Inkeer
mijn binnentuin
bloeit in geel
de bank in de zon
rekt zich uit
en ademt mee
ik vertraag
pas me aan
en daal af
in het groeiritme
van de rododendron
nog langzamer
word ik
tot ik niet meer tevoorschijn kom
Binnen
ik pel mezelf
uit het ei
van mijn binnenste
ik knipper
in rood daglicht
de spiegel vol barsten
bewaart mijn dromen
achter zilver
de ramen
zijn beslagen
ik keer terug
het ei in
Scheuren
niet mijn lippen
niet mijn mond
het duurt jaren
voor ik ze open
neem het woord
draai het om
voorzichtig
tot het breekt
in scheuren
wacht tot de steen
gaat gloeien
Keer
wat je zegt
geef het schaduw
in het licht
dat blijft haken
aan mijn huid
je woorden keren terug
langs de draden
van de nacht
beroofd, ontluisterd
naakt
zonder mij
Nabij
ik ga heen
gebogen
de klauwen van de nacht
in mijn rug
mijn ogen
zonder richting
ik breek brood
drink wijn
uit grote bekers
deins niet terug
voor het beeld
dat terugkijkt
ik ben nabij
tot op het bot
In de verte
mijn hand
schept een voor een
de duisternis weg
er stijgt een geur op
uit de aarde
blad na blad
luister ik
naar voorjaarsondergangen
in de verte
slaan hamers
dwars door hout