Afdrukken

Het is een apart verschijnsel wanneer je in een vliegtuig zit. Op de heenweg van bijvoorbeeld Schiphol naar New York weeg je meer dan op de terugweg! Dit terwijl je niet extra gegeten hebt of andere onnatuurlijke dingen hebt gedaan.
Je zult het niet direct voelen, maar het is wel meetbaar.

De natuurkunde geeft hier een verklaring voor. Het komt door het zogenaamde Eötvös effect, genoemd naar de Hongaarse natuurkundige Lorand Eötvös. Rond 1900 deed hij onderzoek naar het effect van de zwaartekracht op snelheid van schepen die in oostelijke richting, respectievelijk westelijke richting voeren. Er bleek een duidelijk verschil aanwezig te zijn. Vervolgens heeft hij dit verschil in overigens tamelijk ingewikkelde formules vervat.

Dit verschil ontstaat doordat de aarde om haar as draait. In 24 uur maakt ze één rondje. Die as is de verbinding in de aarde tussen Noordpool en Zuidpool. Je kunt eenvoudig uitrekenen dat de snelheid van ronddraaiing op de evenaar 1667 km per uur is.
(Je hebt de formule: v = s/t  ((snelheid = afgelegde weg gedeeld door de tijd)). De afgelegde weg is de omtrek van de aarde: 40.000 km, de tijd is 24 uur. Vul maar in: 40.000/24 = 1667 km per uur.)

Wanneer je richting het westen vliegt, bijvoorbeeld van Schiphol naar New York, ga je tegen de draaiing van de aarde in. De aarde draait immers om haar as richting het oosten (de zon komt in het oosten op, de zon staat evenwel stil, dus draait de aarde richting het oosten). Op de terugweg, van New York naar Schiphol, ga je met de draaiing mee.
Schiphol ligt op pakweg 51 graden NB en dus niet op de evenaar. De afstand tot de draai-as is hier dus kleiner, en dus de omtrek. Met goniometrische formules kun je uitrekenen dat de snelheid van ronddraaiing op Schiphol ongeveer 1100 km per uur is. (In het echt vlieg je op zo'n 10 km hoogte, wat maakt dat daar de omtrek om de aarde 10 x 6,28 = 62,8 km groter is, dus ook je snelheid van ronddraaiing, niet veel, maar wel iets).

Ten opzichte van een vast punt in de ruimte is je vliegsnelheid in westelijke richting (tegen de draaiing van de aarde in) kleiner dan in oostelijke richting. Dit relatieve verschil in snelheid kun je uitrekenen.
Nemen we weer van Schiphol naar New York en terug. De aarde draait op de hoogte van Schiphol dus met zo'n 1100 km per uur rond, een vliegtuig vliegt gemiddeld met een snelheid van zo'n 1000 km per uur. Dus de snelheid richting de VS ten opzichte van een vast punt in de ruimte is 1100 - 1000 = 100 km per uur. (Stel dat je met een snelheid van 1100 km/h zou kunnen vliegen, en je stijgt op met zonsondergang, dan is het verschil 0 km/h en zou je tijdens de hele vlucht die zonsondergang kunnen blijven zien).
Ga je nu terug van de VS richting Schiphol, dan is de snelheid ten opzichte van een vast punt in de ruimte: 1100 + 1000 = 2100 km per uur.

De relatief kleinere snelheid die we ondervinden wanneer we van oost naar west vliegen heeft gevolgen voor de opwaartse kracht die op het vliegtuig en dus ook op de inzittenden wordt uitgeoefend. Deze opwaartse kracht is nodig om het vliegtuig niet naar beneden te laten storten. Bij een relatief kleinere snelheid is er een grotere opwaartse kracht nodig om het vliegtuig in de lucht te houden. Die opwaartse kracht staat in een bepaald verband met de gravitatiekracht, die daardoor ook zal moeten toenemen. Een grotere gravitatiekracht zorgt voor een groter gewicht, zowel van vliegtuig als inzittenden. Met andere woorden, je bent zwaarder geworden.

Via een ingewikkelde formule kun je uitrekenen wat het verschil in opwaartse kracht is (heen en terug) om het vliegtuig in de lucht te houden. Van daaruit kun je het verschil in gewicht bepalen. Dat blijkt in de praktijk voor een gemiddeld iemand toch al gauw om enkele kilo's te gaan. 
Je kunt natuurlijk de proef op de som nemen door een weegschaal in het vliegtuig te plaatsen en te kijken hoeveel je weegt op de heenweg en hoeveel op de terugweg. Je zult een duidelijk verschil bemerken en aldus een bevestiging van het voorspelde Eötvös effect zien. Op de heenweg weeg je tijdens het vliegen meer en op de terugweg weeg je minder! Behalve natuurlijk wanneer je geland bent en weer stil staat. Dan heb je je oude oorspronkelijke gewicht weer terug.

In de praktijk heeft dit gevolgen voor sporten waar tienden van seconden bepalend kunnen zijn voor een nieuw wereldrecord of niet. Atletiekonderdelen als de 100 meter sprint of verspringen zijn er bij gebaat dat de loopbaan in de ideale richting ligt. En die ideale richting is van west naar oost. Je hoeft dan tijdens het rennen relatief minder gewicht te dragen. En dat kan net die ene tiende van een seconde schelen.
Best kans dat, zodra men hier weet van heeft, er heel wat nieuwe records in het verschiet liggen. Ik zou zeggen: Papendal, sla je slag!