Hoofdbanner

De laatste tijd lees ik veel over het boeddhisme. De boeken van Pema Chödrön, een Amerikaanse vrouw die na een turbulent leven in Amerika een boeddhistische monnik in Nepal werd, spreken mij tot nu toe meer dan gemiddeld aan. Ze schrijft eenvoudig, steeds vanuit de basis van ons mens-zijn. Steeds ook vanuit het hier en nu. Een voorbeeld is de aandacht die ze schenkt aan de betekenis van onze ademhaling. Wij in het westen zijn ons daar weinig bewust van. Voor haar geldt: inademen is de wereld bij jou naar binnen halen, uitademen is jouw zelf naar de wereld uitstralen. Niemand zal dit inzicht ontkennen. Maar ze gaat verder. Ze benoemt het als taak van de mens om het leven in al haar facetten draaglijker en met name vreedzamer te maken. Adem zo veel mogelijk de pijn van de wereld in, adem zo veel mogelijk liefde naar de wereld uit. Dat is haar boeddhistische boodschap! Wie kan hier nu tegen zijn? Natuurlijk, het is lastig om in de praktijk te brengen, het vraagt innerlijke rust en aandacht, maar het geeft richting. Iets wat in onze tijd van ontkerkeling en het ontbreken van idealen meer dan ooit nodig is, naar mijn mening. De druk om te presteren is gigantisch, geld verdienen, sociale status verwerven, er aan de buitenkant perfect uit zien, aan alle kanten wordt door onze omgeving op ons ingebeukt: waar moeten we aan voldoen. De innerlijke leegte die hierbij ontstaat is gigantisch. De gevolgen zijn ook zichtbaar: depressies, burn-outs, het vluchten in alcohol en drugs, andere verslavingen of oppervlakkigheden, een algehele innerlijke leegte.

Nu vind ikzelf die ontkerkeling een goede zaak; het wordt tijd dat we ons niet door anderen laten voorschrijven hoe we moeten leven, zeker niet als daar steeds een laag van hypocrisie doorheen stroomt. Maar aandacht voor moraliteit, normen en waarden, innerlijke rust, en het zoeken naar het wezen van de mens acht ik persoonlijk als onontbeerlijk voor een ‘gezonde’ samenleving. Het boeddhisme probeert die innerlijke leegte op te vullen, op een ruimhartige manier. Ieder mag zijn zoals hij of zij wil. Er gelden geen geboden of verboden. Wat dat betreft past het bij onze westerse behoefte om onszelf als individu te willen ontplooien. Leven en laten leven, jawel. Maar het is wel een erg grote stap die we dan moeten maken. Ons ego opzij zetten, het materiële als inferieur beschouwen, onze ideeën over hoe de wereld in elkaar zit uitschakelen, om vooral geen oordelen en vooroordelen te vellen, pfoeh. Willen wij dat wel, kunnen wij dat wel? Het klinkt prachtig allemaal, mindfulness, inderdaad. Maar slaan we dan geen stappen over? Is dit werkelijk ‘zomaar eventjes’ te bereiken?

De dit jaar overleden Thich Nhat Hanh meent van wel. Deze in 1967 door Martin Luther King voor de Nobelprijs voor de Vrede voorgedragen monnik wordt na de Dalai Lama als de meest invloedrijke boeddhist van de 20e eeuw gezien. Ook Pema Chödrön haalt hem af en toe aan in haar boeken. Een bekende uitspraak van hem is dat de begrippen dood en geboorte alleen een historische dimensie hebben, zoals hij dat noemt. Het zijn ideeën die ons van de werkelijkheid afhouden. Ze hebben zich in ons vastgezet, vandaar de naam historisch. In de uiteindelijke dimensie, in het leven van het hier en nu, is er geen sprake van zowel dood als geboorte. Die hebben we onszelf aangepraat. Wat wij dood noemen, zegt Thich Nhat Hanh, is slechts een andere manifestatie van wat wij gewend zijn. Net als bij geboorte. Je was er al voor je geboorte, in de genen van je ouders en voorouders, in de atomen en moleculen waaruit je later je lichaam zou opbouwen etc. Je bent er altijd al geweest. Als je ‘dood’ bent leef je voort, in je kinderen, in je vrienden en andere mensen met wie jij bent omgegaan en die jij hebt beïnvloed. Slechts de voorwaarde om fysiek zichtbaar te zijn is weggevallen. Er is een andere manifestatie, meer niet. Dit inzicht zou je vrees voor de dood wegnemen. Er is geen dood, er is geen geboorte. Er is geen komen en gaan. Er is geen boven en beneden. Er is geen zijn en niet-zijn.

Tja, dit gaat best wel ver, zo’n houding ten opzichte van het dagelijkse leven. Voor mijzelf een brug te ver. Ik herken het wel, het is een prachtig inzicht dat je iedereen zou toewensen. Maar hoe pas je dit in de praktijk toe? Elke dag een paar momenten mediteren, aan mindfulness doen, opgaan in je eigen innerlijke rust? Terwijl om je heen je kinderen aan het schreeuwen zijn, je conflicten op je werk hebt, je gewoon moe bent, of heel basaal moeite hebt de eindjes aan elkaar te knopen? Of als een dierbaar iemand plotseling uit je leven wordt weggerukt?*
In een klooster tot bezinning komen kan iedereen wel. Maar in het hectische leven van alledag heb je daar de tijd en ruimte niet voor. Er moet gewerkt worden! Er moet verzorgd worden! Er zijn verplichtingen en (vaak heel veel) verantwoordelijkheden! Dàt vraagt jouw aandacht. Probeer daar eerst maar eens aan te voldoen, dat is al heel wat.

Hoe dan verder? Verdieping in jezelf en de wereld is een begin. Dat je je bewust wordt van je eigen beperkingen. Dat je weet hebt van het dunning-krugereffect. Dat juist degenen die het minste weten het meest overtuigd zijn van hun eigen gelijk in discussies. Zie wat er aan complottheorieën op tal van social media rondgaat. Het is gewoon ziekelijk. Alsof de wereld zo eenduidig in elkaar zou zitten. Intellectuele bescheidenheid, dat zou wat mij betreft veel meer nagestreefd kunnen worden. Zowel op scholen en universiteiten, als bij wetenschappers en BN’ers die zich in de media over ingewikkelde problemen menen uit te moeten spreken.
En, aandacht voor kunst in al haar facetten. Zó belangrijk in deze tijd van ontworteling: muziek, schilderkunst, dans, zowel modern als klassiek, film, literatuur, poëzie, beeldhouwkunst, architectuur. Vanuit kunst ontstaat vanzelf nuance, beleving van binnenuit, een je betrokken voelen bij de ander. Kunst verbindt, kunst legt de wereld open zoals die bedoeld is. In het hier en nu, met vleugels naar de toekomst.
Lost dat alle problemen op? Nee, natuurlijk niet. Maar het geeft wel verlichting. Niet zoals bij de Boeddha zelf, die zoals gezegd wordt werkelijk verlicht was, maar op onze eigen kleine schaal is dat vaak het hoogst haalbare. Waarvan akte.


* Thich Nhat Hanh haalt als voorbeeld een jonge vader aan wiens zoontje net door hem was begraven. De vader was intens verdrietig. Maar Thich Nhat Hanh liet de jonge vader alle plekken zien waar zijn zoontje had gelopen, wat hij daar had gedaan en hoe zijn aanwezigheid nog voelbaar was. Onder andere in de pruimenboom die daar door het jongetje geplant was. Uiteindelijk zagen ze beiden hoe het kind hen "uit elke tak en knop toewuifde". Waarmee "het lijden overwonnen werd en verkeerde ideeën tegengegaan". Of, zoals Thich Nhat Hanh het zegt: "Als we vredig kunnen verblijven in de uiteindelijke dimensie, verdrinken we niet in de oceaan van lijden, verdriet, vrees en wanhoop."