Hoofdbanner

De van oorsprong Turkse schrijfster Elif Shafak (1971) werd geboren in Frankrijk, bracht haar tienerjaren door in Spanje en Jordanië, studeerde in Turkije, werkte daarna in de Verenigde Staten, om vervolgens gedeeltelijk terug te keren naar Istanboel, haar lievelingsstad. Een internationaal georiënteerde schrijfster, zou je kunnen zeggen. De onderwerpen waar ze over schrijft, zijn dan ook zeer breed te noemen, zoals haar best verkochte boek De veertig regels van liefde dat over de vriendschap gaat tussen de dichter Rumi en Sjams van Tabriz, of Het eiland van de vergeten bomen dat een onfortuinlijke liefde op Cyprus als hoofdmotief heeft.

Ook bovenstaande titel gaat over nationale grenzen heen. Het boek is een pil van maar liefst 460 blz, de inhoud over drie hoofdpersonen verdeeld, steeds elkaar afwisselend in korte hoofdstukjes. 
Eerst is er Arthur, geboren in de sloppenwijken van Londen in 1840. We volgen hem gedurende zijn leven, eerst in grote armoede met een alcoholische vader en een hysterische moeder, maar door zijn intelligentie en fabelachtig geheugen snel opklimmend tot medewerker van een uitgeverij, om daarna het Gilgamesj-epos te ontdekken en te ontcijferen. Steeds is hier de rivier de Theems nadrukkelijk aanwezig. Deze Arthur is, zoals de schrijfster in een nawoord opmerkt, losjes gebaseerd op het leven van George Smith (1840-1876), de beroemde assyrioloog. Het is fraai hoe fictie en geschiedenis hier in elkaar overgaan en samenwerken.

De tweede hoofdpersoon is Narin, een 9-jarig Jezidi-meisje dat aan de voet van de rivier de Tigris woont, samen met haar oma. Dit verhaal speelt zich af in 2014, het jaar waarin terreurgroep ISIS het kalifaat in Irak uitriep, met alle gewelddadige uitwassen van dien. Ook Narin en haar oma ontkomen niet aan het brute geweld dat daar plaatsvindt. Ook dit is historisch. Op een of andere manier wordt de Jezidi-bevolking door iedereen uitgekotst, duivelaanbidders als dat ze zouden zijn, toen in 2014, maar ook eerder al in de 19e eeuw. Hetgeen ook Arthur, wanneer hij in Irak op zoek gaat naar een ontbrekend tablet van het Gilgamesj-epos, aan den lijve zal ondervinden. Hier zien we al een eerste verknoping van de verhalen van Arthur en Narin.

De derde hoofdpersoon is Zaleekhah, een 31-jarige vrouw, wonend in Londen, maar geboren in Irak. Haar beide ouders zijn overleden toen ze 7 jaar was, verdronken in de Tigris, zoals later zal blijken, waarna ze door haar (rijke) oom Malek in zijn gezin in Londen wordt opgenomen.
Zij heeft gestudeerd aan de universiteit en heeft het tot hydroloog geschopt, een waterdeskundige. Haar verhaal speelt zich af in 2018. Ze gaat een woonboot in de Theems huren, en komt in contact met Nen, een tattoo-specialist die zich sterk verdiept heeft in het Gilgamesj-epos.

De drie verhalen komen samen wanneer Zaleekhah en Nen naar Irak afreizen om Narin, die ze via oom Malek op het spoor zijn gekomen, op komen halen (en vrij kopen) om in Londen van een nieuw leven te kunnen genieten. Diezelfde Narin die een betovergrootmoeder heeft gehad, Leila geheten, een zieneres die een bijzondere band had met Arthur, de assyrioloog. In feite waren de twee stille geliefden van elkaar.
Ze bezoeken zijn graf in Irak, als een soort medebroeder aan wie ze veel te danken hebben. Met steeds als verbindend element het water, of eigenlijk dezelfde regendruppel die door de tijd heen getransformeerd op hen neerdaalt. Wat eigenlijk al begint op de eerste bladzijde, waar verteld wordt over de stad Nineve, gelegen in Mesopotamië, met hun gevreesde koning Assurbanipal, in het jaar 630 v. Chr. Later zal zijn paleis en grote bibliotheek verwoest en verbrand worden, maar het is daar waar de kleitabletten, die het Gilgamesj-epos bevatten, opgeslagen liggen. En pas in de 19e eeuw weer onder alle puin vandaan gehaald zullen worden.

Wat een rijk boek is dit. Zo soepel beschreven ook, gedetailleerd verslag leggend van de rijke cultuur van de Jezidi’s, de achtergronden van wat eens een groot rijk was, Assyrië, het verhaal van Gilgamesj, de ellende van de sloppenwijken in Londen in de 19e eeuw, de moderne wereld anno 2018, de gruwelijkheden van ISIS met hun zelf uitgeroepen kalifaat, en nog zoveel meer. Met af en toe rake metaforen er tussendoor, alsof het de schrijfster geen enkele moeite kost ze op te schrijven. Ja, wat een boek, wat een schrijfster. In één woord: groots.


Er stromen rivieren in de lucht – Elif Shafak, Wereldbibliotheek, 2024