Hoofdbanner

Dit debuut van Marieke Lucas Rijneveld heeft sinds zijn verschijnen begin 2018 veel stof doen opwaaien, zoals dat volgens een cliché heet. Met name ook door de verschijning van de schrijfster in tv-programma's als DWDD. Enerzijds stoïcijns en volwassen, alsof alle aandacht haar niet veel doet, anderzijds gevoelig en op een bepaalde manier authentiek. Ze is moeilijk in een hokje te stoppen. Is het een hij of een zij? Of iets daar tussenin?

Ik was benieuwd naar haar boek. De toon wordt meteen gezet in de eerste zin: Ik was tien jaar en deed mijn jas niet meer uit. Een sterk beeld. Er is iets gebeurd waardoor de hoofdpersoon, een tienjarig meisje, zich moet beschermen. Het blijkt dat haar oudere broer verdronken is tijdens een schaatstocht naar 'de overkant'. Weer zo'n beeld dat gedurende het boek steeds weer terugkeert: de overkant. Daar waar het meisje eigenlijk wil zijn. En ook belandt, aan het einde
van het boek. De avond is ongemak

Vanuit de bijzonder gevoelsmatige en fanatasievolle blik van het meisje wordt de
sfeer in het gereformeerde gezin beschreven. Hoe de moeder geen aandacht heeft
voor haar kinderen, steeds minder eet en wegdrijft uit het leven. Hoe de vader het
hoofd boven water probeert te houden, wat hem nauwelijks lukt. Met haar jongere
zusje Hanna kan ze het goed vinden, met haar broer Obbe minder. We volgen de hoofdpersoon gedurende ruim twee jaar. Jas, wordt ze genoemd. Vanwege de jas
die ze nooit uitdoet. Het boek is bijzonder rijk aan beelden en vergelijkingen. Op
elke bladzijde vliegen ze als rode aardbeien (met o zo ranke vleugeltjes) je mond in.
Het is af en toe meer poëzie dan proza. De meest buitenissige details worden in een breder verband getrokken, de fantasie gaat alle kanten op. De schrijfster is een
talent in taal, dat blijkt.

Toch pakte het boek mij niet. Ik werd er op een of andere manier niet ingetrokken.
De beelden kwamen op mij als al te overdadig over. Ikzelf had liever meer verhaal
en minder kunstgrepen in de taal gelezen. Hoe knap die ook bedacht en verwoord
zijn. Sommige beschrijvingen bleven wat mij betreft in vaagheid steken. Was er meer gevoel dan logica. Zoals die jas, heeft ze die ook in bed aan? Of op school in de klas? Dat wordt niet duidelijk. En diezelfde jas, groeit ze daar in die ruim twee jaar niet een keertje uit? Je zou denken van wel. Verder doet de inhoud van het boek mij sterk denken aan 'Het smelt' van Lize Spit. Dezelfde dramatiek en rauwe gebeurtenissen.
De pijn en het verdriet die hun uitweg vinden in sadistische spelletjes, het slachtofferschap van de hoofdpersoon die zich door niemand begrepen voelt, het zelfgekozen einde.
Wel ben ik benieuwd naar haar volgend boek. Of ze naast de rijke taal ook een ander verhaal te vertellen heeft.