuit wordt gehaald. Juist omdat we van diezelfde taal gebruik zullen moeten blijven maken.
“Over datgene waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen”, besluit Wittgenstein dan ook. Ons daarmee in een niemandsland achterlatend.
Ach, zegt hij als troost ergens achterin zijn Tractatus, beschouw mijn filosofie als een ladder waarlangs je omhoog kunt gaan, maar die je weg kunt gooien als je in staat bent geweest haar te beklimmen. Best wel laconiek, eigenlijk, zo'n uitspraak. Hetgeen je van een echte filosoof niet gauw verwacht.  Misschien dat we dat met de digitale revolutie ooit ook nog eens gaan doen.

Overigens, zijn Filosofische onderzoekingen bevat een totaal andere filosofie die de inhoud van de Tractatus ontkent en ook ontkracht. Misschien kom ik daar later nog eens op terug.

Boeken:

Tractatus Logico-Philosophicus (1922)

Filosofische onderzoekingen (1952, postuum uitgegeven)

  • +1 # Roel 08-apr-2020 @21:44
    Hoi Fred, tegenwoordig bestaan er vele programmeertalen die gebaseerd zijn op de taalfilosofie van de door jou genoemde Frege en de lambda calculus. Zie bijvoorbeeld https://www.haskell.org/
    Ik werk daar dagelijks mee en voel me er in thuis en heb ook zeer veel bewondering voor dit boekje van Wittgenstein.
    Zoals jij aangeeft is het echter nogal een eenzijdige kijk op taal. Daarom kan ik me meer vinden in de door jou genoemde fenomenologische ontologie van Heidegger (voor zover ik die kan begrijpen). Hij erkent gelukkig ook het belang van dichters. Gelukkig hebben we de dichters nog! Na een lange dag programmeren ben ik blij als er hier weer een nieuw gedicht van jou is verschenen, zoals bijvoorbeeld boos Gebed in C. Je kan merken dat dat van diep komt en doordrongen is van betekenis die niet in predicatenlogica te vatten is. Zeer fraai ook die stukjes uit het einde van "Ik ben voorbij". Dankjewel.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Fred 09-apr-2020 @20:51
    Ha Roel, wat een leuke en verrassende reactie. Ik wist niet dat dat jouw werk was. De lambda calculus, inderdaad zeg. Wat leuk ook dat je mij volgt. Wittgenstein is digitale taalfilosofie, zoiets. Dat je mijn bundel "ik ben voorbij" zo goed kent. Daar sta ik van te kijken. Gebed in C is in een verkapte vorm een herhaling van dat gedicht, zou je kunnen zeggen. Ik twijfelde bij het hergebruik aan die dichtregels. Bang dat de lucht eruit was. Maar jij wist ze nog! Apart. Zoals je zegt, gelukkig hebben we de dichters nog.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Roel 10-apr-2020 @19:51
    Die bundel heb ik na jaren toevallig rond kerstmis herlezen vorig jaar, samen met esoterisch waarnemen. Dat boek met name is me altijd heel goed bijgebleven en heeft me o.a. geïnspireerd om Kafka en Dostojevski te gaan lezen. Inmiddels zou je misschien een deel twee kunnen uitbrengen met al het mooie materiaal van de laatste tijd!
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    +1 # Fred 11-apr-2020 @09:27
    Ha ja, dat zou wat zijn. Voorlopig leg ik wat meer nadruk op het experimenteren met mijn verhalen. Ik zie wel waar dat toe leidt. Ik zal soms uit de bocht vliegen, maar dat is inherent aan een soms te hoge snelheid hebben.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer