Hoofdbanner

De roman Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje staat momenteel bovenaan de bestsellerslijst. Het heeft de Boekenbon literatuurprijs 2022 (voorheen de AKO literatuurprijs) ter waarde van €50.000 gewonnen en daarnaast zijn er de unaniem lovende recensies. Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig, vandaar dat ik het voor mezelf, bij wijze van uitzondering want normaliter leen ik alleen van de bibliotheek, als cadeau heb aangeschaft.
Het is een dikke roman, maar liefst 650 bladzijden, over het fictieve leven van de schrijfster Eliza May Drayden (1817-1847). Het is geïnspireerd op het leven van Emily Brontë (1818-1848), bekend van Wuthering Heights, toentertijd verguisd om de voor die tijd immorele inhoud, tegenwoordig alom als meesterwerk beschouwd.
De roman bestaat uit elf verhalen van steeds andere hoofdpersonen, afgewisseld met fragmenten uit brieven of later verschenen biografieën en vertaalde gedichten van Emily Brontë zelf.
De overstijgende thema’s zou je kunnen omschrijven als het zoeken naar een obsessieve verbinding, vaak tussen twee zussen, van diepe verwijdering en smartelijk afscheid, met steeds de dreiging van de Dood op de achtergrond. De sfeer van Emily Brontë, haar manier van schrijven, de mysteries in haar boek alsmede in haar leven, worden uitstekend benaderd. Anjet Daanje heeft zich ongelooflijk verdiept in haar leefwereld, getuige ook de vertalingen die ze heeft gemaakt van haar gedichten. Die sfeer is op elke bladzijde voelbaar.

Het lied van jpg


Zelf heb ik het boek op verschillende manieren ervaren. Het eerste hoofdstuk is een mooie intro met de beschrijving van de dood van Eliza May Drayden vanuit de beleving van de aflegster Susan Knowles. De mysteries rondom haar dood en leven zijn dan al voelbaar, zichtbaar in de dode ogen die haar aan blijven kijken, overal waar ze loopt, geluiden die ze hoort waar ze niet kunnen zijn, dat soort dingen. Eng ja, vreemd ook.

Het tweede hoofdstuk trok me echt het boek in. Hoofdfiguur daar is Grace, eigenaresse van het postkantoor in het dorp Bridge Fowling waar het verhaal zich afspeelt. Bridge Fowling ligt in Yorkshire, hetzelfde graafschap in het noorden van Engeland als Howarth, de plaats waar Emily Brontë opgroeide. Tevens is ze lid van de wisselbibliotheek in het dorp, waardoor ze regelmatig in contact komt met de zussen Drayden die elke maand nieuwe boeken komen lenen. Het contact, of eigenlijk het bijna-contact tussen Grace en Eliza May Drayden is karakteristiek voor de mystiek die rondom de laatste hangt. Niemand lijkt tot haar door te kunnen dringen, schuchter als ze is, contacten vermijdend. De verstopte briefjes in de geleende boeken, ze blijven onduidelijk, daarna de grote pakketten die door de zussen verstuurd worden, de dood van de jongste zus Helen, het onverwachts grote verkoopsucces dat de twee boeken van Eliza en haar oudere zus Millicent hebben, het bekend worden wie er achter de schuilnamen zitten, de dood van Eliza, het plotselinge ontslag van de pianoleraar dat in latere verhalen meer betekenis krijgt, de dood van Millicent, dit alles komt langs in adembenemend proza. In een schokkerige stijl, waarmee ik bedoel dat er geen dialogen in voorkomen, maar dat alles wordt verteld in lang lopende zinnen, met komma’s als onderbreking, zonder tierelantijnen als metaforen of ander beeldgebruik. Het loopt allemaal prettig door, zelf houd ik van deze manier van vertellen.

Hoofdstuk 3 gaat over Agnes Chambers, de eerste vrouw die een biografie over Eliza May Drayden schrijft. In eerste instantie wordt deze biografie met succes ontvangen, echter wanneer ze in bezit komt van een klein, zwart boekje van Eliza May Drayden en dat obsessief probeert te ontcijferen, gaat het helemaal mis. Ze wordt gezien als een vervalser, verliest huis en haard, met een triest einde als gevolg. Tja, denk ik als lezer, is dit een afgeleide van het werkelijke verhaal van Eliza May Drayden, of een opmaat naar een soort van clou? Het verminderde mijn aandacht van lezen.

Hoofdstuk 4 beschrijft het leven van Emery Bowman (1858-1881), of eigenlijk het noodlot dat het leven kan treffen. De ene na de andere Emery in de familie gaat dood, alsof de vloek erop rust, steeds met het getal 7 als aanzet. De vliegen als aankondiging van de dood, het op de keukenvloer neervallen, het benauwde gevoel opgesloten te zitten, de talloze bezweringen om de dood te trotseren, het zal in bijna elk hoofdstuk terugkeren. Zelf begon ik een beetje mijn geduld te verliezen. Natuurlijk, Eliza May Drayden had als pseudoniem van haar boek de voornaam Emery gekozen. De verbanden zijn duidelijk, maar ook tamelijk bedacht.

Hoofdstuk 5 is een soort tussenhoofdstuk dat zich afspeelt in de VS. Het gaat over de mysterieuze pianolerares Clyde Middleton, geëmigreerd vanuit Engeland, die op een gegeven moment als schrijfster van bijzondere boeken als een uit de dood verrezen Eliza May Drayden wordt aangezien. Het graf van Eliza May blijkt namelijk bij een nadere opgraving leeg te zijn. Zelfs haar man begint aan haar identiteit te twijfelen en gaat na haar dood naar Engeland om verder onderzoek te doen. Tevergeefs, zo zal blijken. Allemaal nog in de lijn van het boek, lees ik dit.

Daar valt hoofdstuk 6 over de doodgraver Jonas Croft ook nog onder. Beschreven wordt hoe Eliza May Drayden, op uitdrukkelijk verzoek van haar zus Millicent, op haar favoriete plek op de hei wordt begraven, en niet in het familiegraf van de Draydens. Ook dit hoofdstuk leeft, al vallen de terugkerende symbolen wel steeds nadrukkelijker op.

Maar dan hoofdstuk 7, over de identieke tweeling Selena en Penelope Goodman. Hier begon ik af te haken. Dat ze anderhalf uur na elkaar geboren zijn, als eeneiige tweeling, kan gewoon niet. Een identieke tweeling wordt namelijk altijd binnen een paar minuten na elkaar geboren. Wie zich een beetje verdiept in de geestelijke achtergrond van tweelingen begrijpt dat. Verder, door ze hun leven lang als één kind naar de wereld te presenteren, lijkt mij onmogelijk. De ene dag gaat Selena naar buiten of naar school, de andere dag Penelope, beiden met de naam Phoebe. En gedurende hun hele leven zou niemand dit door hebben? Alsof men alleen maar buitenkanten ziet? En niet de verschillende karakters die identieke tweelingen hebben? Geen enkele leerkracht of vriendin die hier niet doorheen prikt? Nee, onmogelijk. Ik had vroeger zelf een identieke tweeling in de klas. Buitenstaanders zagen geen verschil, ik zag alleen de karakters. Op een gegeven moment kijk je door buitenkanten heen en zie je alleen de ziel, zoals ik dat noem. Ik proefde ergernis, wat is dit allemaal met het hoofd bedacht. Waar is de beleving die in de boeken van Eliza en Millicent besloten ligt? En dat dit maar liefst 85 bladzijden doorgaat, dit onwaarschijnlijke verhaal van persoonsverwisseling en ander bedrog, poeh. Ik dacht ook aan de film The Prestige uit 2007. Eenzelfde idee, eenzelfde mislukte uitvoering.
Ik heb overwogen het boek weg te leggen, niet verder te lezen. Maar na een paar dagen het toch weer opgepakt. Kom op, om een goed oordeel te vellen moet ik ook het vervolg kennen.

Hoofdstuk 8 werd nog erger. Een ronduit saai verhaal over Amélie de Louvrière des Garrons (1895-1971), zich afspelend in Noord-Frankrijk. Ook hier de obsessieve verhouding tussen twee zussen, de amoureuze verwikkelingen met de pianoleraar, de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, de dood van de ene zus, de rouw en het verdriet van de andere zus, en dat 70 bladzijden lang.

Hoofdstuk 9 van hetzelfde laken een pak. Nu gaat het over twee zussen die vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Engeland worden geboren uit een Duitse vader en een Engelse moeder. Ik ben er haast scrollend doorheen gegaan, zo saai vond ik het, nog weinig aansluitend bij het verhaal van Eliza May Drayden. Behalve dan die steeds terugkerende vliegen die de Dood aankondigen, het neervallen op de keukenvloer, de obsessieve relatie tussen de twee zussen, de brieven vol fantasieën die ze elkaar onderling schrijven. Zestig bladzijden lang, het zal.

Maar goed, we naderen het einde. Nog even doorzetten Fred, zeg ik tot mezelf. En ja, in hoofdstuk 10 leeft het boek weer op. Het leven van Emery Miles (1947-2030) wordt besproken, hoe hij in bezit komt van het stuk hei waar Eliza May Drayden ligt begraven. Hoe de tijd in de vorm van een horloge weer een rol gaat spelen, het kleine zwarte boekje ook dat een tijdlang spoorloos was verdwenen. Alsof we weer in de sfeer van Eliza May Drayden zelf terugkeren, die van de 19e eeuw. Hoe deze Emery het boekje opeens kwijt is, met desastreuze gevolgen voor hem en zijn vrouw, zijn complotachtige theorieën, passend in de tijd waarin hij dan leeft (2007). Waarmee het mysterie rondom Eliza May Drayden nog eens bevestigd wordt.

Hoofdstuk 11 ten slotte speelt zich af in het Hollandse Groningen, wanneer het leven van Ties Auwerda (1956-2007) wordt beschreven. Zeker naar het einde toe overtuigt dit hoofdstuk nog het meest. Wederom die bedachte vliegen, het vallen op de keukenvloer, en hier de gelijkenis met de film Hable con Ella van Pedro Almodóvar uit 2002, dat wel. Ook een warrige weergave over kwantummechanica, iets met een klok en een klepel, maar het slot, het spelen met droom en werkelijkheid, is sterk. Eindelijk zit er weer de kracht in die ik halverwege het (veel te dikke) boek miste.

De titel Het lied van de ooievaar en de dromedaris blijkt toegesneden te zijn op ideeën van Darwin. Een koe is in de evolutie een omgekeerde dromedaris, wordt ergens gezegd, zijn bult zit onderop als haar uiers vol melk. Het beeld van de ooievaar op zijn beurt is gehaald uit een boek van Karen Blixen (Out of Africa), waar vanuit één gezichtspunt een huis met erf en vijver is getekend, maar dat er vanuit een ander gezichtspunt als een ooievaar uitziet. Niet zelf bedacht dus, zoals het boek later ook schuldbewust erkent.
Zo heb ik bij het lezen van dit boek het gevoel dat er meer geleend is uit de wereldliteratuur, uit films ook. Het thema van de film van Les Uns et les Autres uit 1981 van Claude Lelouch bijvoorbeeld kwam herhaaldelijk op mijn netvlies. Hoe verschillende verhalen en levens uiteindelijk met elkaar te maken kunnen hebben. Toen vond ik de film bedacht en kunstmatig, hetzelfde gevoel heb ik bij dit boek. Erg knap geschreven, zich zeer verdiepend in het leven van Emily Brontë, maar een meesterwerk is het niet, naar mijn mening. Te veel bedachte herhalingen, te veel overbodig geschrijf. Waarmee ik een andere leeservaring heb dan al die recensenten van kranten en tijdschriften die dit boek vijf sterren meegeven. Kennelijk lees ik anders?