Afdrukken

Waar ben je

waar ben je
ik hoor je niet

de wind langs het raam
neemt elk begin
van je stem mee

de nacht trekt weg
uit je lichaam

het raam fluit
de ochtend binnen
ik blijf luisteren

zeg iets

hier
waar ik kniel
en wacht


Armen

waar ik eindig
begint de wereld
en andersom

we zijn even groot
maar in het verstand
raken we elkaar niet

tussen ons
een zwarte nacht
zonder dekens

het is koud
als er geen armen zijn
om in te ontwaken


Blinde vingers

zonsopkomst
ik huiver

plassen van koud licht
dalen neer
over de velden

de aarde ontdooit
uit haar pantser

de wind buiten
stoot en schuurt

mijn lichaam
houdt zich stil

onder de blinde vingers
van de nieuwe dag



Een tweede hart

als een mythisch wezen
kwam je
mijn leven binnengestormd

je haalde mijn verstand
uit elkaar

legde de brokstukken
lachend
een voor een
langs de vloedlijn van mijn denken

je schonk me
schoonheid, een tweede hart

waarmee ik opnieuw
leerde verdwijnen



Beuken

wij staan stil
aan weerszijden van de laan

wij aarzelen
over wat hier hangt
in geur en kleur

hooguit buigen we even
in het voorbijgaan

een heerschap
met een langgerekte schaduw

trekt richting
het oude kasteel

wij zwijgen