Hoofdbanner

Je hebt de psychologie van de mens en je hebt de psychologie van de groep. Deze laatste wordt wel sociale psychologie genoemd.
Het feit of iemand zich moreel of immoreel gedraagt, hangt sterk af van de groep waartoe hij behoort of wil behoren. Dat maakt het gedrag van mensen complex. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen die het goed bedoelen toch in de ogen van anderen slechte of verkeerde dingen kunnen doen.
De sociaal psycholoog Naomi Ellemers heeft hier een diepgravend boek over geschreven: Morality and the Regulation of Social Behavior: Groups as Moral Anchors.

Ze beschrijft vier gebieden waarop het onderling mis kan gaan tussen mensen.

1. De moraal voor de ene mens is niet dezelfde als de moraal van de ander. Toch vergelijk je de ander op hetzelfde niveau als waar je zelf staat. Dat kan voor flinke botsingen zorgen. Vaak betreft dit morele, strikt persoonlijke kwesties. Zoals verschillende visies op euthanasie, religie of andere ethische zaken. Wanneer ben je eerlijk naar jezelf toe en wanneer niet? Dat is voor iedereen verschillend. Wat voor de een volstrekt aanvaardbaar is, kan voor de ander de grootste zonde zijn. Acceptatie van een andere visie, die wellicht geheel indruist tegen die van jou, kan een eerste stap zijn om die ander toch te ontmoeten. 

2. Identificatie met de groep waartoe jij behoort. Dat wat de groep doet, voelt alsof jij dat zelf doet. Dat kan een prettig effect hebben. Als jouw voetbalclub kampioen wordt, ben jij zelf een beetje kampioen. Het vergroot je geluksgevoel. Andersom, als jouw groep ellende veroorzaakt, voel jij je ook een beetje schuldig, ook al kun je er persoonlijk niets aan doen. Denk aan de Duitsers die nog altijd de last van de Tweede Wereldoorlog met zich meedragen. Of de herinnering aan het slavernijverleden waaraan Hollanders in het verleden mee deden. Of, op kleinere schaal, de schaamte wanneer een familielid negatief de pers haalt. Het gevoel dat de familie-eer is aangetast.

3. Het gekleurd kijken naar je eigen gedrag. Je bent gauw geneigd te ontkennen wat je zelf niet goed hebt gedaan. In plaats daarvan wijs je misschien op mensen die het nog slechter doen. Alsof dat jouw eigen falen vergoelijkt. Er is een bekend bijbels gezegde: wel de splinter in het oog van de ander zien, maar niet de balk in het eigen oog. Je bent over het algemeen moreel gezien strenger tegen de ander dan tegen jezelf. Dat te doorzien is al heel wat.

4. Misschien het belangrijkste aspect, er is een gelaagdheid van de moraal. Een ieder bevindt zich op een verschillend bewustzijnsniveau, met als gevolg dat een ieders moraal ook anders is. Dit maakt de omgang tussen mensen bijzonder ingewikkeld. Van iemand die op hetzelfde niveau als jij zit, kun je veel hebben. Als ie af en toe wat sjoemelt met zwart geld, ach dat doe jij ook wel eens. Of een leugentje om bestwil, op zijn tijd moet dat kunnen. Je zult de ander er niet over aanspreken. Maar, indien het een hoogstaand iemand betreft, een gezagsdrager of een morele autoriteit, dan reageer je  anders. Je bent verontwaardigd dat juist hij zo handelt, dat had je van hem niet verwacht. Ook anderen, die in jouw ogen qua moraliteit ver beneden jou staan, zoals beroepscriminelen en terroristen, roepen jouw weerzin op. Hoe kunnen mensen tot zoiets in staat zijn, denk je al gauw.

Wat ook voorkomt is dat iemand zo veel morele integriteit uitdraagt, dat men het gevoel heeft daar niet aan te kunnen tippen. Dit roept jaloezie op, afgunst. Het liefst wil men die ander onderuit halen. Wat in feite betekent, men wil hem terugbrengen naar het eigen niveau, zodat ze elkaars gelijken zijn. Dit gebeurt onbewust, vandaar dat de effecten vaak zo sterk zijn. We hebben het niet door.
Een voorbeeld is moeder Theresa, die onder de armsten der armen in India werkte. Veel mensen adoreren haar en haar levenswerk, evenveel anderen beschimpen haar, noemen haar egoïstisch, te streng in de leer met haar ideeën over abortus etc. Ze is een omstreden figuur, juist vanwege haar hoge moraliteit.
Andere mensen die idealistisch werk verrichten hebben ook last van deze jaloerse kritiek. Denk aan organisaties als Greenpeace, milieudefensie, het COC, die krijgen elke dag weer bakken met rottigheid en soms zelfs bedreigingen over zich heen. Leuk is anders.

Mijn eigen ervaring: eind jaren zeventig van de vorige eeuw besloot ik geen vlees meer te eten en alleen nog maar onbespoten groente. Zonder dat van de daken te schreeuwen overigens. Sommige mensen in mijn omgeving kregen daar weet van en begonnen mij ongevraagd aan te vallen met allerlei verwensingen en verwijten. Er zat geen logica in hun kritiek, maar de agressie was behoorlijk fel. Steeds opnieuw moest ik mij verdedigen. Kennelijk voelden zij (meestal de wat oudere mensen) zich door mijn nieuwe levenshouding bedreigd. Alsof hun manier van leven dan 'minder goed en zuiver' zou zijn. 

We voelen ons het meest op ons gemak te midden van mensen die hetzelfde denken en voelen als wij zelf. Daar ervaren we veiligheid, daar voelen we ons niet bedreigd. Maar, dat maakt het wel moeilijk om te veranderen. Het zorgt er ook voor dat we snel en gemakkelijk kritiek hebben op mensen die tot de 'andere groep' behoren. 
Die balk in onze eigen ogen, die zien we niet snel. Als een sneltrein schiet ze elke dag aan ons voorbij. Met een machinist aan het stuur die zijn ogen strak op de rails houdt, bang om anders te ontsporen.