Hoofdbanner

“Kijk mama, hij beweegt nog.” Koentje houdt haar aan een vleugel omhoog. Gebiologeerd kijkt hij naar het gesputter tussen zijn vingers. Met een blik alsof hij haar herkent. Wat natuurlijk onzin is. Hoe moet hij weten van de experimenten die tot deze belachelijke situatie hebben geleid. En als hij er wel van wist, hij zou het niet geloven. Niemand overigens, ook haar medecursisten op het instituut niet. Ha, de empathisch zo begaafde Ellen die zich met het grootste gemak in iedereen kan verplaatsen. Kijk haar nu eens. Hun jaloezie zal in afschuw overgaan als ze haar zo zouden zien.   
Gelukkig legt hij haar terug op tafel. Ze probeert te ontsnappen, maar verlamd van schrik is ze nauwelijks tot iets in staat. Er ontbreekt iets aan haar onderlijf, het voelt lichter daar. Ze voelt hoe kleurloos bloed zich naar buiten propt. Gek genoeg doet het geen pijn. Ze ziet hoe Koentje een dun sprietje op zijn handpalm bestudeert, als een volleerde bioloog.
Die eerste keer, ze paste op bij Bart en Sema, toen die weer eens een etentje hadden. Hun twee koters ziet ze dan niet, die worden op tijd in bed gestopt en verkeren ver weg in dromenland. Zodat ze de hele avond Boef om zich heen heeft hangen, de driejarige labrador. Zoals dat beest haar toen aankeek, met van die ogen die alleen maar gehoorzaamheid uitstraalden. Het intrigeerde haar zo dat ze besloot het erop te wagen. Wat kon er misgaan? Op de grond geknield keek ze hem strak aan in zijn meest gevoelige oog, de linker. Ze zorgde voor de voorgeschreven afstand van 30 centimeter. Er gebeurde niets, Boef keek terug met die typische hondenblik van hem. Ze moest verder in hem doordringen. Ze concentreerde zich op de kleuren van zijn iris, zag donkere vlekjes, zocht openingen, maar helaas. Ze bleef tegen buitenkanten aankijken, alsof haar blik gespiegeld werd en als een boemerang terugkeerde. Ze moest door een barrière heen, ze moest ‘achter’ zijn façade zien te komen. 
De doctoren zeggen dat ze hoogsensitief is. Het is natuurlijk een beladen woord in een tijd dat het wemelt van de zogenaamde nieuwetijdskinderen, wier hoogbegaafdheid alleen door de ouders zelf geconstateerd en begrepen wordt. Op het instituut scoorde ze tijdens de intake het hoogst op de EQ-test van alle deelnemers. Vandaar dat ze al snel werd uitbesteed. Men gaf haar opdrachten om bepaalde mensen te ‘doorgronden’. Gewoon aan de hand van beeldopnames. Om hun werkelijke motieven te achterhalen. Tegenstanders van de regering, dissidenten die voor de nodige ophef in de media zorgden. Ze kon er flink geld mee verdienen. Maar ze past niet in een systeem van controle, achtervolging en opsluiting. Ze haakte al in een vroegtijdig stadium af, wat haar niet in dank werd afgenomen. Ze wordt nu zelf achtervolgd met anonieme brieven en lastercampagnes in de plaatselijke media, was gedwongen te verhuizen en een andere naam aan te nemen.
Maar goed, Boef bleef haar dus lodderig aankijken alsof hij niet begreep wat ze wilde en vooral wat haar bezielde. Later op de avond, nadat ze een film op tv hadden gezien, Boef als een kind naast haar die alle schietscènes uitermate spannend leek te vinden, besloot ze het opnieuw te proberen. Ze posteerde hem op de bank en keek hem doordringend aan. Weer gebeurde er niets. Althans, ze voelde niets. Ze zocht naar iets dat dijken kon slechten. Ze concentreerde zich, mediteerde haar eigen ogen tot naalden met een gloeiende punt waar zelf de dikste muren niet tegen bestand zijn. Een letterlijk priemende blik. En hoe wonderlijk, ineens zat ze ‘achter’ de ogen van Boef. Niet op zijn netvlies, maar nog verder. Alsof ze tot in zijn hersenen was doorgedrongen. En nog verder, tot in zijn ziel. Ze ‘las’ hem, zoals dat in het jargon heet. Wat ze zag en vooral voelde was een basis van grote droefheid met daar bovenop een aantal lichtpuntjes. Alsof het minste geluk hem op kon laten veren. Een knuffel van zijn baas, de opwinding van uitgelaten worden, eten dat werd klaargezet. Die onderlaag was overigens meer afstomping dan echt verdriet. Het had geen glans. Ze merkte dat Boef merkte dat ze hem begreep. Hij keek haar zo intens aan dat ze er tranen van in haar ogen kreeg. De rest van de avond wilde ze een boek lezen. Maar Boef vroeg steeds weer aandacht door op haar schoot te willen liggen, om haar in het gezicht te likken. Toen ze duidelijk maakte daar niet gediend van te zijn, bleef hij heel gehoorzaam aan haar voeten liggen. Als teken van innige verbondenheid.
Een paar weken later was ze op de boerderij van Geert. Ze haalt daar wel eens groente op, gaat altijd naar de stal met kuikens die zo vrolijk onder de warmtelamp scharrelen en aait steevast Maartje, haar lievelingskoe. Maartje zwaaide zoals altijd uitbundig met haar staart en hield dan haar koeienkop typerend scheef opzij. Ze ging nu vlak voor Maartje staan en richtte zich op het ontvangende linkeroog. En ja, het ging snel, ze zat meteen ‘in haar’. En oh, ze schrok van wat ze zag. Hoe haar kalveren keer op keer direct na de geboorte bij haar weggehaald werden, het gat dat dit telkens sloeg in haar moederhart, het verlies en het onbegrip. Het grote gemis elke dag weer. En ook, hoe ze zelf als wees was opgegroeid, zonder moeder om haar te koesteren of bij wie ze melk kon drinken. De pijn was ondraaglijk, ze moest zich terugtrekken. Beschaamd sloeg ze haar ogen neer. Haar lievelingskoe, dat die door zo’n hel ging. Ze voelde zich schuldig. Dat ze dit nooit doorzien heeft.

Het duurde een paar dagen voordat ze van deze ervaring hersteld was. Ze moest hiermee stoppen, dit leidde nergens toe. Maar na een week begon het weer te kriebelen. Het was nieuwsgierigheid wat haar dreef. Of haar gave zich ook op andere dieren kon richten, een kikker of een vis. Het probleem was natuurlijk hoe die vast te houden zonder dat ze wegsprongen. Bij een kikker en een vis ging dat niet. Op een avond zat ze thuis op de bank wat voor zich uit te staren. Een irritante bromvlieg haalde haar uit haar dromerijen. Haar eerste reactie was hem weg te jagen, maar ze kreeg een idee. Ze opende de tuindeur, het was een vroege herfstavond, en liep op het eerste het beste spinnenweb toe. Een mooi groot web, tussen de bladeren van de klimhortensia aan de muur, goed zichtbaar door de condens die er in hing. Ze prikte er met een stokje in en jawel, de spin kwam tevoorschijn om zijn vermeende buit te verorberen. In plaats daarvan wist ze de spin met het stokje uit zijn eigen web te vissen en hem naar de tuin van de buren te gooien. Die zou wel even tijd nodig hebben om naar zijn thuisbasis terug te keren, bedacht ze zo. Ze ging terug naar binnen. Het was even zoeken, de vlieg zat bij het raam. Een paar seconden later lag het beestje te spartelen in het web. Ze zocht zijn facetoog en besloot zich daar op te concentreren. Het duurde lang voordat de vlieg niet meer bewoog, wat een taai beest, zeg. Aanvankelijk zag ze alleen maar glas, maar opeens brak ze er doorheen. Het was anders dan gedacht. Ze ervoer maar één ding, een gigantische angst. Geen herinneringen, geen gedachten, alleen maar angst. Het bizarre was, die angst was zo intens en overheersend, slokte haar zo op dat zijzelf ineens die angst werd. Het voelde alsof ze naar binnen werd gezogen en geheel in de bromvlieg zat. Ze wilde terug, maar de pas was afgesneden. Alsof er achter haar een luikje was dichtgeklapt. Het klinkt belachelijk, maar zo ging het. Ze sloeg wanhopig met haar vleugels. Gelukkig, er kwam beweging. Nog een paar keer en jawel, opgelucht vloog ze de heerlijke avondruimte in, weg van dat enge mens dat haar net zo pas gepakt had. Maar dat enge mens was zijzelf, besefte ze. Ze moest terug, dat enge mens weer in. Zichzelf zijn. In plaats daarvan nam de angst weer volledig bezit van haar en vloog ze zonder nadenken de schutting over, het huis van de buren in. Ze landde op een tafel, zag daar twee kinderen op de grond spelen, maar sloeg er geen acht op. Ze was op zoek naar kruimeltjes, lekkere hapjes. Tot er een groot geel gevaarte uit de lucht kwam vallen. Voor ze kon vluchten lag ze languit op de grond, vol op haar vleugels geraakt.
“Kijk mama, hij beweegt nog,” hoorde ze Koentje zeggen.

Ze ligt op tafel, gehavend en wel. Klaar om ontleed te worden, als in een anatomische les. Ze verzamelt al haar krachten en weet dan toch met haar gebroken vleugels een stukje op te stijgen. Ze dwarrelt naar beneden, valt op de grond, slaat haar overgebleven poten uit en kruipt onder de bank, uit het zicht van haar potentiële moordenaar.
“En nou is ie weg. Je had harder moeten slaan, mama,” klinkt Koentje teleurgesteld. Ze drukt zich tegen een plint aan. Ze bedenkt hoe ze zichzelf uit dit experiment kan bevrijden. Wat zijn de noodgrepen die toegepast kunnen worden voor het geval het uit de hand loopt? Ze denkt aan de laatste cursusdagen die ze gevolgd heeft. Wat zei Iwan toen? Had ze maar beter opgelet. Heeft Elvira toen ook niet zo’n case aangedragen? Ze weet het niet meer. Ze heeft ook geen tijd om verder na te denken, want een luid eentonig gebrom komt snel dichterbij. Ze kent dit geluid, het is irritant en gevaarlijk tegelijk.
“Onder de bank, mam. Daar ligt ie.”
Een gigantisch lagedrukgebied stormt op haar af. Elk verzet is zinloos. Ze wordt weggezogen, slingert hulpeloos door donkere tunnels, gaat bochten om, slaat verschillende keren over de kop en is elk oriëntatiegevoel kwijt. Ten slotte komt ze tot stilstand in een ruimte vol stof en een ongelooflijk benauwde lucht. Beduusd kijkt ze om zich heen. Pikkedonker hier. Ademhalen, niet mogelijk. In een flits ziet ze de laatste dagen aan zich voorbijtrekken: Bart en Sema, hun kinderen Koentje en Elise, Boef met zijn trouwe hondenogen, Geert die uitbundig naar haar zwaait, haar lievelingskoe Maartje met al haar verdriet, zijzelf met haar opgerold gehavend lijf. Dan sluit ze haar ogen en is het stil, angstvallig stil.

  • 0 # Theo 08-aug-2020 @14:38
    Geïnspireerd door Kafka?
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Fred 08-aug-2020 @15:54
    Nee. Dit verhaal kwam zomaar aangewaaid. Ik verzin niks, het is er opeens. In hetzelfde uur als mijn vorige verhaal. De laatste weken las ik drie boeken van de Japanse schrijver Murakami. Ik denk dat hij nieuwe ruimte in mij heeft gecreëerd. Een derde verhaal (ook toen ontstaan) zit al in mijn hoofd, ik moet hem alleen nog neerpennen. Komt dus nog.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Theo 08-aug-2020 @14:35
    Mooi, spannend verhaal. Je moet huisschrijver worden van de PvdD, Fred. Maar pas dan wel op voor de stofzuigerkongsi.
    (P.S.: volgens mij moet het DE condens zijn, en niet HET... - maar misschien kan allebei?)
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
    0 # Fred 08-aug-2020 @15:46
    De PvdD, ha ja. Volgens mijn Van Dale is het inderdaad de condens. Je hebt gelijk. Aan stofzuigers hebben we inderdaad een hekel. Zelf ben ik nog niet tevreden met dit verhaal. Ik moet het nog laten bezinken.
    Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer