Hoofdbanner

Eind jaren zestig had Tineke (de Nooij) bij piratenzender radio Veronica een spraakmakend radioprogramma dat Parels voor de zwijnen heette. Ze liet daar nieuwe, moderne en experimentele muziek horen. Zeer bijzonder voor de tijd waarin de psychedelische muziek zijn intrede deed. Vanaf 1970 had Tineke elke avond van 22.00 tot 24.00 uur haar eigen programma op radio Veronica waarin ze deze muziekkeuze voortzette. Eerst met als afsluiter Expecting to fly van Buffalo Springfield (met zanger Neil Young), later door If there is something van Roxy Music. 
In bed luisterde ik samen met mijn jongere broer steevast naar haar programma. Eén-twee-drie-vier-vijf-zes-zeven-acht-negen-Tineke. Klein transistortje op mijn kussen. Pas na 24.00 uur gingen we slapen. Ik heb veel nieuwe muziek door haar ontdekt. 

Tineke liet muziek horen die overdag op de radio niet te horen was. Niet-commercieel, vaak ook onbekend. Stond niet in de top veertig. Baanbrekend, zoals gezegd. Eén van de nummers die ze vaak draaide was What love (suite) van de Canadese popgroep The Collectors. Een ruim 19 minuten durend nummer met een mix van liefdevolle samenzang, wanhoop, angst en agressie. Met tussendoor de prachtige saxsolo die door radio Veronica vaak als herkenningstune werd gebruikt (luister hier). 
Het jaar 1968 waarin dit stuk werd gecomponeerd, kenmerkte zich door nummers die voor het eerst een hele kant van een lp besloegen. Denk aan In-a-gadda-da-vidda van Iron Butterfly, destijds heel populair. Of aan Get Ready van Rare Earth een jaar later, minder populair. 

Een bijzonder stuk muziek, nu na 55 jaar nog altijd. Door mijn broer werd ik er kort geleden weer op geattendeerd. Wat een expressie, experimentele wanhoop, versnellende ritmes, en steeds die vragen: What is love? What is this thing? Met als bizar en verontrustend einde: Does someone hear?
Luister hier en verbaas je over een van de muzikale mijlpalen van toen. Voor velen onbekend, maar voor mij (en mijn broer) nog altijd ontroerend mooi. Aangrijpend vooral.