Afdrukken

Een stem

ik heb mezelf afgelegd

toch beweeg ik
stof in licht
door de kamer dwarrelend

er klinkt een stem:
kijk
niet weg

ik ben de aarde
onder jouw nagels
het water
waarmee jij je wast

en ik sta op
in de bries
die het gordijn opzij schuift

in het wachten
ben jij al hier


Ogen

vandaag was ik op zoek
naar de gratie van een gezicht

mensen lachten mij uit
beschimpten mij
om mijn naïeve zoeken

maar mijn gemoed
brandde van verlangen
naar schittering
naar licht dat zich ontvouwt

het huis van genade
ging open

ik kwam ogen te kort
werd stil van binnen

 


Wat komt

ik ben
wat nog moet komen

in het schuim van de branding
de golfslag op het verlaten strand
de dansende voeten
langs de vloedlijn

ik was er al
achter de duinen
van het rennende licht

gevangen
in de spiegels van de nacht

duw ik 
de dag voor mij uit

en glijd de zee in

 


Parels

er is een zee
aan dingen die we niet weten

zodra we kijken
kunnen kijken
met een bril over ons denken 
schittert de bodem ons tegemoet
van parels 

het lijden van de oester 
beneemt ons de adem

en nooit
nee nooit nog
willen we naar boven
naar de woelige onrust
van golfslag en 
de kans op kapseizen

we zijn bewoners van vertraagde tijd

 


Nochtans


zit ik opgesloten
tussen de muren
van een uren wegtikkende klok

met tralies die slechts af en toe
een spatje licht doorlaten

een buigend licht

ik kauw op droog brood
drink rivieren van water
tot ik uitstroom
in de vergetelheid van de ander

die ik liefheb
of lief zou moeten hebben

 

 

Wat bestaat

maar luister
de grot als gevangenis
die wij zelf hebben gebouwd

wat bestaat
onttrekt zich aan ons oog

wij zijn kinderen
van het ondergrondse

we worstelen
naakt in het donker
trekken overdag een jas aan
van schaamte 
als in een toneelstuk

maar we zijn niets
alleen aan onze stem
vallen we te herkennen

 

 

Stilval

begraaf me maar
ik ben toch al dood

lang geleden was ik een herder
ik werkte mij op tot koning

zonder land, zonder
vrouw en kinderen

de staart van een haas
is een slechte gids

altijd op de vlucht
voor een huis

met gedachten als vliegen
die hinderlijk om mijn oren zoemen

en die ik nauwelijks
af weet te slaan

tot het stilvalt
en ik niets meer hoor