Hoofdbanner

De beste muziek werd gemaakt toen je 16 jaar oud was, luidt een gezegde. Wat betekent dat je muzieksmaak puur subjectief is, bijna altijd gevormd in een periode van je leven dat je voor het eerst volledig 'open' stond voor de muziekstromingen uit die tijd. Meestal is dat rond je zestiende jaar.
Voor mij was dat het jaar 1971, het jaar dat de lp Meddle van Pink Floyd uitkwam. Ik kende de band al van de dubbelelpee Ummagumma (1969) en van Atom heart mother (1970), en daarvoor van de hits Arnold lane en See Emily play. Atom heart mother maakte destijds indruk met het experimentele gebruik van een klassiek koor en even klassieke begeleiding. Gedurfd en zeer groots opgezet, maar achteraf toch ook wel aardig mislukt. Kant 2 van de lp daarentegen luister ik nog altijd graag naar, die speciale laidback sfeer met nummers als IfFat old sun en de van een maaltijd genietende muzikanten. 

Maar goed, in 1971 kwam dus Meddle uit. Het was voor mij de overrompelende kennismaking met het eerste nummer op kant 1, One of these days. Wat een ritmes, golvend dreunende gitaren, een compleet nieuwe sound. Staat nog altijd overeind, dit nummer. De rest op kant 1 is eerder melig te noemen dan interessant experimenteel, met als exponent de jankende hond van Steve Marriott, Seamus genaamd. Gauw overslaan, als je dit hoort.
Maar dan kant 2, het 23 minuten durende Echoes. Een meesterwerk, nog altijd, ook 50 jaar later. De langzame opbouw, de filosofische tekst, de prachtige samenzang van gitarist David Gilmour en toetsenist Richard Wright, het verstilde middenstuk vol bizarre vogelgeluiden, de hoge schelle meeuwen met op de achtergrond de dreiging van kraaiengeluiden, de apotheose die daarna des te harder binnendringt met het golvende gitaarspel van David Gilmour, de geleidelijke terugkeer naar het beginthema, met als laatste een soort van opstijgen naar de hemel, het is een gebouw vol gestapelde verdiepingen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste leden van Pink Floyd elkaar kenden van de opleiding architectuur in London. Die langzame opbouw, het stevige fundament, het is herkenbaar in al hun nummers. Met uitzondering van de beginperiode toen de excentrieke en zeer wispelturige Syd Barrett nog de frontman was. Maar na de komst van David Gilmour en het verdwijnen van Syd Barrett kreeg Pink Floyd de sound zoals we haar nu nog kennen. 

In 1973 kwam Dark side of the moon uit, een mega commercieel succes voor Pink Floyd. Het zou de best verkopende lp worden uit de pophistorie, met naar schatting meer dan 300 miljoen verkochte exemplaren. Zelf was mijn belangstelling voor Pink Floyd toen al flink afgenomen. Ik miste de experimentele vernieuwing. Technisch perfect, maar in mijn ogen te braaf. Oftewel, ik bleef hangen bij Echoes, voor mij op mijn 16e een sensatie dat ik als een blijvende jeugdherinnering aan mijn borst wilde blijven koesteren. Ik kon er geen afstand van nemen, nu nog altijd niet.
Er zijn twee live versies van Echoes die meer dan het beluisteren waard zijn. De eerste is opgenomen in Pompeii en stamt uit 1971. Zie en luister hier. De tweede is uit 2006, de laatste registratie waarin David Gilmour en Richard Wright (die in 2008 overleed) samenspelen. Zie en luister hier