Hoofdbanner

Volgens esoterische bronnen (van voornamelijk uit de theosofie) is het jaar 1899 een kanteljaar geweest. Het tijdperk van de Kali Yuga, een donker tijdperk van 5000 jaar, werd afgesloten. Onder leiding van de vrijheidsstrijder Michael (de aartsengel uit het Oude Testament en de Openbaring van Johannes) brak er een nieuwe tijd aan waarin geestelijke vrijheid en liefde zich voor het eerst in de mensheidsgeschiedenis volledig konden openbaren. En dat in een ritme van “de boodschapper van de liefde”, die op aarde een leeftijd van 33 jaar bereikte. Vandaar dat theosofen en later ook antroposofen reikhalzend uitkeken naar het jaar 1933. Er zou een wereldwijde broederschap ontstaan, over landsgrenzen heen, zo veronderstelden ze.

1933
Voordat het 1933 was, vond er in 1929 de beruchte beurskrach plaats. De handel op Wall Street stortte in één klap in. Vele voorheen rijke mensen waren ineens al hun geld kwijt. Een Grote Depressie van meer dan tien jaar volgde. Armoe en een grote werkloosheid kenmerkten de jaren dertig van de vorige eeuw. Het aanvankelijke optimisme over het jaar 1933 wekte kennelijk sterke tegenkrachten op. De toch echt wel aanwezige idealen werden gekanaliseerd tot een zogenaamd duizendjarig rijk van Arische overheersing dat zou aanbreken. In 1933 greep Hitler definitief de macht in Duitsland. In plaats van vrijheid en liefde gingen de nazi’s de strijd aan met alle hen onwelgevallige bewegingen. Zowel de theosofische als de antroposofische vereniging werden verboden. Er werden openbare boekverbrandingen georganiseerd, alle kunst moest aan de strenge richtlijnen van het nationaalsocialisme voldoen, anders werd ze als zogenaamd Entartete Kunst vernietigd. Er zijn toen heel wat kostbare schilderijen verloren gegaan. De Joden werden heel populistisch uitgekozen als zondebokken, als veroorzakers van alle crises in de wereld. Met alle vreselijke gevolgen van dien.

In de Verenigde Staten ontstond er in die periode echter een tegenbeweging. In maart 1933 kwam president Franklin Delano Roosevelt met zijn eerste voorstellen voor een New Deal. Deze voorzag hulp voor mensen zonder werk en geld, economisch herstel en een omvorming van het bankwezen. Met name deze laatste, de zogenaamde Glass-Stegall Act, zou het risicovol gespeculeer met geld van burgers door financiële instellingen, de oorzaak van de beurskrach in 1929, aan banden leggen. De New Deal van Roosevelt was een groot succes. Geleidelijk kwamen de Verenigde Staten uit de recessie vandaan en legden ze het fundament voor een goed functionerende verzorgingsstaat. Het West-Europa (en ook dus Nederland) van na de Tweede Wereldoorlog plukte daar de vruchten van, in de vorm van de grootschalige Marshallhulp die vanuit de V.S. geboden werd om onze economieën weer op te bouwen.

1966
In het jaar 1966 gistte het op vele manieren in de westerse wereld. Er stonden revoluties te wachten, zoiets was duidelijk voelbaar. Ook hier was er vier jaar eerder een ernstige crisis ontstaan, de zogenaamde Cuba-crises. Het scheelde maar een haar of een atoomoorlog had de hele wereld in één grote vuilnisbelt veranderd. President Kennedy van de V.S. speelde met vuur. Nu waren het de jongeren die veranderingen opeisten. De ‘oude cultuur’ moest van onderaf omver geworpen worden. Het generatieconflict was intens. Bij uitstek gaf de nieuw ontstane popmuziek hier gestalte aan. Protestzangers als Bob Dylan (The times they are a changin') en hier in Nederland Boudewijn de Groot (Welterusten meneer de President) werden in korte tijd razend populair. Ze vormden een tegencultuur, de provo's en de hippies, herkenbaar aan lang haar en bontgekleurde kleding. Dit tot afgrijzen van de oudere generatie die aan alle kanten de hakken in het zand zette. Maar het idealisme en de behoefte aan verbinding en liefde onder de jongeren was zo overweldigend dat de hele samenleving er aan moest geloven. De zomer van 1967 geldt als uitvloeisel hiervan als de beroemde ‘summer of love’. Liefde spoelde als een vloedgolf over de wereld heen. Het was de tijd van de flower power, het bezingen van alleen nog maar lief zijn voor elkaar. Dat zou elk probleem de wereld uit helpen. Menig popsong handelde hierover. Denk aan de wereldhit San Francisco van Scott McKenzie uit de zomer van 1967 (be sure to wear some flowers in your hair), All you need is love van The Beatles uit diezelfde zomer, en zelfs We love you (september 1967) van de Rock-'n-roll  band van die tijd: The Rolling Stones. Ook werd de herkomst van de alomvattende liefde herkend, eerst in het nummer van The Byrds Jesus is just allright (geschreven in 1966, tot een hit gemaakt in 1969), later in de succesvolle musical Jesus Christ superstar uit 1970.
Veel maatschappelijke beperkingen werden eind jaren zestig opgeheven. Er werd geëxperimenteerd met vrije liefde, scheidingen werden maatschappelijk bespreekbaar, homofilie was niet langer een taboe. Er was sprake van een ware democratiseringsgolf, zowel in de politiek als in maatschappelijke instellingen. Kortom, de wereld lag meer dan ooit open voor nieuwe verbindingen, voor nieuwe vormen van liefde. De golf van behoefte aan vernieuwing en verbinding duurde ruim vijf jaar, om vervolgens plaats te maken voor een geheel ander en zeer somber perspectief op de toekomst, culminerend in het alarmerende rapport Grenzen aan de groei uit 1972 van de club van Rome.

Er waren ook tegenkrachten werkzaam, vaak opererend onder het mom van vooruitgang. In 1967 zorgde professor Barnard in Zuid-Afrika voor de eerste geslaagde harttransplantatie. Een ongelooflijk knappe prestatie natuurlijk, met grote gevolgen. Vanaf dat moment wilde men groots inzetten op orgaantransplantaties, niet alleen van het hart, maar ook van lever, nieren etc. Een probleem was alleen dat men hiervoor levende donormensen tot de beschikking moest hebben. Bij een dood lichaam vallen er geen levende organen meer weg te halen. Een oplossing was snel bedacht. In 1968 stelden medici van de Harvard Medical School hersendood officieel gelijk aan de dood. Dit werd door de medische wereld gretig overgenomen. Sindsdien kan men organen transplanteren van 'levende' lichamen. Het hart blijft pompen, het bloed blijft stromen, het zijn alleen de hersenen die niet langer functioneren. Er wordt ervan uitgegaan dat de hersenen als enige de mens bepalen. Ik heb hier eerder een artikel over geschreven, Levenskracht contra hersendood. Alsof de in het lichaam opgeslagen emoties en ervaringen niet mee tellen. Evolutiebiologen als Richard Dawkins bouwden hierop voort door een strikt materialistische visie op het wezen van de mens te onwikkelen (o.a. in The selfish gene uit 1976). De mens wordt voortaan als een machine beschouwd. De mens heeft geen ziel, laat staan iets als een geest. Het materialisme heeft hiermee rond het jaar 1967 een niet onbelangrijke overwinning behaald die tot op de dag van vandaag voortduurt. 

1999
De verwachtingen rond het jaar 1999 waren in esoterische kringen wederom hooggespannen. Hoe zou de ‘summer of love’ uit 1967 voortgezet worden? Ikzelf heb daar in de jaren tachtig en negentig vele gesprekken met antroposofen over gevoerd. Inmiddels was wel duidelijk geworden dat we niet langer naïef moesten zijn. De les uit 1933 was wel geleerd. Zodra de poorten naar boven (naar de hemel) open stonden, kregen de duistere krachten van onderaf (vanuit de hel) ook alle ruimte om zich te manifesteren. Bernard Lievegoed waarschuwde ons met zijn boek Over de redding van de ziel, op zijn sterfbed (eind 1992) gedicteerd aan de journalist Jelle van der Meulen. Hij voorzag voor het jaar 1999 grote maatschappelijke problemen, die alleen met grote geestelijke inspanningen het hoofd geboden konden worden.
Toch heerste er in de jaren negentig wereldwijd een groot optimisme. Economen voorspelden een oneindige groei van de economie. Het woord recessie zou voorgoed verbannen zijn. In de popmuziek viel een nieuwe stroming op: de housemuziek. De teksten waren van een naïef klinkende boodschap, luister bijvoorbeeld naar de nummer 1 hit uit 1993 No limit van de Nederlandse band 2 Unlimited. Het ritme bij housemuziek lag opzwepend hoog, net iets boven de eigen hartslag.
Twee gebeurtenissen uit 1999 waren bepalend voor de komende decennia. Ten eerste was er de komst van het internet. In 1991 werd die voor het eerst op kleine schaal operationeel, in 1994 kregen consumenten voor het eerst toegang tot het internet, maar het jaar 1999 geldt toch wel als het jaar waarin het wereldwijd zijn toepassing vond. Sinds dat jaar kon men voor het eerst internetbankieren en kwamen er weblogs beschikbaar waarop particulieren hun schrijfsels nu de hele wereld konden voorleggen. Wat een uitbreiding van mogelijkheden! Grenzen vervaagden, de wereld lag letterlijk open, informatie was voor iedereen beschikbaar, mensen uit alle werelddelen konden elkaar in vrijheid ontmoeten. Dat het naderhand anders uitpakte, dat er ook veel rotzooi via de social media de ether in werd geslingerd, is een ander verhaal. Rond het jaar 1999 gold het eerste gebruik van internet toch wel als een sociale revolutie.

Echter, de tegenkrachten manifesteerden zich ook. Veelal op een ondergrondse manier, op het vlak van idealistisch samenwerkende verbanden bijvoorbeeld, waar veel kapot ging, maar ook in de politiek. De succesvolle Glass-Stegall Act uit 1933, die burgers beschermde tegen het gespeculeer van banken en andere financiële instellingen, werd in het jaar 1999 weer ingetrokken, ditmaal door de Amerikaanse president Bill Clinton. In één keer konden banken weer risicovol met geld van de burgers aan de slag gaan. Of beter, konden ze de bankrekeningen van de burgers leeg plunderen. Er werd grof geld verdiend, de bonussen voor de speculanten waren gigantisch, maar toen diezelfde banken door het nemen van te grote risico’s dreigden om te vallen, moesten diezelfde burgers daarvoor boeten. In 2008 ontstond zo de kredietcrisis. Het zorgde voor een wereldwijde recessie. Voor de burgers, welteverstaan. Niet voor de banken, die daarna al graaiend alleen maar meer geld en bonussen binnen harkten. Lees daarvoor het boek Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk. Uitermate verhelderend.

2032
Het volgende jaar in de cyclus is 2032. Wat ons dan te wachten staat is volstrekt onduidelijk. De toekomst ligt immers niet vast. Die wordt elke dag opnieuw gevormd. Door onszelf, door de stromingen die ons omringen. Wel is het interessant de ogen open te houden om bepaalde tendensen op tijd te kunnen waarnemen. Op technisch gebied kunnen de in aanbouw zijnde quantumcomputers voor een omwenteling zorgen. Berichten zouden dan niet meer gehackt kunnen worden. Een prettig vooruitzicht. Of er kan een implementatie plaatsvinden van de blockchain technologie, waardoor banken en andere financiële instellingen overbodig zouden worden. Ook wel wenselijk. Op sociaal gebied kunnen we alle kanten uit. Het populisme zal kunnen overwinnen, grenzen worden dan gesloten, conflicten tussen buurlanden zullen toenemen, het zoeken van zondebokken idem dito. Of er vindt meer samenwerking en dus eenwording plaats. Hier valt weinig over te zeggen. De toekomst is vloeibaar. Waar ze uiteindelijk heen stroomt weet niemand.