Hoofdbanner

Laat ik algemeen en triviaal beginnen: de mens is een sociaal wezen en niet geschikt om langdurig alleen te zijn. Zonder contacten met anderen zal hij niet of slechts moeizaam kunnen functioneren. Die contacten verlopen voor het grootste gedeelte via gesprekken. Hoewel onze lichaamstaal, datgene dat we naar de ander uitstralen, in de communicatie absoluut niet onderschat mag worden.
In de gesprekken met de ander(en) kun je verschillende gelaagdheden ontdekken. Waarmee ik bedoel, er is een groot verschil tussen een beetje keuvelen en echt contact met elkaar hebben.

Ten eerste, je kunt gewoon wat algemene feiten naar de ander overbrengen. Die zijn vaak nuttig om te weten. Bijvoorbeeld, vergeet niet boodschappen te halen, want de groente is op. Of, zullen we afspreken om zo laat bij die en die te zijn? 
De meeste gesprekken die we voeren houden zich aan dit soort feiten. Het contact dat we met elkaar hebben verloopt via ons hoofd, in het bijzonder via onze hersenen. Het is hoofdzakelijk eenrichtingsverkeer. Een antwoord van ja of nee is meestal voldoende om elkaar te verstaan. In de praktijk zitten we bijna altijd op dit niveau van communiceren. In het zakelijk verkeer, de social media, de wetenschap, in korte contacten, het gaat er steeds weer om dat er heldere en eenduidige boodschappen gegeven worden. 
Ook discussies - het meten en vergelijken van elkaars standpunten - verlopen volgens dit patroon. De ene verkondigt een mening, de ander gaat daar al of niet tegenin, uitgaande van zijn eigen standpunten. In de praktijk betekent dit vaak proberen elkaar vliegen af te vangen. Men luistert naar de woorden van de ander, niet zozeer naar diens intentie, en heeft zijn eigen woorden al klaar op het moment dat de ander is uitgesproken.
In de politiek zien we dit gebeuren, maar ook in debatten en vergaderingen waarin bepaalde ideeën of standpunten verdedigd moeten worden. De stellingen zijn van tevoren ingenomen, de voornaamste zaak is de ander van jouw standpunt proberen te overtuigen. Of beter gezegd, van de ander te winnen. De gesprekken ontaarden al snel in een strijd. Echte oplossingen leveren dit soort debatten niet op, juist weer wel een herschikking van machtsverhoudingen. Want daar draait het over het algemeen op uit. Wie is de (uiterlijke) winnaar? Wiens standpunt wordt uiteindelijk uitgevoerd? Ofwel, wie krijgt zijn zin?

Ten tweede, zoek je een wezenlijk contact met de ander, dan zal je een andere houding moeten aannemen. Je luistert naar wat de ander te zeggen heeft, niet zozeer in woorden, maar je stelt je open voor zijn of haar beleving. Gevoelsmatig leef je met de ander mee. Het contact dat er dan is verloopt voornamelijk via het gevoel. De ander roept bijvoorbeeld sympathie op, omdat je hem gevoelsmatig begrijpt. Of juist niet, wanneer je op een andere golflengte zit.
Je merkt, het contact wordt dieper wanneer je je eigen persoon terughoudt tijdens het luisteren. Des te sterker je dat doet, dus des te sterker je je eigen zienswijze of meningen achterwege laat, des te meer ruimte ervaart de ander om zich uit te spreken. De ander krijgt de mogelijkheid 'te groeien' en komt tot inzichten die hij anders misschien niet had. Alsof hijzelf in een diepere laag van zichzelf komt. Hij zal het gevoel hebben tot in zijn ziel gehoord en begrepen te worden. De kunst is vragen te stellen en niet met antwoorden te komen, steeds weer. Vragen stellen geeft ruimte, met antwoorden of oplossingen komen slaat deuren dicht.
In de praktijk vinden dit soort gesprekken plaats in sociale beroepen als de zorg en het onderwijs. Of in persoonlijke relaties waarin men intiemer tot elkaar wil komen.
Andersom geldt ook. Wanneer je jezelf wilt uitspreken, wat je dwars zit of hoe je iets hebt beleefd - en daar heb je natuurlijk recht op -, geef ook op zo'n moment ruimte aan de ander. Een effectieve manier is dit te doen vanuit de zogenaamde ik-boodschap. Zeg wat jij voelt of wat jouw beleving is. Dat kan pijn of verdriet zijn. Of gewoonweg twijfel aan wat je voelt of denkt. Zo lang je vanuit jezelf spreekt hoeft de ander zich niet aangevallen te voelen. Je creëert ruimte voor jezelf én voor de ander. Wat je ervaart is diepte en betrokkenheid.
Zodra je echter met verwijten komt naar de ander, of de ander aansprakelijk houdt voor wat jij voelt of hebt meegemaakt, dan is die ruimte in één keer weg. Je draait de boel om. Je gaat uit van de ander, wat die fout heeft gedaan en pleit jezelf min of meer vrij. Het echte contact is opeens weg. Muren worden opgetrokken, de eigen stellingen verharden zich. Dit brengt niemand tot elkaar. We verworden zo tot eilanden zonder bruggen of andere verbindingen.

Ten derde, er is een nog diepere laag te ontdekken. In een gesprek kun je proberen zowel jezelf als de ander te 'doorzien'. Waarmee ik bedoel, je kunt door hetgeen verteld wordt heenkijken en bepaalde motieven ontdekken. Alsof je door de uiterlijkheden van het leven heen prikt. Iemand vertelt bijvoorbeeld over het leed dat hem in zijn leven overkomt, hij voelt zich onbegrepen, en op een of andere manier begrijp je hem tot in het diepst van zijn wezen. Je voelt zijn lot alsof het jezelf betreft. Je hebt geen oplossing voorhanden, je spreekt dat ook niet uit, dat hoeft ook niet. Maar je overstijgt op dat moment het persoonlijke, zowel in jezelf als in de ander. Daarvoor in de plaats komt een diep doorleefd begrip van dat het is zoals het is. Zowel bij de ander als dat bij jezelf. Dat er een essentie is. Dat het hele leven, hoe ongelukkig ook, zin heeft. Alsof er een wijsheid doorbreekt, een alomvattende visie op het leven. Een overzicht op jouw lot en dat van de ander. Hetgeen berusting geeft en een aanvaarding van het leven zoals dat zich kennelijk aandient. Wat zorgt voor innerlijke rust, het besef dat er diep van binnen een bron aanwezig is waaruit je ook in moeilijke perioden kunt putten.
In dit soort gesprekken wordt de wil aangesproken. Die wil zit gewoonlijk ver weg in ons verscholen en is zeker in deze tijd, waarin alleen het materieel zichtbare wordt erkend, moeilijk bewust te krijgen. De wil is immers niet te meten en wordt om die reden in zowel de psychologie als de neurologie ontkend of niet genoemd. In de wil worden we ook niet opgevoed. Ten minste, niet bewust. Gelukkig nog wel vanuit nog altijd aanwezige morele inzichten, zowel op school als thuis. Hoewel ook die in onze huidige materialistische consumptiemaatschappij vervagen en aan het afbrokkelen zijn.  
Toch bepaalt de wil onze diepste motieven en drijfveren. Kunnen we haar bewust worden, dan krijgen we toegang tot de geest. De geest die ons als mens verheft boven dierlijke instincten als hebzucht en egoïsme. En die tot het meest wezenlijke contact kan leiden dat mogelijk is. Dat van mens tot mens, in een volledig evenwicht, ruimte scheppend waarbij iedereen innerlijk kan groeien. Waarbij er geen oordelen en vooroordelen gelden. Zodat we met z'n allen geestelijk vrij zijn. 
Dit laatste lukt ons natuurlijk nooit. Wat dat betreft moeten we realistisch zijn. Maar het zou al heel wat zijn wanneer we deze drie verschillende bewustzijnslagen herkennen en af en toe meemaken. Het zou een begin zijn.