Hoofdbanner

ze begint niet bij de regen
die tegen het raam klettert
niet bij de rivier
op kaarten getekend
als een blauwe zenuw
op weg naar de zee

alsof ergens naartoe moeten
een eigenschap van haar zou zijn

ze begint
in de mond van een kind
dat voor het eerst zegt:
mijn
en daarna: nee
en daarna: ik

zelf weet ze niets van ‘mijn’
en van ‘nee’
zonder toestemming komt ze binnen
maakt de tong zwaar
lippen los
gaat liggen waar ze niet gevraagd is
en wacht

wachten is de oudste vorm
van in beweging komen

je kunt haar niet bevelen
je kunt een deur op slot doen
een muur bouwen
een grens trekken
met prikkeldraad
met beton
met een vinger op een kaart

ze kijkt niet naar kaarten
ze gaat onder deuren door
sluipt naar de kelder
vindt een kier
die niet weet dat hij een kier is

iemand zegt:
doe de kraan dicht
alsof ze luistert
alsof ze ooit ergens
is begonnen met spreken
en nu haar mond moet houden

een uitgestoken hand
en niets gebeurt
geen botsing
geen muur
geen pijn
alleen een zachte omhelzing

ze nestelt zich
in de lijnen van een huid
in de halve maantjes onder nagels

sommige mensen verlaten een kamer
zonder afscheid te nemen
een glas op tafel
een stoel naar achteren geschoven
aan hun lot overgelaten
in haast
in onverschilligheid

ze kent geen haast
noch onverschilligheid
ze is betrokken

heeft ook geen ogen nodig
ze neemt mee wat ze tegenkomt
een tak
een plastic fles
een blad
het karkas van een dier

ze maakt geen onderscheid
tussen wat valt
en wat vrijwillig komt

soms is ze bruut:
zwaaiende armen
die nog iets willen zeggen
worden beneden
alle grammatica ontnomen

en een kleinste afgescheiden eenheid
is al genoeg
om de hardste steen uit te hollen

overigens
een steen heeft geen mening
(dat laten we aan mensen over)
een steen denkt niet:
dit is vernederend
dit doet pijn
ik zal mij verzetten

(zij haat mij niet
noch heeft zij mij lief
van zichzelf is zij
koud)

de zee neemt boten aan
olie, zout, de lichamen
van geliefden

een meisje op een pier
gooit een munt
achter haar schouders weg
de jongen naast haar zegt:
niet hardop een wens doen
ze vraagt: waarom niet?
omdat ze anders niet uitkomen

dat is wat jongens zeggen
wanneer ze niet weten
wat ze moeten zeggen
de munt zakt
de zee pakt hem op
en neemt hem in haar armen

wat als ze bestaat
uit kleine weigeringen?
dat die zeggen:
niet hier
en ook hier niet

ze zal stromen
samengevoegd zoekt ze
altijd weer de weg naar buiten

ze wint niet
ze verslaat niets
ze is geen vijand tegenover een vijand

ze komt
blijft komen
ze verdwijnt
en keert weer terug

een rots
de volgende dag
een millimeter minder rots

er is een woord voor het geluid
tegen het raam
als je wakker ligt
en denkt aan iemand
die niet meer van je houdt

wij kennen dat woord niet
misschien bestaat het ook niet
wij zijn wij
de nacht is de nacht
een bed waarin iemand ontbreekt
is een bed waarin iemand ontbreekt

een kind springt in een plas
de wereld spat uiteen
tot aan zijn knieën
de wereld lacht
hij weet nog niet
dat rivieren huizen meenemen
dat een dijk
een zin is die mensen
tegen het landschap hebben geschreven

hier en niet verder
achter deze lijn
wonen zij!

ze leest slecht
ze leest helemaal niet
ze legt zich tegen de dijk
met duizend handen tegelijk
en blijft liggen

niet boos
niet vriendelijk
aanwezig tot ergens
een stukje aarde verschuift

ze draagt geen schouders
geen argument
geen geschiedenis
die zij als een schild
voor haar borst kan houden

ze schuift op
waar dat nodig is
ook als de wereld geen antwoord geeft

ze zal strelen
de ondergedompelde hand
blijven strelen
net zolang
tot de aarde is vergaan