Hoofdbanner

'Het waren er vier.’
Lisa’s mededeling treft hem als een mokerslag. Bam. Geen spoortje schaamte in haar stem. Dat doet misschien nog wel meer pijn dan de onthulling zelf. De nonchalance waarmee ze het zegt, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Hij leunt op zijn ellenboog in het kussen. In het spaarzame straatlicht dat door de gordijnen sijpelt, ligt de vrouw met wie hij al acht jaar getrouwd is en met wie hij twee schatten van kinderen heeft. De lijnen van haar jukbeenderen, haar grappige neus, het lange haar dat golvend langs haar gezicht valt; dit is de vrouw van wie hij houdt.
‘En wie was de laatste?’
Er valt een geladen stilte. Dan glimlacht ze, staart naar het plafond en slaakt een diepe zucht.
‘Dat was Stefan.’
‘Stefan?’
Hij schiet overeind. Stefan, zijn trouwe metgezel van de middelbare school? Met wie hij tot driemaal toe de Zuid-Franse kampeervelden had doorkruist? Overdag zwemmen in de Middellandse Zee, ’s avonds de disco’s onveilig maken, achter de meiden aan. Maar dat is lang geleden. Zowel Stefan als hijzelf zijn brave burgers geworden, gevangen in het stramien van een vaste baan en een huis met hypotheek. Nee, ze houdt hem voor de gek.
‘Wanneer dan?’
Hij slikt.
‘Gisteren nog, bij Joost en Barbara,’ zegt Lisa vlak. ‘Toen jij je zo zat uit te sloven en geen aandacht voor me had.’
Hij probeert de avond terug te halen. Samen met een paar vrienden had hij een culturele avond opgezet: elke eerste dinsdag van de maand livemuziek en poëzie. Een welkome afwisseling van de dagelijkse sleur. Gisteren had hij te veel gedronken, te veel het woord gevoerd. Op verzoek van Barbara hield hij een betoog over het belang van kunst in deze tijd.
Vanuit zijn ooghoeken had hij Lisa in de gaten gehouden. Ze had naar hem geglimlacht. Meerdere keren zelfs. Hij weet dat zulke bijeenkomsten niet haar voorkeur genieten. Al die intellectuele poses en hoogdravende discussies. Zogenaamd interessante buitenkanten die een leeg innerlijk moeten verhullen, volgens haar. Hij had haar een glas witte wijn gehaald. Chardonnay. Hij meende goed voor haar gezorgd te hebben.
‘Maar we gingen toch samen naar huis?’
‘Jawel. Maar het gebeurde eerder. Toen ik me in de kamer van Barbara aan het optutten was. Ineens stond Stefan achter me.’ Ze pauzeert. ‘Ik schrok, maar vond het ook spannend. Hij kuste mijn nek. Voor ik het wist ging hij verder. Ik liet hem begaan. Jij had het op een drinken gezet en was alleen maar bezig met je voordrachten.’
Zijn keel trekt samen. Terugkijkend krijgen de laatste gesprekken tussen Stefan en hem ineens een andere lading: de vragen, de kritiek, de onderhuidse irritatie. Nooit meer wil hij die man onder ogen komen.
De stilte in de slaapkamer vergroot zijn onrust.
‘En wie was het daarvoor?’
Zijn stem trilt. Hij draait zich op zijn rug en staart naar de kringen op het plafond, resten van een oude lekkage. Het bitumen van het platte dak had het laten afweten. Dakdekkers waren langsgekomen, het kostte een vermogen, zonder resultaat. Lisa had haar frustratie nauwelijks kunnen bedwingen. Ze hadden dit huis nooit moeten kopen, zei ze. Met dat laatste was hij het oneens. Ze woonden prachtig: in de oude binnenstad, het park aan de overkant, het centrum op loopafstand.
Het blijft stil.
‘Wie was het daarvoor?’
Hij draait zich naar haar toe. Lisa ligt met haar rug naar hem toe, knieën opgetrokken, haar vertrouwde slaaphouding. Haar ademhaling klinkt gelijkmatig. Hij stoot haar aan. Geen reactie. Pas na een por in haar zij mompelt ze iets en komt half overeind.
‘Wat is er? Is het al tijd?’
Hij kijkt op de radiowekker. Half vijf.
‘Nee.’
‘Mm, wat is er dan?’
Opeens durft hij niets meer te zeggen. Twijfels overspoelen hem. Heeft ze al die tijd geslapen? Heeft het gesprek alleen in zijn hoofd plaatsgevonden?
Lisa buigt zich naar hem toe en streelt zijn wang.
‘Ben je nog altijd bezig met dat culturele feest van jou?’
‘Het lukt me niet in slaap te komen.’
‘Te veel gedronken hè,’ zegt ze. ‘Dat krijg je ervan.’
Ineens schiet ze in de lach.
‘Ach, er zal wel meer zijn wat je wakker houdt. Zoals jij je met Nicole had afgezonderd in de kamer van Joost. Ik heb het wel gezien hoor, hoe je de hele avond naar haar zat te koekeloeren.’
Ze richt zich op. Hij voelt haar adem op zijn wang. Te dichtbij. Hij haalt zijn hand door zijn haar.
‘Oh, maar er is niets gebeurd. Tenminste, niets bijzonders.’
Zou Lisa iets vermoeden? Zou ze weten dat hij en Nicole elkaar sinds twee weken ontmoeten? Dat ze lange gesprekken voeren, elkaar hebben gezoend? Alleenstaande moeder Nicole. Verliefd op hem. Het streelt zijn ego.
‘Nou, van Barbara hoorde ik wel iets anders.’
Zijn voornemen voor morgen flitst door hem heen: een snipperdag, een hotelkamer, om vijf uur weer thuis. Het idee alleen al doet hem huiveren.
‘Wat dan?’
Het zweet staat op zijn voorhoofd. Hij moet het gesprek keren. Water halen. Over haar rug wrijven. Dat werkt altijd. Hij wil al uit bed stappen.
‘Ach, schat,’ zegt ze onverwachts, ‘ik plaag je maar een beetje. Ik weet toch hoe jij bent. Wel kijken, niet aankomen.’ Ze geeuwt. ‘Ga toch slapen.’
Ze kust hem vluchtig en draait zich om, haar rug naar hem toe. De stilte vult de kamer, zwaar en onbeweeglijk.
‘En o ja,’ zegt ze nog, terwijl ze zich half opricht. ‘Haal jij morgen om twaalf uur de kinderen van school? Neem maar even eerder vrij. Woensdag is toch de rustigste dag op je werk? Ik heb Stefan beloofd dat we gaan tennissen.’