Hoofdbanner

 

Zichtbaar licht bestaat uit verschillende kleuren. Zo zegt de wetenschap. De kleur blauw nemen wij waar als de golflengte van dit licht tussen 450 en 500 nm is. Bepaalde kegeltjes op ons netvlies vangen dit licht op en geven een elektrisch signaal door aan onze hersenen. Deze interpreteren het als blauw. Hier valt wetenschappelijk gezien weinig tegen in te brengen. Dit is hoe wij de wereld tegenwoordig bekijken en interpreteren, van buiten naar binnen. Dit is de basis van onze wetenschappelijke manier van denken. Een uiterlijk bijzonder succesvolle manier, getuige de techniek die wij de laatste eeuwen allemaal ontwikkeld hebben. En dat gaat nog eeuwen door, deze ontwikkeling.

Maar, we kunnen onze manier van waarnemen ook op een andere manier beschouwen, van binnen naar buiten. Ofwel op de kunstenaarsmanier, die van de intuïtieve beleving. Dit kunnen we toepassen op de kleur blauw. Wat gebeurt er in ons bij het zien van blauw? Deze methode van onderzoek is subjectief en inducerend. Precies tegenovergesteld aan hoe de huidige wetenschap te werk gaat, dat zal duidelijk zijn.

In zijn algemeenheid merken we dat elke kleur zijn eigen emoties en associaties oproept. Kleuren raken ons gemoed, stemmen ons blij, vrolijk of juist somber en weemoedig. Schilders werken met die gemoedstoestanden, juist door een specifieke kleur wel of niet aan te brengen.

In het Kröller-Muller museum op de Hoge Veluwe hingen vroeger in één zaal twee schilderijen. Eén volledig rood, de ander volledig blauw. Wanneer je er dichtbij stond en je liet de kleur rood gedurende een aantal minuten op je inwerken, ervoer je iets heel anders dan wanneer je dat bij het blauwe schilderij deed. Je kunt zeggen, rood doet jou kracht en nabijheid beleven, blauw een soort van schoonheid van ver weg, van afstand. Bij rood voel je je direct betrokken, bij blauw juist niet.

Hoe ontstaan deze verschillen in je gemoed? De wetenschap geeft hier geen verklaring voor. Goethe heeft dit als eerste natuurwetenschapper onderzocht en geprobeerd hier antwoord op te geven. Zijn interesse in schilderijen uit de Italiaanse Renaissance bracht hem naar Italië waar hij zijn ervaringen diepgaand heeft onderzocht. Het leidde tot zijn bekende kleurenleer, die in onze tijd van toonaangevende wetenschap nog altijd uniek is en weinig op zijn juiste merites wordt geschat.

Het uitgangspunt van Goethe was dat kleuren ontstaan daar waar licht en duisternis elkaar ontmoeten. Uit deze ontmoeting ontstaat strijd. De uitkomst van deze strijd bepaalt de kleur die wij zien.
Licht is eenheid, licht is volledig. Het kan niet uiteen gerafeld worden. Dat is het verschil met de wetenschappelijke opvatting. Pas op het scheidsvlak van licht en duisternis, waar de twee in contact met elkaar treden, ontstaat een kleur. Niet omdat het licht uiteenvalt, maar omdat het de strijd aangaat met het donkere. Het licht verliest daarbij iets van zijn glans, het donker licht een ietsje op. Door die strijd ontstaat nuance. Kleuren zijn de nuances van de wereld.

Kleuren zijn dus de uitkomst van de strijd tussen licht en duisternis. Bij de kleur geel overwint het licht grotendeels de duisternis, zou je kunnen zeggen. Het licht is sterker. Vandaar dat we de kleur geel in onszelf beleven als licht, blij en vrolijk.
De kleur blauw ontstaat wanneer de duisternis sterker is dan het licht. Het licht wordt bijna volledig teniet gedaan. Vandaar dat we bij de kleur blauw afstand en kilte ervaren. 
Zo kun je voor elke kleur afzonderlijk beleven hoe de strijd tussen licht en duisternis uitpakt. Iedere kleur heeft daardoor zijn eigen stemming. De kleur die jij zelf het mooist vindt past het beste bij jouw eigen zielenstemming.

Een ander verschil tussen de wetenschap en Goethes invalshoek is de uitleg van de kleur zwart. In de wetenschap is zwart het ontbreken van licht. Er is niets. Niets om te meten, niets om te zien. Voor Goethe was zwart een bepaald soort kracht, dus wel zeker iets. Voelbaar, op een bepaalde manier ook tastbaar. Iedereen die in zijn eentje ’s nachts wel eens in een donker bos heeft gelopen kan daar over meepraten.

Overigens, de oude Grieken kenden de kleur blauw niet. Ze leefden nog zozeer met hun goden, waren nog zozeer één met het geestelijke licht, dat ze die overwinning van de duisternis op het licht eenvoudigweg niet kónden zien. De zee en de lucht worden bij Homerus bijvoorbeeld beschreven in tinten grijs en soms ook groen. Pas later, in de tijd dat de Grieken zich losmaakten van hun godenwereld, wordt er in geschriften gewag gemaakt van de kleur blauw zoals wij die nu kennen.

Die hemel (de geestelijke wereld waaruit wij geboren worden en na onze dood weer naar terugkeren) zoals die vroeger werd beleefd, staat in onze tijd ver bij ons vandaan. Zo ver weg dat velen hem niet meer beleven, of er niet meer in geloven. Ze is kil en koud, afwezig. We ervaren een afstand die te groot is om haar als vanzelfsprekend in ons leven op te nemen.
Vandaar dat wij esoterisch gezien de hemel in de kleur blauw zien. Het blauw van de afstand. Onze manier van leven en kijken is niet geschikt om het (geestelijke) licht waar te nemen. Het past niet, wij zitten te veel vast aan aardse leefomstandigheden.

Als contrast hiermee: let eens op de luchten op de schilderijen van Vincent van Gogh in zijn laatste jaren, toen hij zo vergeestelijkt was. Voor dat laatste, lees zijn prachtige laatste brieven er maar eens op na. Een bevlogen mens, rijk aan esoterische inzichten. Hoe die luchten vaak wervelend zijn en van een gele gloed doortrokken. Hij zag andere kleuren dan de kleur blauw die wij gewoonlijk zien. 

Interessant is verder hoe Goethe tegen de werking van onze ogen aankeek. Om licht waar te kunnen nemen, zullen de ogen zelf een element van licht in zich moeten dragen. Anders kunnen ze het licht niet herkennen. Vergelijk dit met een Chinees die iets tegen je zegt. Je begrijpt hem alleen wanneer je zelf Chinees spreekt en verstaat.
Onze ogen zenden licht uit, natuurlijk niet een letterlijk licht maar een voelbaar geestelijke. De ogen zijn de vensters van de ziel, zei Kafka. In die ziel zit een bepaalde hoeveelheid licht en ruimte, en dat is waarmee wij verbinding zoeken. We hebben oogcontact, heet dat dan. 

Samenvattend, er zijn twee manieren om te verklaren waarom de hemel blauw is, een wetenschappelijke en een vanuit een kunstenaarsperspectief. Ze lijken in strijd met elkaar te zijn, maar zijn het niet. Het hangt er van af welke invalshoek je neemt, die van de wetenschapper of die van de kunstenaar. Beide manieren hebben evenveel waarde. Het is maar wat je er zelf mee wilt of doet.