Afdrukken

Zo’n 20 jaar geleden las ik ‘Het wonderbaarlijke voorval van de hond in de nacht’ van de Engelse schrijver Mark Haddon. Ik vond het een prachtig boek. Ik kon helemaal meegaan in de beschrijving van de hoofdfiguur, de 15-jarige Christopher, een jongen met beperkingen, zeg maar. Ongevoelig voor sociale verbanden, met een bezeten drang naar wiskundige verbanden en een geheel eigenzinnige gedachtegang. Mensen begrijpen hem niet, hijzelf begrijpt mensen niet. Voor mij was hij echter heel inleefbaar, mede door de taal waarin Mark Haddon het boek gegoten heeft. Indrukwekkend.
De meeste mensen lezen de persoon Christopher als een typisch voorbeeld van een autist. Ikzelf las het ook zo. Ik heb in het verleden verschillende leerlingen met autisme begeleid, ook met Asperger en PDD-NOS. Ik herkende een aantal aspecten van hen in het gedrag van deze Christopher. Los van die kenmerken vond ik het ook een grappig boek, met al die misverstanden en miscommunicaties. Ja, het leefde, was voelbaar, van begin tot eind. Tragisch, natuurlijk. Maar zo zit het leven ook in elkaar.

Al vrij snel kreeg Mark Haddon de nodige kritiek op zijn boek te verwerken. De beschrijving van de autist Christopher zou veel te stereotiep zijn. Vergelijkbaar met de kritiek die de film Rainman met Dustin Hoffman ten deel viel. De werkelijkheid was veel genuanceerder, werd er vanuit de medische en pedagogische hoek gezegd. Het boek zou een vertekend en eenzijdig beeld geven van autisme: alsof elke autist hoogbegaafd zou zijn en sociaal onbeholpen. De schrijver werd vooral vanuit universitaire kringen gefileerd. Goedkoop, uit op effectbejag, een te gemakkelijk en vals beeld scheppend, waren zo ongeveer de verwijten.
De reactie van Mark Haddon echter was: ik heb nooit de intentie gehad het leven van een autist te beschrijven. Dit woord komt in het hele boek dan ook niet voor. Ik heb een verhaal verzonnen met een hoofdfiguur met een bepaald gedrag. Het heeft niets met de werkelijkheid te maken. Ik hoef me dus ook niet te verdedigen dat mijn boek niet met de werkelijkheid zou kloppen. Mijn boek is fictie. Dat is alles. Wat critici ervan maken is niet mijn zaak.

Zo’n reactie vind ik prachtig. Dat fictie niet langs de meetlat van de werkelijkheid gelegd moet worden. Het gaat om beleving. Inleving vooral. De werkelijkheid is veel kaler en gevoelsmatig onechter dan wat een mens kan scheppen. Denk aan de schilderijen van Van Gogh, Vermeer of Monet. Die spreken meer tot de verbeelding dan hoe het plaatje er in het echt uitziet. Alsof de kunstenaar er iets heel eigens aan toegevoegd heeft. Een stukje licht, een stukje eigen persoonlijkheid. Hetzelfde gaat op voor pakweg de literatuur van Kafka en Dostojewski. Heel eigen, niet strokend met de ons bekende werkelijkheid, maar toch heel invoelbaar.
Zo lees ik het boek van Mark Haddon ook. Het overstijgt de werkelijkheid. Het is zoveel meer. Dat maakt dit boek zo wonderbaarlijk goed. Voor mij althans.