Afdrukken

Pastorale van de Nederlandse schrijver Stephan Enter was november 2019 boek van de maand in het televisieprogramma De Wereld Draait Door. Het boek kreeg ook lovende recensies in de dagbladen. Dat maakt nieuwsgierig.
Het gaat over een broer van 17 en een zus van 20 die eind jaren tachtig van de vorige eeuw een zomer in het fictieve plaatsje Brevendal doorbrengen. Het is hun geboortedorp. Oscar woont er nog steeds en heeft aldaar nog één jaar middelbare school voor de boeg. Louise woont al een jaar in de stad, maar heeft besloten met haar studie te stoppen, Ze weet nog niet wat ze gaat doen. Brevendal is een klein dorp met aan de ene kant de streng gereformeerden en aan de andere kant een op zichzelf levende Molukse gemeenschap. 
Zelf is de schrijver (1963) opgegroeid in Barneveld, onderdeel van de Bible Belt, en zat daar op een School van de Bijbel. Ook was daar een grote Molukse gemeenschap. Hij put dus rijkelijk uit eigen jeugdervaringen. Brevendal is een anagram van Barneveld.

Erg veel gebeurt er niet. In die zeven weken vakantie knoopt de verlegen Oscar een vriendschap aan met een Molukse klasgenoot en wordt heimelijk verliefd op diens oudere zus. Louise heeft zich flink losgemaakt van haar reformatorische jeugd, rookt en drink erop los en schopt zo ongeveer alle heilige huisjes omver. Haar tirades tegen het in haar ogen hypocriete geloof zijn scherp en origineel, wat mij betreft de hoogtepunten van dit boek. De vergelijkenis dringt zich op met Een vlucht regenwulpen van Maarten ’t Hart en Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Maar de invalshoek is hier meer gericht op wat zowel de gereformeerde jeugd als de Molukse gemeenschap is aangedaan. De gereformeerde jeugd wordt (vanuit de visie van Louise) lastig gevallen met allerlei valse beloftes en verklaringen, waarbij de onderdrukking van de persoonlijkheid voorop staat. De Molukse gemeenschap met de belofte (na zich bij de onafhankelijksstrijd in Indonesië zo voor de Nederlanders te hebben ingezet) van een vrij Ambon waar men ergens in de toekomst naar terug denkt te kunnen keren.

Oscar verbindt de twee groepen door zich in te laten met de familie van zijn Ambonese klasgenoot. Maar de vertellingen zijn stroperig, elke handeling wordt benoemd, er wordt weinig weggelaten, de natuur wordt in vele toonaarden beschreven (saai), insecten komen veelvuldig aan bod (clichématig, zoals in de beginscène als Oscar in het klaslokaal een vlieg volgt die probeert te ontsnappen maar telkens tegen het glas van het raam botst), vele vogels en vlinders, het ruisen van de wind door de  bladeren van de bomen etc. Zo ook Doortje, de kat van het ouderlijk huis. Niet echt interessant, haar veelvuldig beschreven gedrag.
De meeste hoofdpersonen blijven ook eendimensionaal, zoals de streng gelovige, maar goedige moeder. Of de vader die bijna helemaal buiten beeld blijft, druk in de weer als hij is met piano spelen. Of de sporadische andere dorpelingen. De enige die uit de verf komt is Louise met haar strijd tegen haar jeugd en de omstandigheden waarin ze nu verkeert. Een interessante persoonlijkheid, om wie het boek beter gedrapeerd had kunnen zijn, denk ik.
Opvallend ook dat naast het fictieve Brevendal ineens precies één keer een echte stad wordt genoemd, namelijk Arnhem waar men is uitgeweest. Het waarom is onduidelijk. Zelfs de studentenstad van Louise wordt niet bij name genoemd.
Nee, wat mij betreft een niet zo geweldig boek: te veel langdradige beschrijvingen, te weinig spanning en te weinig plot. Met een einde waarin iedereen nog niet veel is opgeschoten.