Het valt mij op dat veel mensen, naarmate ze ouder worden, zichzelf steeds nadrukkelijker manifesteren als een vastomlijnde identiteit. Zowel in woorden, gedachten als overtuigingen. Ze beginnen dan, wanneer ze zichzelf willen aankondigen, steevast met de woorden ‘Ik ben’. Bijvoorbeeld: ik ben atheïst, ik ben moslim, katholiek, chirurg, docent, filosoof, mantelzorger. Waarmee ze zich lijken te verschansen achter hun geloof, beroep of bezigheid. Alsof zij dat echt zijn, tot in hun diepste wezen. Terwijl het maar een jasje is dat ze aantrekken om zich aan de wereld te tonen.
Dat zijn voor mij gebeeldhouwde mensen. Met vaak weinig ruimte in hun hoofd of gevoelsleven om anderen te zien zoals zij in werkelijkheid zijn. We zijn niet vaststaand. We zijn mensen in wording. Kenmerk van dit gebeeldhouwde: veel oordelen en vooroordelen. Snel opgaand in discussies waarin ze menen het gelijk aan hun zijde te hebben. Anderen daarbij al gauw wegzettend als dom, onwetend of zelfs gevaarlijk.
Natuurlijk, je hebt een identiteit nodig om je in de wereld te kunnen handhaven. En het is goed als je je inzet voor een goed doel, met een duidelijke mening. Zoals het opkomen voor mensen die het zwaar hebben in het leven, financieel of geestelijk. Of als je zegt: ik ben arts. Daar is niets op tegen. Maar laat dat beeld even zo snel weer los*. Zoals Simone Weil schrijft: “Het ik is een illusie. ‘Ik’ tegen jezelf zeggen is liegen.”
Heftige, provocerende uitspraken, maar niet zonder diepe inhoud.
Wat we dan wel zijn? Ikzelf noem dat doorlaatbaarheid. Dat klinkt wat mystiek en dat is het ook. Goed beschouwd, als we open en eerlijk naar onszelf kijken, hebben we geen binnen of buiten. We zijn er om te ontvangen, om dankbaar te zijn, om niets te verwachten.
Bij kinderen is er nog ruimte om te zijn zoals je (als wordend mens) bent. Hun acceptatiegrens, zoals ik dat maar even noem, ligt veel hoger dan bij volwassenen. De wereld is nog niet afgebakend. De toekomst ligt open. Er kan gefantaseerd worden, er is van alles mogelijk. Wat een rijke innerlijke beeldbeleving. Iets dat wij allen, ongeacht onze levensloop, steeds meer kwijtraken naarmate we ouder worden.
De kunst is natuurlijk om dit ‘kind in jezelf’ zo veel mogelijk te behouden. Om open te kunnen staan voor alle meer innerlijke processen in de wereld. Want die zijn er wel degelijk. In de beleving van de natuur, in de kunst, in het soms verkwikkende gesprek met de ander.
Geestelijk vrij zijn, los van identiteit en vastomlijnde overtuigingen. Dat zou je ieder mens toewensen. Zodat men eerder ‘dank u wel’ tegen de wereld zegt dan dat men er kritiek op levert. Of wegzakt in het moedeloze wereldbeeld dat vroeger alles beter was en dat de wereld nog nooit zo slecht was als in de tegenwoordige tijd. En daarmee een standbeeld van zichzelf wordt.
De wereld ligt open. Er is overal licht (als je naar boven kijkt). Er is veel duisternis (als je naar beneden kijkt). Boven en beneden met elkaar verbinden, dat lijkt mij een zinvolle bezigheid. Met de blik van een kind en de wijsheid van de ouderdom.
* Een eerlijker manier om daar mee om te gaan is bijvoorbeeld om te zeggen: ik doe arts. Het klinkt wat gekunsteld om zo over jezelf te praten, maar dit is louter onwennigheid. Je bent het niet, maar draagt het op dat moment uit. Thuis ben je dan bijvoorbeeld weer anders: echtgenoot, vader, moeder. Of waar je je dan weer mee bezighoudt.
Gebeeldhouwde mensen
Plaats reactie