dunne vingers
krabbend aan mijn denken
wat is groter
de ruimte of de stilte
een gezicht
doorschijnend als glas
kijkt naar mij
zwijgend
ik hang ondersteboven
in de mond van de nacht
als een vogel zonder vleugels
dunne vingers
krabbend aan mijn denken
wat is groter
de ruimte of de stilte
een gezicht
doorschijnend als glas
kijkt naar mij
zwijgend
ik hang ondersteboven
in de mond van de nacht
als een vogel zonder vleugels