Hoofdbanner

De Engelse schrijfster A.S. Byatt (1936-2023) is vooral bekend om haar boek ‘Possession’, in het Nederlands vertaald als ‘Obsessie’. Voor dit boek won ze in 1990 de Booker Prize, een prestigieuze onderscheiding die wereldwijd voor bekendheid zorgde.
In 2003 verscheen haar ‘Little black book of stories’, in het Nederlands ‘Klein zwart verhalenboek’ geheten. Zoals de titel aangeeft gaat het hier om wat langere, over het algemeen wat buitenissige verhalen. Je kunt ze zwartgallig noemen, maar daarmee doe je de fantasie tekort. Het is een vreemde mengeling van sprookjesachtige motieven en realistische beschrijvingen, tot in de detail uitgewerkt.

Het zijn vijf verhalen, heel verschillend van inhoud, wel steeds in dezelfde soepele stijl geschreven. Het eerste verhaal, ‘Het ding in het bos’, is zeer vervreemdend. Twee meisjes maken in hun jeugd geheimzinnige dingen mee in het bos waarin ze vaak spelen. Er leeft daar iets, het beweegt voelbaar, maar zien doen ze Het Ding niet. Ze zijn tegelijkertijd bang èn nieuwsgierig. Als beiden ouder zijn, volwassen en gesetteld, gaan ze onafhankelijk van elkaar toch weer op zoek naar dat geheimzinnige Ding in het bos. Ze willen weten of de ervaring van hun jeugd echt was of louter fantasie. Mooi hoe de schrijfster de lezer mee laat dwalen in hun zoektocht. Hoe de afloop op meerdere manieren uitlegbaar is.
Het tweede verhaal beschrijft een dokter, Damian Becket geheten, die in het ziekenhuis waar hij werkt in contact komt met beginnend kunstenares Daisy. Deze Daisy houdt er eigenaardige gewoontes op na. Zo heeft ze geen thuis, slaapt ze waar het zo uitkomt, vaak ook stiekem in een achterafzaaltje in het ziekenhuis, maar krijgt het toch voor elkaar om voor het ziekenhuis een kunstwerk te mogen vervaardigen. Damian vraagt Daisy om tijdelijk bij hem in te trekken, zodat ze tenminste een vaste slaapplaats heeft. Het duurde een week. Elke nacht kroop ze bij hem in bed en vreeën ze met elkaar. In het ziekenhuis maakte Daisy vervolgens een shockerend kunstwerk van allerlei prothesen, geprepareerde foetussen en gereedschappen die de chirurgen gebruiken bij hun werk. Geleend van het ziekenhuis, beweert Daisy. Gestolen, zegt een woedende Damian. Later blijkt Daisy in verwachting te zijn van Damian. Met een verrassend einde.
Het derde verhaal gaat over een vrouw die langzaam aan versteent. Letterlijk dus. Ze merkt dat haar ledematen steeds stroever worden, ze krijgt barsten in haar gezicht, geleidelijk ook over haar hele lichaam. Ze zoekt contact met een steenwerker. Deze blijkt haar erg te bewonderen, ziet haar als een kunstwerk in wording. Deze Thorsteinn neemt haar mee naar zijn eigen land, IJsland. In zijn zomerhuis zet de verstening van de vrouw door. Zijzelf ziet dit proces als een noodzakelijk lot. Ze wordt geroepen, zegt ze hier over. Als het herfst wordt is het zover. Ze trekt de natuur in, om nooit meer terug te keren. Haar verstening is voltrokken.
Het vierde verhaal,’Ruw materiaal’ geheten, is wat gewoner. Meer uit het leven van alledag gegrepen. Hoofdfiguur is Jack Smollett, een gemankeerd schrijver die leeft van het geven van cursussen ‘Creatief schrijven’. Er loopt weinig talent rond onder zijn cursisten, met uitzondering van een oudere vrouw, Cicely Fox. Jack bewondert haar schrijven, hetgeen niet gedeeld wordt door de andere cursisten. Die kraken haar werk aan alle kanten af. Cicely reageert nauwelijks op hun negatieve kritiek, hooguit laat ze een kleine glimlach zien. Jack raakt geïntrigeerd door de persoonlijkheid van Cicely Fox, die echter weinig van zichzelf loslaat. Stiekem stuurt hij haar verhaal in voor een wedstrijd, onder een pseudoniem. Ze wordt eerste, hetgeen hem niet verbaast. Hij wil haar het succes persoonlijk vertellen, belt aan bij haar huis en belandt in een horrorfilm die hij zelf niet had kunnen bedenken.
Het vijfde en laatste verhaal doet een beetje aan Murakami denken. Wat is waar en wat is ingebeeld? Het gaat over James, een oude man die het nodige heeft meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog. Zijn vrouw Mado is sinds een jaar of vijf gek, vol wantrouwen, onhandelbaar, agressief, niet in staat voor zichzelf te zorgen. Er is een bediende, mevrouw Bright, die James helpt met de verzorging van zijn vrouw. Vroeger heette Mado nog Madeleine, werkte ze bij de inlichtingendienst, waar ze waarschijnlijk haar paranoïde neigingen ontwikkeld heeft. James behandelt Mado als zijn kind, geeft haar bijvoorbeeld een pop van de Teletubbies cadeau. Echter in de kleur roze, precies de kleur die zij haat. Dat weet hij, maar toch doet hij het. Een rol speelt ook een roze lint, wat de titel van het verhaal is. Op een avond klopt er iemand gehaast aan de deur. Het is een jonge vrouw die achterna gezeten wordt. James is onder de indruk van haar, biedt whisky aan, wat zij gretig opdrinkt. Later komt ze weer langs, tot zijn verbazing, om hem voor zijn gastvrijheid te bedanken. Ze weet alles van Mado, van haar liefhebberijen, haar jeugd, wat zij zoal met James beleefd heeft. James gaat twijfelen. Is zij echt of een product van zijn fantasie? Hij vraagt naar haar naam. Dido, zegt ze. Maar ze praat met de stem van Madeleine toen die nog bij zinnen was.

Ja, bijzondere verhalen, alle vijf. Met lef en fantasie geschreven, met erg veel aandacht voor bepaalde details. Bij de Stenen Vrouw ging mij dat tegenstaan, al die namen voor verschillende gesteenten, wel meer dan honderd. Alsof de schrijfster de lezer wil overtuigen van haar grote kennis van bepaalde zaken. Ook in de twee verhalen van Cicely Fox, die integraal in het boek te lezen zijn, zijn het de alledaagse dingen die tot in de kleinste details verteld worden. Met fraaie beelden er tussendoor, dat wel. Maar het had minder gekund, vind ik. Maar wat een rijkdom aan ideeën en gedachten. Prachtige literatuur.