Hoofdbanner

Het kon zo niet langer doorgaan. Er moest ingegrepen worden. Desnoods met geweld, of op een andere manier buiten de wetten van het land om. De noodkreet van boer Tjibbe uit Vennikenhuizen was de druppel. Het kwam uitgebreid aan bod op de plaatselijke televisiezender. Veertien schapen dood, of beter: zinloos vermoord. Tjibbe had ze ’s ochtends vroeg in zijn weiland aangetroffen. Geschokt was hij bij het zien van hun half doorgebeten hals waar het bloed nog uit sijpelde. Om even later in een ongekende woede uit te barsten.
‘Ik knal ze persoonlijk zelf allemaal af,’ was nog een van zijn netste opmerkingen.
‘Rustig Tjibbe, straks krijg je het nog aan je hart,’ maande zijn vrouw Boukje hem.

Er vond een bijeenkomst plaats en men was het al snel met elkaar eens: er moest een commissie gevormd worden die een einde zou maken aan al die slachtingen onder de schapen. Er werd een naam uit de hoge hoed getoverd: de Bond ter Bescherming van Weerloze Schapen, kortweg de BBWS genoemd. Het sprak voor zich dat alleen de direct betrokkenen daarin zitting zouden nemen, dat was wel zo democratisch. Geen mensen dus, vanwege hun financiële belangen, hetgeen een objectieve en dus rechtvaardige aanpak in de weg zou staan.
De commissie zelf bestond voor 50 % uit schapen, de andere 50 % werd ingenomen door andere dieren van de boerderij. Tot voorzitter werd Harou benoemd, de grote mannetjeswolf die als eerste ons land bevolkte en inmiddels voor tientallen nakomelingen had gezorgd.

Tijdens de eerste zitting kwam bijna niemand opdagen. De schapen niet, omdat ze doodsbang voor Harou waren. Andere dieren niet, omdat ze zich solidair met de schapen verklaarden. Slechts twee varkens hadden zich naast elkaar opgesteld.
Harou startte de bijeenkomst alsof de hele zaal vol zat. Hij somde punt voor punt op, steeds gevolgd met de vraag of alles helder en duidelijk was. Want, democratie vereist hoor en wederhoor. Zijn voorstellen omvatten kortweg de volgende aanbevelingen:

  • Wolven kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor het te lijf gaan van de in een vaste omheining verkerende schapen. Het ligt in hun natuur om te overleven. Voor dit overleven hebben ze voedsel nodig. Het is logisch dat ze daarom af en toe een schaap verorberen.
  • Schapen zouden niet binnen een vaste omheining vastgezet moeten worden. De wolven raken daardoor in de war, maken fouten, met als gevolg onnodige doden. Beter is het de schapen volledig vrij rond te laten lopen. De wolf kiest er dan eentje uit, helaas voor haar of hem, maar de rest kan ongestoord verder gaan met grazen.
  • Verder, er zijn te veel schapen. Die vormen het probleem, niet de wolven. Minder schapen zou de wolf selectiever te werk doen gaan. Met voor iedereen een meer bevredigende praktijk.
  • Er zou wel eens wat meer waardering uitgesproken mogen worden voor het werk dat de wolf dagelijks verricht. Hij ruimt op wat opgeruimd moet worden. Zonder wolf zou de natuur minder veelzijdig zijn, de kringloop verstoord raken. No wolf, no nature, no food. Laat dat voortaan de slogan zijn.   


Zijn voorstellen werden met algemene stemmen aangenomen. De twee varkens hadden ook geen vragen na afloop. Wel toeterde het ene varken de ander in het oor:
‘Heb jij er iets van verstaan? Ik niet, ik ben bang dat ik een beetje doof ben.’
‘Wat zeg je?’ vroeg de ander.
Harou keek met een tevreden blik de zaal rond. Voor de eerste jaren zou de rust zijn teruggekeerd, het volk zou niet meer morren. De democratie had weer eens zijn voortreffelijke werk gedaan. Inspraak, iedereen zijn stem laten horen, daar gaat het toch altijd weer om.