een luik dat openzwaait
een hand voor de mond
een onuitgesproken gedachte
tussen punt en komma
een hemd van woorden
uitgewrongen
aan de lijn te drogen gehangen
breuken die hun vorm bewaren
kamers die bestaan
omdat er meubels zijn geplaatst
het ogenblik
waarop een danseres
haar geheimen aflegt
in de spiegel lees ik
mijn doorgroefd gelaat
wie ben ik?
de vraag is een dier
dat zich vastbijt in eigen staart
ik laat hem los
hij loopt de tuin in
en verdwijnt in zijn eigen valkuil
buiten blaft een hond
iemand fietst door de regen
in mijn oude huis
kent de trap mijn voeten
de gang mijn schouders
de keuken bevat een kast
waarin mijn kindertijd is opgeborgen
ik open hem
pak een witte kom
vul hem met wat wordt verzwegen:
de naam van een dode
het antwoord van een kind
zwijgen heeft een lichaam
zwaar als een natte deken
dun als de huid van een ui
er is het raam
dat zichzelf van buiten bekijkt
de mond die een woord
uit zijn slaap haalt
er is de stilte
op de bodem van een vijver
leg je hand op mijn voorhoofd
om te weten dat ik besta
wie roept er?
een stem
ze woont in muren
in het hout van de tafel
in de lichtspleet onder de deur
heb vertrouwen
de nacht slaat geduldige armen
om ons heen
je hoeft niet aan te bellen
de deur is niet op slot
kom hier
leg je hoofd op mijn schouders
ik zal je een bed geven
om te rusten
Stilte
Plaats reactie