Hoofdbanner

Vrijdag 15 november heb ik Carl Orff's Carmina Burana eindelijk een keer live gezien. Een lang gekoesterde wens, ontstaan begin jaren zeventig toen mijn moeder zichtbaar gelukzalig thuiskwam toen ze in het Concertgebouw van Amsterdam dit muziekspektakel had bijgewoond. De gelijknamige langspeelplaat werd vaak gedraaid thuis, en ik voelde al vroeg mee met de overompelende zang en tempowisselingen. Ook al snapte ik niks van de over het algemeen Latijnse teksten. 
Later zag ik een keer op tv (in de jaren negentig) een soort van bacchanaal op de muziek van Carmina Burana. Het was exotisch, exuberant, liederlijk, decadent en prachtig tegelijk. Zich afspelend in middeleeuwse kastelen. Toen wist ik zeker dat ik dit een keer live uitgevoerd wilde zien. Samen met Le Sacre du Printemps (3 keer live gezien), La Traviata (5 keer!), het Requiem van Verdi (2 keer), de 4e symfonie van Tsjaikowski (1 keer) en de 4e van Mahler (nog nooit) behoort Carmina Burana van de Duiste componist Carl Orff (1895-1982) tot mijn favoriete klassieke muziek. 

De nieuwe zaal van Musis zat helemaal vol met zo'n duizend, veelal wat oudere mensen. Voor de pauze werden er zeven min of meer bekende werken van andere componisten uitgevoerd. De ouverture van de opera Carmen van Bizet, Danse Bacchanale van Saint-Saëns, het bekende Méditation van Massenet (heel mooi), Carnival van Dvorak, Melody van de mij onbekende Skoryk, en als laatste de Sabre Dance van Khachaturian. Een behoorlijke potpourri dus, als opmaat van wat er na de pauze stond te gebeuren. 

We hadden een programmaboek gekocht, vol informatieve teksten en, heel belangrijk, de Nederlandse vertaling van de teksten van Carmina Burana door niemand minder dan Willem Wimink. Zodat we het thuis nog eens na kunnen lezen. Daarin stond ook dat het 60-koppige koor uit Kiev afkomstig is, de hoofdstad van Oekraïne, en het symfonieorkest uit Lviv, een andere stad in de Oekraïne. Het zag er bij elkaar indrukwekkend uit, zo op het toneel, met op de achtergrond de hoge bomen van het stadspark van Arnhem, te zien door de grote ramen achter het toneel.
Het begin van Carmina Burana is zoals bekend direct overweldigend. O Fortuna, met opzwepende koorzang. Ik kreeg er direct kippenvel van, zelfs tranen in mijn ogen. De afwisseling daarna, met het Primo Vere, de solo van de bariton die een soort van serene rust inluidt. Daarna Uf dem Anger, met zijn middeleeuwse verstilling en vele variaties in sfeer en tempo's. Vervolgens In Taberna (In de kroeg) met het hilarische Olim Lacus culueram, gezongen door de tenor van het koor. De zwaan aan het spit die haar lot betreurt. Daarna Cours d'amours, met melancholische zang van de sopraan, een af en toe zogenaamd dronken bariton en later van allebei. Dan het opzwepende Blanziflor et Helena om ten slotte af te sluiten waarmee Carmina Burana begon: het geweldige Fortuna imperatrix mundi. Het einde is het begin, het begin is het einde. Bij elkaar prachtig, in één woord. Een diepe bewondering om wat een groep mensen gezamenlijk tot stand kan brengen, met dat gevoel keerden we op huis aan. Dankbaar dat we hier getuige van mochten zijn.