Hoofdbanner

Er is een gloeilamp in de Verenigde Staten die al meer dan 100 jaar achter elkaar licht geeft. Zonder ook maar één minuut uitgezet te worden. Werkelijk dag en nacht brandt ie.
Centennial Light, heet deze inmiddels wereldberoemde lamp. Al sinds 1901 geeft ie licht in een brandweerkazerne, op 4550 East Avenue, Livermore, California, om precies te zijn. Als je het in uren uitrekent is dat 114 x 365 x 24 = al meer dan een miljoen uur! 


   Centennial light
Een vreemde zaak, zou je denken, omdat een gloeilamp gewoonlijk niet meer dan 800 à 1000 branduren maakt. Voer voor complotdenkers die beweren dat wij allemaal voor de gek worden gehouden. Dat er gloeilampen bestaan die haast eeuwig kunnen branden, maar dat de industrie dat bewust blokkeert om er geld aan te verdienen. Geld dat wij, arme burgers, steeds maar weer op moeten brengen. Maar, zoals gebruikelijk, bij complotdenkers zit het verstand vaker in hun onderbuik dan in hun hoofd. Ze hebben het mis.

Want, wat bepaalt de levensduur van een gloeilamp? Dat is de tijdsduur waarin de gloeidraad geleidelijk "verdampt". Oplost, als het ware. Er gaat stroom door de gloeidraad, deze wordt heet (zo'n 2500 °C), gaat gloeien en zendt daarbij licht uit. Door dit gloeien "slijt" de gloeidraad en wordt ie steeds dunner. Op een gegeven moment is de draad zo dun dat ie knapt en is de gloeilamp kapot. Hij zal door een nieuwe lamp vervangen moeten worden.

Even tussendoor. Dit knappen gebeurt altijd wanneer je de lamp aan doet. Hoe dit kan? Een lamp is een PTC-weerstand. PTC staat voor Positive Temperature Coëfficiënt. Dat houdt in dat wanneer de temperatuur hoger wordt, de weerstand van de lamp toeneemt. Een brandende (en dus hete) lamp heeft om die reden een veel grotere weerstand dan een niet-brandende (koude) lamp. Wanneer je een lamp aan doet en de gloeidraad de lage temperatuur van de omgeving heeft (zo'n 20 °C), dan is de weerstand laag en de stroom die er doorheen kan groot. Door die grote stroom tijdens het inschakelen is er in korte tijd een soort van schok, met een plotselinge warmteontwikkeling in de draad als gevolg. De door langdurig branden dun geworden draad knapt dan juist op dat moment.

Maar, hoe zit dat met die beroemde lamp in de VS, die Centennial Light? Allereerst, de gloeidraad is van koolstof gemaakt, en niet van wolfraam (zoals bij de ons bekende gloeilampen). Dat is een belangrijk verschil. Koolstof is een NTC-weerstand (wolfraam niet). NTC staat voor Negative Temperature Coëfficiënt. Wanneer de temperatuur hoger wordt, neemt de weerstand juist af. Bij een lage temperatuur is de weerstand dus hoog. Met als gevolg dat wanneer je de lamp aan doet, er relatief weinig stroom door de gloeidraad gaat en de draad bij inschakelen niet snel zal knappen, ook als de gloeidraad door slijtage heel dun is geworden. Dit verlengt de levensduur aanzienlijk.

Een ander belangrijk verschil met de gloeilampen die wij kennen, is het voltage waarop de Centennial Light brandt. Bij ons brandt een gloeilamp op 230 volt, de Centennial Light brandt op 110 volt. Dat scheelt nogal in de warmteontwikkeling per seconde (het vermogen). Het vermogen van de Centennial Light is 4 W, die van een gewone gloeilamp tussen de 60 en 100 W. Dat scheelt aanzienlijk voor de levensduur van de lamp. Daarvoor geldt een factor omgekeerd evenredig met spanning tot de macht 16. Dus stel dat je de spanning op de lamp verdubbelt (van 110 naar 220 volt), dan verklein je de levensduur met een factor 1/2 tot de macht 16, wat ongeveer 1/15 miljoenste is. Dat is nogal wat.  

Men schat de levensduur van de Centennial Light op 150 jaar. Hij zal dus nog een tijdje door kunnen branden. Dan is ie op en zal ie het toch echt begeven.

Waarom wij dan niet zulke lampen maken? Ten eerste is bij ons de spanning van ons lichtnet 230 volt. Het zou specifieke aanpassingen vragen om iets op 110 volt te laten branden. Ten tweede ervaren wij licht van een koolstof gloeidraad niet als prettig. Het mist de warme uitstraling die een wolfraam gloeidraad wel heeft. Voor een brandweerkazerne is dat niet erg, voor bij ons in huis wel.
 
Inmiddels zijn we een tijdje geleden massaal overgestapt op de spaarlamp, die pakweg 10 keer zo lang meegaat als de gloeilamp. De spaarlamp is in feite een opgerolde tl-buis, die via een slim mechanisme op een veel lagere spanning brandt dan de gloeilamp. Wat zoals eerder gememoreerd zijn levensduur verlengt.
Maar ook de spaarlamp is alweer achterhaald. De LED-lamp is de verlichting van de toekomst. Is nog zuiniger en gaat nog langer mee. Berustend op een heel ander principe, maar dat voert te ver om hier uit te leggen.