Hoofdbanner

Een heel gewone eigenschap van de mens is jaloezie. Je ziet dat een ander het beter heeft, financieel, sociaal of op een andere manier. Je zou willen dat jij dat had. Iedereen kent deze gevoelens. Niets mis mee.
De kunst is deze jaloezie van je af te zetten. Je kijkt naar wat je wèl hebt, in plaats van dat je jouw situatie vergelijkt met die van een ander. Dan blijkt het meestal wel mee te vallen.
(Behalve als er onrechtvaardigheid in het spel is. Je doet bijvoorbeeld hetzelfde werk als een ander, maar krijgt minder betaald. Omdat je bijvoorbeeld vrouw bent in plaats van man. Of omdat je in een lagere schaal bent ingedeeld door je baas, terwijl je hetzelfde werk verricht. Dan is het logisch en terecht dat je in opstand komt. Gelijke monniken, gelijke kappen. Er is dan niet zozeer sprake van jaloezie, maar van duidelijk aantoonbaar onrecht. Daar mag tegen gestreden worden*.)

Wanneer het je niet lukt de jaloezie van je af te zetten, en je je eigen positie steeds blijft vergelijken met die van een ander, dan kan dat gevoel zich vastzetten in je emoties. Het gaat je beheersen. Het bepaalt je dagelijkse stemming. De jaloezie is verworden tot afgunst. Nietzsche noemde dit ressentiment. Kenmerk hiervan is dat je het de ander niet gunt verworvenheden te hebben die jij niet bezit. Terwijl je wel het gevoel hebt hier recht op te hebben. Want iedereen is gelijk, toch? Je begint wrokkig te worden, je gaat je afzetten tegen de ander. Je beklaagt jezelf, ziet jezelf als slachtoffer. Hij (of zij) wel en ik niet.

Wanneer de afgunst zich nog dieper verankert in je emoties, kan ze omslaan in rancune. Hoe dit zich kan ontwikkelen beschrijft onder andere Menno ter Braak (1902-1940) in zijn ‘Het nationaalsocialisme als rancuneleer’. Herkenbaar ook voor onze tijd. Je houdt jouw wrok niet voor jezelf, maar uit haar naar de buitenwereld. Vrijheid van meningsuiting noem je dat. Je moet kunnen zeggen wat je denkt. Maar het is natuurlijk één brok negativisme en frustratie dat je aan de wereld wilt laten weten. De sociale media van tegenwoordig staan hier bol van. Je legt de schuld van jouw miserabele bestaan volledig bij de ander, de vijand, de politieke tegenstander, de wel geslaagden in de wereld. Maar vooralsnog blijft het bij woorden en bedreigingen.

Maar het kan nog erger. De rancune kan overgaan in haat. Haat wil de ander vernietigen. Alle oorlogen in de wereld hebben haat als voedingsbodem. Bepaalde politici, uit op macht, springen hier handig op in. Zet verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar op, drijf ze uit elkaar, en biedt jezelf aan als degene die alle problemen kan oplossen. Succes verzekerd. Dat het vervolgens een chaos wordt in de wereld is niet aan hen besteed. Het gaat ze om macht, een vergroting van hun ego, om status. Ze zijn er alleen voor zichzelf. Elke poging tot verbinding wijzen zij resoluut van de hand. Dat is iets voor watjes. Opkomen voor je eigen groep en de anderen als vijand wegzetten. Keihard optreden, dat is het enige dat telt. Als het even kan met grof geweld.

Een voorbeeld van hoe jaloezie via afgunst en rancune kan overgaan in haat is het probleem van de migratie. Bepaalde stromingen in het land focussen zich op de groep asielzoekers die ons land jaarlijks binnenkomt. Zij zouden huizen van de gewone burger inpikken, waardoor er een grote woningnood is. Het zouden economische vluchtelingen zijn die alleen maar van onze rijkdom willen profiteren. Ondertussen zijn deze gelukszoekers kansloos voor asiel en zorgen ze voor grote overlast. Allemaal terug naar hun eigen land! Opvang in de regio! Nederland is vol!
Wanneer je de cijfers erbij pakt, zie je een heel andere werkelijkheid. Die migranten komen voornamelijk om arbeid te verrichten waartoe de meeste autochtone Nederlanders niet bereid zijn. Veel fysiek werk voor weinig loon. Er is in Nederland een groot tekort aan arbeidskrachten. Juist deze migranten zorgen ervoor dat onze economie blijft functioneren. Zonder deze migranten zou onze economie instorten. Dat wordt bijna nergens vermeld. Het overgrote deel van deze migranten komt uit landen als Duitsland, Polen en Roemenië. Hoogopgeleiden vaak uit India en andere Aziatische landen. Vaak keren ze na een bepaalde periode weer terug naar eigen land.

Slechts 10 % van alle migranten in Europa bestaat uit asielzoekers (bron: zie hier). Dat zijn veelal oorlogsvluchtelingen die hun thuisland noodgedwongen hebben moeten verlaten. Daarbij alles achterlatend wat hen dierbaar is. Eigen huis, familie, eigen taal en cultuur. Dat is nogal wat. Van die 10 % asielzoekers zijn het er enkele honderden die voor overlast zorgen. Juist deze groep krijgt alle aandacht van politiek rechts in Nederland. Het wordt zelfs tot speerpunt gemaakt van hun beleid. Eerst mensen bang maken voor begrippen als overbevolking en zelfs omvolking. Vervolgens aankondigen hier keihard tegen op te willen treden. Als een soort redder van de Nederlandse bevolking. Wat daarvoor nodig is haat te kweken bij de mensen. Eerst subtiel gebruikmaken van een bij ieder aanwezig gevoel van jaloezie. Vervolgens eenzijdig berichten over ‘die anderen’ en het gevoel dat daarbij vrijkomt op te laten vlammen in afgunst en rancune. Deze onderbuikgevoelens moeten als het even kan elke dag opnieuw gevoed worden. Opdat ze kunnen groeien. Wanneer de ontstane haat grote delen van de Nederlandse bevolking heeft bereikt zal men bij de verkiezingen die partijen kiezen die wel even zullen afrekenen met ‘die anderen’. Oplossingen biedt dit natuurlijk niet. Omdat de vijand kunstmatig gecreëerd is. Het is een beeld dat niet met de werkelijkheid overeenkomt. Maar de haat laat zich niet zomaar terug de fles induwen. Ze zal zich richten op andere, zogenaamd bevoorrechten. Politici, BN’ers, iedereen die zijn hoofd boven het maaiveld durft uit te steken zal eraan moeten geloven. Niemand is nog veilig. Nederland is Haatland geworden.



*Niet alleen de mens ervaart dit soort onrechtvaardigheid. Primatoloog Frans de Waal heeft veel onderzoek gedaan naar het gedrag van chimpansees en andere apen. Soms gedragen ze zich net als mensen. Bijvoorbeeld in dit filmpje waarin beide chimpansees eerst eenzelfde beloning krijgen (een stukje appel) voor het uitvoeren van een bepaalde opdracht, waarna de ene chimpansee een stukje banaan krijgt (die veel lekkerder is) en de ander nog steeds een appel. Je moet die ander dan tekeer zien gaan. Zelfs het stukje appel, waar de chimpansee eerst tevreden mee was, wordt weggesmeten. Heel herkenbaar voor ons als mens.