Hoofdbanner

Vergeving is zo’n oudchristelijk woord dat we bijna zijn vergeten wat ze betekent. In het dagelijks leven gebruiken we het dan ook niet of nauwelijks. Het is iets van vroeger, lijkt het, toen we nog in God en/of sprookjes geloofden.
Dat klopt. Het is niet van deze tijd. Toch doemt het begrip ‘vergeving’ veelvuldig op bij zich spiritueel noemende mensen. Af en toe kom ik het dan ook tegen.
Zoals in het Onze Vader: ‘Vergeef ons onze zonden, zoals wij ook anderen hun zonden vergeven.’
En in het Nieuwe Testament, wanneer de gekruisigde Jezus zegt: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’.
Veel gelovige mensen laven zich nog altijd aan deze woorden. Dat we voor onze zonden moeten boeten en dat alleen God ons hiervan kan bevrijden. Dat wij, nederig volk, bij onze geboorte al zondig zijn: onze zogenaamde erfzonde. Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Op onze knieën moeten we, biddend om vergeving.

Ikzelf heb altijd moeite gehad met deze zienswijze. Zonde, boete doen, je schuldig voelen. Wachten op de zegen van boven (die nooit komt). Als kind al voelde ik me hier ongemakkelijk bij. Maar ik kon het verder niet plaatsen of duiden. Wel voelde het als een vorm van onderdrukking van de gevestigde orde: de kerkelijke instituten. Des te zwakker wij zijn, des te groter en sterker is hun macht over ons. Mijn hele persoon kwam hiertegen in opstand. Vandaar dat ik me in mijn pubertijd fel en faliekant van het geloof afkeerde.
Een leven en veel gedachten verder (ahum) heb ik voor mezelf wat meer ordening in het geloof en het begrip ‘vergeving’ aangebracht. Heel persoonlijk, dus voor anderen wellicht niet geldig.

Ten eerste: het idee dat je een ander kunt vergeven, duidt voor mijn gevoel op een staat van verregaande arrogantie. Je waant jezelf superieur, kijkt als het ware omlaag naar degene die een fout of een zonde heeft begaan, en vergeeft dit hem. Wat een hoogmoed. Wat een uiting van het ego dat zichzelf boven de ander denkt te kunnen verheffen. Wat een onderscheid maak je tussen jou en de ander. Waar is het besef dat we nooit en te nimmer meer dan de ander kunnen en mogen zijn? Het besef ook dat we diep van binnen allemaal dezelfde oorsprong hebben? Alle mensen zijn innerlijk gelijk aan elkaar. Of we nu blank of gekleurd zijn, man of vrouw, gelovig of atheïst, links of rechts, PVV'er of asielzoeker, politicus, zakenman, putjeschepper, het maakt niet uit. We verschillen alleen in onze buitenkanten, in ons gedrag, in ons denken en doen en laten.
Ik ben blij te constateren dat ik in deze visie niet alleen sta. Onder andere Marianne Williamson en Simone Weil onderbouwen deze zienswijze met stevige argumenten (zie voor literatuur hieronder). Gelukkig.

Ten tweede: de bijbelse versie van Jezus aan het kruis kan mij weinig bekoren. Dat hij vanuit zijn positie de onwetenden (wij dus) vergeeft. Hier dien ik echter op mijn hoede te zijn. Als Jezus een hogere macht vertegenwoordigt die van buitenaf mij (of ons) denkt te kunnen vergeven, dan ga ik steigeren. Ik voel mij autonoom, verantwoordelijk voor mijn eigen beslissingen. Een kracht van buitenaf zou inbreuk doen op deze autonomie. Ik zou mezelf niet zijn. Dus verwerp ik die. Niet uit arrogantie, maar uit oorspronkelijkheid.
Echter, als je Jezus (of God) ziet als jouw innerlijk licht, jouw kiem van liefde, ofwel jouw hogere ik, dan ga ik erin mee. Dat draait de boel om. Dan leven je van binnen naar buiten toe. Dan win je aan kracht en innerlijk. Dan pas kun je jouw ware wezen naar de buitenwereld overbrengen. Je ware wezen is in mijn beleving: licht en liefde. Dat dat in de praktijk veelal of helemaal niet lukt, heeft met onze (al te aardse) beperkingen te maken. We zijn en blijven mensen, geen goden.

Je kunt alleen jezelf vergeven, is mijn overtuiging. In de praktijk betekent dit: je verleden loslaten. Niet vergeten, wel loslaten. Wat gebeurd is, is gebeurd. Daar valt niets aan te veranderen. Schuldgevoelens over wat je niet goed hebt gedaan, halen je alleen maar naar beneden. Onnodig. Het heden is de enige tijd die er is. Daarin te leven, dat is de kunst. Opgaan in je omgeving, in het leven zoals dat zich aandient, in de natuur, in gesprekken met anderen, in kunst en cultuur, in alles waar sprankjes licht tevoorschijn komen.
Natuurlijk, er is veel ellende in de wereld. Alsook in ons persoonlijke leven. Daar kun je niet omheen. Niemand wordt gespaard. Daar moet je niet voor weglopen. Maar je kunt wel proberen daar licht in aan te brengen, van binnenuit, zonder oordeel of vooroordeel. Vanuit vergeving van jezelf. Wij zijn mensen, wij mogen fouten maken. Sterker, wij móeten fouten maken.

Schuld bestaat niet, die wordt ons aangepraat. Door de kerkelijke instituten vroeger, door bepaalde milieugroeperingen tegenwoordig. Ja, de mens vernietigt de natuur, maar dat is inherent aan ons menszijn. Het gebeurt. Wij leven, met al onze onvolkomenheden.
Maar je kunt dan twee dingen doen: je druk maken en boos worden om wat de wereld wordt aangedaan en dan actie ondernemen, of in jezelf afdalen om te zien hoe jij licht en vrede in jouw innerlijk kunt aanbrengen.
Bij het eerste verander je misschien je omgeving, maar de oorsprong van de aantasting van de natuur en de wereld blijft intact. Je verschuift iets, maar onder de oppervlakte blijven hebzucht en egoïsme broeien. De wereld zelf verandert niet.
Bij het tweede verander je iets in je innerlijk. Hopelijk ontwikkel je rust, vrede. Dit straalt als vanzelf uit naar buiten toe. Niet direct zichtbaar, maar op de langere termijn voelbaar en tastbaar.

Er is pas vrede in de wereld als er vrede is in de mensen zelf. Dat is het kostbaarste bezit wat we kunnen hebben: innerlijke rust. Niet dat we dan niet in actie komen. Nee, juist wel. Echter meer vanuit stilte, vanuit een soort van bescheiden gedrag, dan dat we vanaf de preekstoel roepen hoe de wereld er volgens ons uit moet zien.
Het vraagt overgave aan het leven zoals dat zich aandient. Overgave aan het besef wat we weinig weten en weinig begrijpen. Niet van onszelf, niet van de ander. Eigenlijk weten we niets. Blijft over: verwondering over alles wat is.


Literatuur:
Terugkeer naar liefde – Marianne Williamson, uitgeverij De Zaak, Groningen, 11e druk 2018 (oorspronkelijk vertaald uit het Engels in 1992).
Simone Weil; Wat zij nalaat voor een seculiere wereld – Jan Mulock Houwer, uitgeverij IJzer, Utrecht, 2023