de laatste laag
wordt weggenomen
als een bast die loskomt
om te zien
wat eronder leeft
wat zich jarenlang
geoefend heeft in zwijgen
begint zich op te richten
alsof een ster
onder mijn ribben
van plaats verschuift
mijn huid kent alleen
het geduld van klei
onder de hand
van vallende bladeren
die hand is niet de laatste
een kracht zonder gezicht
vindt van binnenuit
de naden
de kamer blijft dezelfde
alleen mijn schaduw
hangt losser om mij heen
alsof zij vergeet
wie zij moet volgen
een leegte
als opening
waardoor zelfs de winter
geen dekens draagt