Hoofdbanner

Rond het jaar 1800 ontwikkelde de Duitser Samuel Hahnemann (1755-1843) een nieuwe manier van genezen, door hem zelf homeopathie genoemd. Het woord homeopathie is ontleend aan het Griekse omeos, dat gelijksoortig betekent en pathos, dat lijden betekent. Het betekent dus: behandelen met iets dat een effect teweeg brengt gelijk aan het lijden.

Samuel Hahnemann was niet de eerste de beste. Hij gold op school als een briljante leerling, gaf op zijn 12e al lessen Grieks aan studenten, studeerde af in scheikunde en geneeskunde, vervolgens in 1779 als arts aan de universiteit van Leipzig, vertaalde vele wetenschappelijke boeken van het Engels in het Duits en werd in 1791 gekozen tot lid van de Academie voor Wetenschap in Mainz. Zijn Reine Arzneimittellehre was in die tijd een standaardboek voor alle artsen in Duitsland.
Toch gaf de traditionele manier van genezen Hahnemann geen voldoening. Hij miste iets. Hij gaf zijn carrière als succesvol arts dan ook op en ging zelfstandig onderzoek doen.
Tijdens de vertaling van een boek over o.a. malaria besloot hij de geneeskundige werking van kinabast te onderzoeken door zelf proefpersoon te zijn. Dat was nogal een rigoureuze stap. Hij nam opeenvolgende doses kinabast in en ontdekte bij zichzelf dezelfde heftige symptomen als bij een lijder aan malaria. Kennelijk, concludeerde hij, geneest juist díe stof die dezelfde symptomen van ziekte bij een gezond iemand veroorzaakt.

Deze ontdekking* legde voor hem de basis voor zijn nieuwe manier van genezen. De volgende jaren ging hij samen met andere artsen op zoek naar de werking van verschillende stoffen. Steeds door zelf de te onderzoeken stoffen tot zich te nemen en de uitwerkingen gedetailleerd op te tekenen. Al gauw ontstond er een grote medische bibliotheek waarin de uitwerkingen van duizenden stoffen (op een gezond lichaam) beschreven werden. Deze uitwerkingen werden vervolgens gekoppeld aan de ziekten, door de overeenkomsten met elkaar te vergelijken. Met zijn vele bevindingen werd de homeopathie al snel door hem zelf en vele andere artsen breed en succesvol uitgeoefend.

Maar Hahnemann ging verder in zijn onderzoek. Hij zag ziekte niet als iets wat van buitenaf het lichaam binnen sluipt, maar als een verstoring van een evenwicht binnenin het organisme. Het is dit evenwicht dat hersteld moet worden**.
Die verstoring van het evenwicht vindt plaats in de levenskracht van het lichaam. Voor de gevestigde wetenschappelijke orde toen, en ook nu, is dit begrip levenskracht niet goed te vatten. Men kan er weinig mee. Omdat levenskracht ofwel vitaliteit niet met atomen en moleculen is aan te tonen. Het is niet materieel, dus niet wetenschappelijk.

Wetenschappers hebben een bepaald model van de wereld, waarbinnen het uitstekend werken is. Onze huidige techniek hebben we daaraan te danken. Het is ongelooflijk knap werk wat er binnen de wetenschap geleverd wordt. Dat kan niet genoeg benadrukt worden. Maar iets dat buiten dit model valt, tja. Dat bestaat niet of is luchtfietserij. Materie is in dit model de basis van alles, ook van het leven. Wat niet met onze zintuigen, of in het verlengde daarvan, met onze wetenschappelijke instrumenten waargenomen kan worden, is niet wetenschappelijk en dus kwakzalverij, of gewoon onzin.

Inderdaad, levenskracht kun je niet met instrumenten waarnemen. Je ziet het wel, wat vaag misschien, aan de uitstraling van iemand. Je zegt dan, hij ziet er slecht uit. Of, die zit goed in zijn vel, hij straalt aan alle kanten. Maar het begrip uitstraling of vitaliteit heeft geen wetenschappelijke basis, want men kan het niet meten.
Wat is dan die levenskracht? Datgene dat een stoffelijk lichaam bij elkaar houdt, kun je zeggen, datgene dat zorgt voor de algemene (uiterst ingewikkelde) functies als ademhaling, bloedcirculatie, afbraak en opbouw van cellen etc. Ofwel, datgene dat atomen en moleculen laat samenwerken.
Levenskracht kun je in de praktijk zien bij het verschil tussen een dood en een levend lichaam. Een dood lichaam is dof in zijn uitstraling. Het lichaam glanst niet. De levenskracht is eruit. Bij een slapend iemand zie je die glans wel. Er hangt iets om het lichaam heen, een stukje vitaliteit. Maar, met instrumenten is die niet te meten. Een wetenschapper zal zeggen dat een dood iemand en een slapend iemand over precies dezelfde hoeveelheid atomen en moleculen beschikken. Alleen, bij een dood iemand is de motor uitgezet. Alsof de mens een machine is.

Maar goed, Hahnemann ging verder met zijn onderzoek. Hij ontdekte dat wanneer hij het geneesmiddel verdunde, de kracht geleidelijk afnam. Maar, wanneer hij tijdens het verdunnen de stof met oplosmiddel krachtig schudde, bleef de oorspronkelijke werking even sterk! Dat was een vreemde maar belangrijke ontdekking. Kennelijk werd er iets van de stof door dit schudden overgedragen op het oplosmiddel. Dit iets was volgens Hahnemann de levenskracht van de oorspronkelijke stof (het medicijn).
Zo verdunde Hahnemann de stof tot honderd keer, duizend keer, steeds onder krachtig schudden, en het bleek hem dat de werking steeds even sterk bleef. Zelfs als hij zodanig verdunde dat van de oorspronkelijke stof geen enkel molecuul nog in het oplosmiddel aanwezig was, bleek de uitwerking even sterk. De levenskracht was kennelijk van de materie losgeschud en overgedragen op het oplosmiddel.

De reguliere wetenschap kan hier niets mee, dat spreekt voor zich. Wanneer binnen jouw model alles tot materie herleid moet kunnen worden, dan is een geneeswijze waarin de materie verdwenen is, d.w.z. niet meer aantoonbaar aanwezig, onacceptabel. Het is dan ook voor de hand liggend dat men hiertegen in het geweer kwam en nog steeds komt, van kritische artikelen in kranten en tijdschriften tot een oproep van verbod op het uitoefenen van homeopathie.
De homeopathie zelf wijst daarentegen op het belang van het losschudden van de levenskracht uit de materie. In de materie is de levenskracht nog gebonden. Het is er wel maar het werkt dan minder vrij makend. Eenmaal los van de materie is de kracht op zichzelf en is er alleen nog kwaliteit dat over blijft.

Homeopathie zoekt genezing van de hele mens. Bij ziekte is het evenwicht verstoord, de levenskracht is aangetast. Deze verstoring wordt zichtbaar in een bepaald gedeelte van het lichaam, de zwakke plek. Door een dynamische (= levenskrachtige) stof toe te voegen die past bij de uiterlijke symptomen van de ziekte, wordt dit evenwicht hersteld. De weegschaal slaat weer terug naar het oorspronkelijke punt, in principe is hier maar weinig (levenskracht) voor nodig. De gehele mens is hiermee hersteld. Ook het onderdeel dat gebreken vertoonde kan weer functioneren.

De reguliere wetenschap grijpt via medicatie (veelal in de fabriek geproduceerde chemische stoffen = niet dynamisch, want geen levenskracht bevattend) in op het onderdeel van het lichaam dat mankementen vertoont. Dit onderdeel wordt verdoofd of geëlimineerd, waarna men de patiënt genezen verklaart.
Echter, het evenwicht van het organisme blijft hierbij verstoord. Alleen de manier waarop deze verstoring naar buiten trad, is weggehaald. Het uiterlijk zichtbare, het symptoom, is verdwenen. De kiem (of oorzaak) van de ziekte blijft aanwezig. Deze zal zich onherroepelijk in andere delen van het lichaam openbaren. Dit noemt men ook wel de bijwerking van chemische medicijnen***.

Homeopathische middelen hebben nooit een bijwerking, omdat ze de gehele mens (van binnenuit, via de levenskracht) aanpakken. Het is de homeopathie in alles te doen om kwaliteit. Deze kwaliteit dient losgemaakt te worden van de materie, van de 'kale' atomen en moleculen. Op deze manier komt ze 'in vrije vorm' ten dienste aan de levenskracht van de mens. Deze holistische manier van genezen is niet een kunde, maar een kunst. Met recht, een geneeskunst.

 

 *Overigens was zijn ontdekking toch niet zo uniek als dat Hahnemann in eerste instantie zelf dacht. Hippocrates en de Zwitserse arts Paracelsus hadden min of meer dezelfde bewoordingen en manieren om te genezen gebruikt.

** De reguliere wetenschap kijkt alleen naar de uiterlijke symptomen. Stel dat het lichaam door een verstoring alarm slaat, dan haalt men het alarm eraf en zegt dan dat de patiënt genezen is. Terwijl alleen het uiterlijk kenmerk (bijvoorbeeld een woekering in het weefsel) weggehaald is. De oorzaak van de verstoring blijft intact.

*** Los van deze (hinderlijke) bijwerkingen zal het duidelijk zijn dat er nog meer verloren gaat. Uiterlijk gaat men wellicht weer gezond door het leven, maar de levenskracht binnen het organisme neemt af (want deze is niet hersteld). Je krijgt dan het scheve beeld dat de mens door de uiterlijke ingrepen van de reguliere medische wereld steeds langer en ogenschijnlijk gezonder leeft, maar dat hij in feite steeds zwakker wordt. Generaties lang veelvuldig chemisch medicijngebruik kan aan een volgend geslacht doorgegeven worden in de vorm van algehele (chronische) vermoeidheid, nieuwe welvaartsziekten en een toenemende kans op onvruchtbaarheid. Dit omdat de algemene levenskracht is afgenomen. De mens leeft dan langer, maar verliest aan vitaliteit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 0 # Roel 22-mei-2020 @13:41
    Leuk om weer een tekst uit de oude doos te zien. Hoe kan het toch dat we zo vast zitten in een materialistisch wereldbeeld? Het is gek om te zien dat in de twintigste eeuw deze houding gemeengoed is geworden, terwijl in dezelfde eeuw uit de quantummechanica is gebleken dat een materialistische voorwerpontologie geen stand houdt. Zitten we in een metafysische crisis?
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Fred 22-mei-2020 @18:42
    Inderdaad, uit de oude doos. Maar nog altijd actueel, lijkt mij. Nee, ik denk niet dat we in een metafysische crisis zitten. Er is nog altijd veel openheid naar andere inzichten en opvattingen. Zolang de diversiteit in politiek, onderwijs en de kunsten gewaarborgd blijft, is er plek voor een niet-materialistisch wereldbeeld. Pas wanneer het materialisme andere stromingen gaat verbieden, zoals in China en in mindere mate in Polen en Hongarije, dan pas zal er een crisis zijn. Eén politieke partij, één soort onderwijs, één soort medische wetenschap. Je voelt al aan, dat werkt verstikkend.
    Overigens staan vaak de universitair geschoolde natuurkundigen open voor wat niet direct materieel zichtbaar is. Omdat zij er heel goed van doordrongen zijn slechts vanuit een (nogal beperkt) model te werken. Het zijn juist de niet-wetenschappers of de alfa-wetenschappers die soms/vaak een dictatuur van het materialisme bepleiten. Denkend dat alleen de materialistische wetenschap de waarheid aan het licht brengt.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Roel 22-mei-2020 @19:24
    Dankjewel voor het verhelderende en genuanceerde antwoord. Ik ben het volledig met je eens wat betreft het tweede punt. Jouw standpunt over diversiteit aan inzichten en opvattingen deel ik ook, maar daar zou je tegenin kunnen brengen dat we tegenwoordig niet alleen een diversiteit, maar een stortvloed aan perspectieven en kennis over ons heen krijgen. Daardoor is het heel moeilijk om het kaf van het koren te scheiden. Iedereen is specialist op zijn gebied en het is haast niet mogelijk om een goed geïnformeerd standpunt in te nemen op vakoverstijgende vraagstukken. Dit stuk is inderdaad zeer actueel. Je zou je bijvoorbeeld kunnen afvragen, om maar even de inkopper te maken, wat er zou gebeuren als iemand een homeopathisch middel tegen corona ontdekt..
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Fred 23-mei-2020 @09:49
    Een homeopathisch middel tegen corona zou mooi zijn en is in principe ook denkbaar, maar in de praktijk niet haalbaar. De homeopathie speelt zich af in de marge van het wereldtoneel. Ze heeft geen machtsbasis. De grote geldstromen gaan naar de reguliere geneeskunde. Die bepaalt het soort onderzoek dat wordt gedaan. De farmaceutische industrie is rijk en machtig. Die zal alles in het werk zetten om de ontwikkeling van homeopathie en bijvoorbeeld de antroposofische geneeskunde te blokkeren, of zelfs in diskrediet te brengen.
    Over die stortvloed aan informatie die over ons heen wordt gestort: het lijkt af en toe verwarrend, met al dat nepnieuws tegenwoordig. Met het opengaan van de poorten naar boven zijn ook de sluizen naar beneden opengezet. De ratten die zich vroeger in het riool hadden verstopt, komen nu de zichtbare wereld in. Zie de trollen op internet, de haatmails richting bekende Nederlanders, het zoeken naar een zondebok (asielzoekers, de islam) om de eigen frustratie te kunnen ontkennen, het opgaan in complottheorieën etc. Maar dit dwingt ons als individu wel om nog bewuster dan anders een eigen weg te zoeken. Authenticiteit is een groot goed. Jezelf in de spiegel kunnen zien. Een innerlijke rust ervaren. Dat kan het ook opleveren.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Roel 23-mei-2020 @12:29
    Wat een mooi inzicht!
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Fred 02-juni-2020 @14:02
    Dank je, Roel. Jouw reacties inspireren mij daartoe. Je bent dus medeplichtig.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer