Hoofdbanner

Het boek De schaduw van de wind is al jaren een internationale bestseller. In Nederland alleen al zijn er meer dan 700.000 van verkocht. Reden voor mijn kritische ik om het eens te lezen.
Het is een dik boek, meer dan 500 bladzijden. Het is een boek over boeken, lezen, verhalen vertellen, boekhandelaren, zoals de schrijver het zelf in de flaptekst vermeldt.

Allereerst: het is een ongeloofwaardig verhaal, met de intrede van een 10-jarig jongetje (de hoofdpersoon) in de geheimzinnige, verborgen wereld van het Kerkhof der Vergeten Boeken. Hij mag daar in het labyrint een boek uitzoeken. Het wordt De schaduw van de wind van een zekere schrijver Julián Carax. Het boek grijpt hem zodanig aan dat hij alles wil weten van deze schrijver. Op zijn zoektocht, die vooral na zijn 18e jaar een aanvang neemt, komt hij van alles tegen: intriges, verloren liefdes, bedreigingen, een parallel tussen zijn eigen leven en de inhoud van het boek, de dood van enkele hoofdpersonen, tot hij uiteindelijk de ingewikkelde geschiedenis omtrent de schrijver ontrafeld heeft en daarmee ook zelf rust en vrede heeft gevonden.

Het is een magische wereld waar het boek je als lezer in trekt, surrealistisch ook, maar wel tegen de reële achtergrond van de Spaanse burgeroorlog (de jaren dertig van de vorige eeuw). Het speelt zich allemaal af in de stad Barcelona.
Wanneer je je overgeeft aan dit surrealisme en de soms wat ouderwetse (oubollige) volzinnen voor lief neemt, kun je terecht komen in de grootse stroom aan gebeurtenissen die het boek tot een spannend geheel maakt. Er zit een ongelooflijke vaart in. Het boek neemt je mee, laat je niet los, je wilt weten hoe het verder gaat. Dat is de kracht van dit boek.

Tegelijk is er nogal wat over op te merken. De eenzijdige karakters (flat characters, zei mijn docente Engels altijd) van eigenlijk alle personages bijvoorbeeld. Er is één hele slechte man, inspecteur Fumero. Daar zit werkelijk geen greintje goedheid in (hij heeft zelfs zijn moeder om zeep geholpen). Hij zorgt dan ook voor de constante dreiging in het boek, in zijn eentje. Alle anderen zijn min of meer goedhartige (onschuldige) slachtoffers, van die gemene Fumero of van de omstandigheden (de moraal van die tijd).
Tevens, de afloop: die is voorspelbaar en goedkoop. De gemenerik wordt gedood, de hoofdpersonen leven nog lang en gelukkig voort.
De stijl van het boek: wanneer de zoektocht naar het leven van de schrijver van het boek op een dood spoor belandt, zijn er opeens brieven (soms meer dan 20 jaar in het geheim ergens bewaard) die zeer uitgebreid verslag doen (in dezelfde schrijftrant als tevoren) van alle belangrijke gebeurtenissen, motieven en gevoelens van de personen waar het om gaat. Nogal onwaarschijnlijk om iets van bijna 100 bladzijden te schrijven (Nuria Monfort) dat precies aansluit bij de informatie die de hoofdpersoon zoekt.
Mannen zijn in dit boek vaak echte mannen. De viriliteit straalt van ze af. De hulp in de boekhandel (Fermín) kijkt wel op een heel eenzijdige manier naar vrouwen. Steeds lijkt hij (in geëxalteerde volzinnen) zijn fysieke mannelijke gesteldheid te moeten benadrukken. De vrouwen zelf in het boek zijn ofwel beeldschone wezens, ofwel kwebbelzieke tantes, ofwel op het uiterlijk gerichte leeghoofden.

Het boek is tegelijk een thriller. Er is een geheim waardoor de grote liefde van de schrijver Julián Carax onbereikbaar is. De onthulling van dit geheim is schokkend voor iedereen die dit aangaat. Vreemd is het echter dat Julián Carax zelf nooit achter dit geheim is gekomen, men vindt het te pijnlijk om het hem te vertellen. Dat hij wegkwijnt, juist omdat hij de verwijdering van zijn geliefde niet begrijpt en het ook niet wil accepteren, maakt het gedrag van zijn vrienden ongeloofwaardig. Maar ja, anders is de clou uit het verhaal.
Bij elkaar: een spannend boek voor wie zich overgeeft aan de inhoud. Psychologisch zwak, ongeloofwaardig, oppervlakkig. Wel met een grote vaart geschreven. 

Overigens: tijdens de vakantie las ik ook Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier. De overeenkomsten met De schaduw van de wind zijn groot. Hier ook een hoofdpersoon die wordt gegrepen door een boek van een hem onbekende schrijver, een Portugese arts. Gefascineerd door deze Amadeu de Prado verlaat hij zijn woonplaats Bern en neemt hij de nachttrein naar Lissabon. Ook daar een zoektocht naar het leven van de schrijver, vele gesprekken met nabestaanden, plotseling opduikende brieven, een geliefde die onbereikbaar was, intriges etc. Opvallend, alsof hij leentjebuur heeft gespeeld bij Zafón.